Review

LOOS zit minder vast aan één stramien

Veel componisten afkomstig van het Haags conservatorium tonen een voorkeur voor muziek met een ongenaakbare hardheid en een bijna industrieel karakter. Humor heeft hun muziek vaak ook, maar vaak met een ernstige ondertoon.

Ondanks boven geschetste eigenschappen zijn de verschillen meestal groter dan de overeenkomsten. Zoals bij het werk van Gilius van Bergeijk en Peter van Bergen. De eerste stond vorige week in De IJsbreker centraal in een concert van het Maarten Altena Ensemble, de tweede presenteerde afgelopen maandag een concert van zijn ensembles LOOS en Thumb Kwartet.

In beide gevallen speelden elektronische klanken een belangrijke rol. Van Bergeijk maakt al jaren elektronische muziek. Van Bergen doet dat niet, maar hij werkt met mensen die elektronische muziek maken. Beiden provoceren graag. De eerste door op een bijna losbandige manier te grasduinen in muziek uit het verleden en eigenschappen daaruit te vertalen naar zijn eigen werk. De tweede door weerbarstige stukken te presenteren, waarin stilte vaak net zo belangrijk is als de noten die gespeeld worden.

Van Bergeijk schreef zijn compositie 'Chroniques du Prince et du Peuple' als een eerbetoon aan de ontwikkeling van het Maarten Altena Ensemble, dat het accent de afgelopen jaren langzaam verschoof van improvisatie naar compositie. In het eerste deel van de 'Kronieken' hoorde je het 'oude' ensemble: vurig, onstuimig en met een fraaie gestopte trombonesolo van Wolter Wierbos. Op een gegeven moment viel de door Van Bergeijk uitgenodigde gastsolist Gert-Jan Prins in met zijn gestoorde lawaai, gemaakt op televisietoestellen, cd's met 'noise' en mengpaneel voor zijn 'solo'. Later speelde het orkest weer en zweeg de elektronica eventjes, hetgeen zich enkele malen herhaalde. De kloof werd echter geen moment gedicht.

In 'Glorious Stranger', dat Huib Emmer schreef voor LOOS en eergister avond werd gespeeld, is ook sprake van een onoverbrugbare afstand tussen elektronica en ensemble. Emmers voorkeur voor 'techno' levert aardige klanken op, maar tot een eenheid komt het niet. Bij Martijn Paddings 'Speculum Inversum' (voor LOOS) en Christian Banasiks 'Wenn die Klage stimmen der Stadt' (voor Thumb Kwartet) gaan elektronische en akoestische klanken wel op een goede manier samen.

Padding baseerde zijn stuk op de geschiedenis van de veertiende-eeuwse mystica Sybillia van Valois, die zich liet inmetselen om dichter bij God te zijn, maar die daar eerder de duisternis van de hel ontdekte dan het licht van de hemel. Sopraan Jannie Pranger vertolkte de rol van de mystica, met indrukwekkend wrange, door elektronica gemangelde vocalen.

De vertolkingen van Misha Mengelbergs verrassend relaxte en jazzy 'Enkele Regels in de Dierentuin' en Guus Janssens komsiche freejazz-pastiche 'Verstelwerk' lieten horen dat LOOS tegenwoordig minder dan ooit vast zit aan één bepaald stramien. En dat is alleen maar gunstig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden