Review

Lofzang van 't conservatisme

Doet een naam, een begrip ertoe? Zo'n tien jaar geleden was conservatisme min of meer een scheldwoord. De vaste columnist van NRC-Handelsblad, J.L. Heldring, was zo'n beetje de enige intellectueel die openlijk het conservatisme omhelsde. Voor de rest betitelde iedereen, van GroenLinks tot VVD, zichzelf toch graag als progressief of liberaal.

Daar is verandering in gekomen. Iedereen heeft het plotseling over het conservatisme als stroming. Deels komt dit door internationale ontwikkelingen, door de opkomst van George Bush en de neoconservatieve denktanks die hem omgeven. En in eigen land kennen we al enige jaren de Edmund Burke Stichting, die als platform voor conservatieve gedachtevorming functioneert.

Bart Jan Spruyt, directeur van deze stichting, publiceerde onlangs een fraai inleidend boek met de aan Heldring ontleende titel: 'Lof van het conservatisme'. Uit de in dit boek besproken figuren wordt duidelijk dat een naam, een gemeenschappelijk begrip om een nogal heterogeen gezelschap denkers en doeners te typeren, wel degelijk van belang kan zijn.

Een aantal van hen werd in het verleden al veel en enthousiast bestudeerd. Dat geldt bijvoorbeeld voor een 19de-eeuwse politieke filosoof als Alexis de Tocqueville, voor de 20ste-eeuwse onder het Hitler-bewind ter dood gebrachte theoloog Dietrich Bonhoeffer en voor de christelijke literatuurwetenschapper C.S. Lewis. Door hen nu plotseling als exponenten van het conservatisme te benaderen, plaatst Spruyt hun werk in een verrassende, nieuwe context.

Bonhoeffer is bijvoorbeeld in de tweede helft van de vorige eeuw juist met voorliefde als progressieve oervader van de zogenaamde 'God is dood'-theologie opgevoerd. Door zijn aristocratische christendom als veeleer conservatief te omschrijven, worden onverwachte verbanden met andere denkers gelegd en een aanzet gegeven voor een nieuwe interpretatie. Wat mij betreft lijkt die vruchtbaarder dan de afgesleten progressieve visie op Bonhoeffer, die vooral op enkele uit hun context gelichte citaten terugging.

'Lof van het conservatisme' is vooral rond portretten opgebouwd. Naast de al genoemde bevat het boek onder andere een aansprekend verhaal over Heldring, een gedegen inleiding in het denken van de 18de-eeuwse filosoof en politicus Edmund Burke, die met recht als de vader van het conservatisme wordt beschouwd, een helder overzicht van de hoofdstellingen van Leo Strauss, leermeester van de Amerikaanse neoconservatieven, en een deels op een interview gebaseerde beschouwing over de hier onbekende, maar als voorzitter van de Amerikaanse Raad voor Bio-ethiek uiterst invloedrijke arts-filosoof Leon Kass.

Waarom juist portretten van personen? In tegenstelling tot politieke ideologieën als het socialisme en het liberalisme, kent het conservatisme nauwelijks algemene leerstellingen. Het is eerder een tegenbeweging, een reactie op de genoemde ideologieën. Daarom zal het telkens opnieuw in een concrete context stellingnemen. Daarom ook is bijvoorbeeld Burke's beroemdste boek, 'Reflections on the Revolution in France', eerder een razend knap gelegenheidsgeschrift dan een afgewogen uiteenzetting over principes die voor eens en altijd als uitgangspunt kunnen dienen.

Het conservatisme wil niet terug naar een al dan niet geïdealiseerd verleden, het aanvaardt het heden maar probeert de dynamiek van de geschiedenis in goede, geregelde banen te leiden. Dat vergt steeds een nieuwe bezinning op de grote vragen van een specifiek tijdperk.

Het motto voor 'Lof van het conservatisme' is de uitspraak van Bagelot 'Conservatism is enjoyment'. Spruyt geeft niet alleen een pakkende inleiding in een onbekende denkstroming, hij bekeert je als lezer er bijna toe. Dat tekent de kracht van zijn

boek.

Tegelijkertijd ligt hier ook een zwakte. Misschien vloeit het uit de titel voort, maar in de vele lofzangen van Spruyt ontbreken praktisch alle dissonanten. Voorbeeld: In het kader van de hernieuwde belangstelling voor het conservatisme verscheen onlangs ook een vertaling van een andere klassieke tekst, 'De avonden in Sint-Petersburg' van Joseph-Marie de Maistre, uit het begin van de 19de eeuw. Wie dit boek leest wordt geconfronteerd met een verheerlijking van de beul en van de doodstraf en morbide beschouwingen over de zin van oorlog, rampen en lijden.

Natuurlijk bevat 'De avonden in Sint-Petersburg' ook andere gedachten die beter in 'Lof van het conservatisme' hadden gepast. Maar Spruyt vermeldt De Maistre niet eens, neemt hem niet op in zijn conservatieve canon. Ander voorbeeld: waar Spruyt Winston Churchill als conservatieve voorman bespreekt, gaat het vooral over diens rol in de Tweede Wereldoorlog. Aan de imperialistische politieke opvattingen van Churchill wordt totaal voorbijgegaan. Dat is misschien wel zo verstandig, want zo blijft zijn eigen conservatisme aantrekklijk en schoon.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden