Review

Liever een onzeker idee van Nederland

Vorige week publiceerde Letter & Geest een samenvatting van het 'Conservatief Manifest' van Bart Jan Spruyt en Michiel Visser van de Edmund Burke Stichting: 'Het conservatisme is de aartsvijand van het linkse, progressieve denken. Het verwerpt de politieke correctheid, het multiculturalisme en het waardenrelativisme die de jaren zestig ons hebben gebracht.'

Wie mocht denken dat het gedachtegoed van Fortuyn is doodgebloed, en dat de beweging die zijn naam droeg door het gevestigde bestel vakkundig is ingepakt, heeft het grondig mis. Weliswaar vrat de revolutie in ijltempo haar eigen kinderen op en veroorzaakte zij haar eigen restauratie; maar we zien ook dat allerlei elementen ervan door de restaurateurs onder een andere naam toch worden doorgevoerd. Zie de onverwachte poging tot invoering van de direct gekozen burgemeester. Die actie is eerder te zien als een naschok van de Fortuyn-beweging dan het gevolg van het feit dat de zittende politieke klasse eindelijk overtuigd is geraakt van het gedachtegoed van D66. Pim leeft! Dat geldt des te meer wanneer we de blik verruimen voorbij de Haagse nieuwe/oude politiek, en het bredere intellectueel-politieke debat in beschouwing nemen.

Het gist en broeit weer in intellectueel Nederland. Alleen niet aan de linkerkant. Daar heerst nog steeds de leegte en het ongemak. De PvdA bezat traditioneel 'het beste van het intellect', maar Wouter Bos lijkt druk bezig om de laatste restjes hiervan weg te jagen. De beste denkers zitten op dit moment bij GroenLinks, maar op één of andere manier lukt het ze niet om ideologisch smoel te krijgen. De SP heeft alleen Karel Glastra van Loon. Daarentegen is ideologisch rechts, in het spoor van ijsbreker Fortuyn, spectaculair in beweging gekomen. Het idealisme komt nu duidelijk van de rechterkant. In recordtijd heeft zich een klein legertje Verlichtingsfundamentalisten aangediend (Ayaan Hirsi Ali, Paul Cliteur, Herman Philipse,

Leon de Winter, Afshin Ellian enz.) die het islam-fundamentalisme met zijn eigen middelen willen bestrijden. NieuwRechts in Rotterdam slaat een brug tussen het fortuynisme en extreem-rechts in de vorm van een Vlaams Blok-achtig volksnationalisme. En ergens tussen deze twee varianten in timmeren zelfbenoemde 'nieuwe conservatieven' flink aan de weg. Hun laatste product: het manifest 'De crisis in Nederland - en het conservatieve antwoord' van de hand van Bart Jan Spruyt en Michiel Visser, waarvan vorige week in deze krant een uitvoerig uittreksel verscheen.

Het eerste opvallende kenmerk van dit pamflet is dat het in al zijn hoofdpunten door en door fortuynistisch is. Er zijn wat kleine verschillen (zoals een schizofrene houding tegenover de Verlichting waar Fortuyn geen last van had, een opvatting over de nachtwakerstaat die Fortuyn bijna tot een socialist maakt, en een zwaarmoedige gezinsmoraal waar Fortuyns individualisme nogal vrolijk bij afsteekt), maar de overeenkomsten zijn frappant en veel talrijker. Sterker nog: er staat geen enkele gedachte in dit manifest, die niet ook bij Fortuyn is te vinden. Maar de Rotterdamse goeroe wordt nergens als intellectuele inspiratiebron genoemd. In die zin is de Burke Stichting niets anders dan het geheime wetenschappelijke bureau van de LPF, of liever: de zelfbenoemde denktank van een gedroomde, intellectueel meer begaafde en hoogstaande LPF dan de huidige partij die Zijn Naam draagt.

Net als Fortuyn haken onze conservatieven naar een nieuw Groot Verhaal in de politiek, dat een antwoord geeft op de diepgaande cultuurcrisis die de wortel is van al onze overige misère. Net als Fortuyn verwoorden zij een radicale kritiek op de gevestigde partijendemocratie en bepleiten zij direct-democratische verkiezingen en personalisering van de politiek, daarbij hopend op de komst van 'intelligente, energieke, ambitieuze, natuurlijke leiders' die durven 'ruziemaken' en die zeggen (en doen) wat ze denken. Zij zijn voorstanders van een harde sanering van de verzorgingsstaat, van het herstel van het arbeidsethos en van de flexibilisering van de arbeidsmarkt, o.a. door het afschaffen van het minimumloon. Zij staan pal voor de Nederlandse soevereiniteit tegen de bureaucratische moloch die Europa heet. Zij pleiten voor herstel van de hiërarchische verhoudingen en van de karaktervorming in het onderwijs (en daarbuiten). Hun verlangen naar het herstel van normen, waarden, respect en fatsoen dicteert een harde aanpak van de criminaliteit. Die wordt voornamelijk geassocieerd met import en buitenlanderschap. Hun scherpe afwijzing van het cultuurrelativisme en van de multiculturele samenleving voedt een vorm van cultuurnationalisme dat zich beroept op typisch Nederlandse beschavingswaarden. Net als Fortuyn staan de conservatieven voor de 'onvoorwaardelijke' verdediging van 'de' westerse beschaving en de Nederlandse identiteit tegen 'wezenvreemde' en 'achterlijke' culturen zoals met name 'de' islam. Dit streven krijgt praktische vorm in een streng assimilatie- en immigratiebeleid, waarbij de grenzen moeten worden dichtgegooid, zonodig internationale verdragen moeten worden opgezegd, en een actieve remigratie moet worden bevorderd (zover ging Fortuyn niet eens!).

Toegegeven: hier wordt nagedacht op enig niveau, met de filosofische allure en de politieke urgentie die op links node wordt gemist. Links kan zich hier dan ook niet van afmaken door net zo te reageren als op Fortuyn: de ideeën die ons niet bevallen ontzeggen wij de status van ideeën. Rechts is ook helemaal niet zo rechts als het zelf graag wil zijn. Net zo min als Fortuyn past het gemakkelijk in het klassieke links-rechts schema: de 'conservatieve' voorstellen voor directe democratie zijn eerder afkomstig uit een radicaal-linkse koker. Maar het is wél duidelijk dat we ons bevinden in het gezelschap van ideologische scherpslijpers, van Prinzipienreiter die zweren bij Grote Woorden en die nauwelijks twijfelen aan hun eigen gelijk. Het gaat hun om niets minder dan de verdediging van de Beschaving tegen de oprukkende Barbarij. Opvallend is dan ook de stellige, apodictische toon van het manifest, dat zwelgt in de hyperbolische uitdrukkingen. Er zijn 'oneindig veel' problemen in ons land, vooral vanwege de 'enorme schade' die is aangericht door het links-progressieve denken sinds de jaren zestig; het conservatisme is dan ook de 'enige' filosofie die in staat is om de chaos te bedwingen. 'We staan als samenleving voor een uitdaging van het allerhoogste niveau'; wat nodig is, is 'een volledige en radicale mentaliteitsverandering op alle niveaus'. Dat is dezelfde intellectuele hysterie die ook zo kenmerkend is voor doorgeschoten westerlingen als Fortuyn, Philipse, Hirsi Ali en Ellian.

De conservatieve filosofie begint met een dogma: dat van 's mensens geneigdheid tot alle kwaad. De ontkenning van die 'erfzonde', die natuurlijke, aangeboren conditie is de bron van alle sociale en politieke ellende. De Verlichting, en in haar voetspoor het liberalisme en het socialisme, lijdt aan een misplaatst optimisme over de menselijke natuur. Volgens deze ideologieën schuilt het kwaad niet in de mens maar in de maatschappij. Een verbetering van de maatschappij leidt dan automatisch tot een betere mens. Maar dat is een ontkenning van de 'zondeval', dat wil zeggen van het natuurlijke overwicht van het kwade op het goede in de menselijke natuur. Het goede vraagt daarentegen onophoudelijk onderhoud en inspanning. Dat wil zeggen dat de mens behoefte heeft aan morele opvoeding en gewetensvorming, en zichzelf daartoe moet dwingen via instituties en informele mechanismen van sociale controle. Die instituties en tradities zijn gevormd in een lange geschiedenis en verdienen daarom groot respect; het is gevaarlijk om ze te willen omverwerpen vanuit een verkeerd en utopisch vrijheidsbeginsel zoals dat door de Verlichting wordt gekoesterd.

Dat de mens is geneigd tot alle kwaad wordt in elk geval bewezen door de conservatieven zelf, die onmiddellijk ten prooi vallen aan de eerste der zeven hoofdzonden: die van de hoogmoed (ze lijden zoals we zagen ook aan een andere doodzonde, die van de toorn). Terwijl zij de Verlichting afschilderen als een vorm van hubris, werpen zij zichzelf hooghartig op als spreekbuizen van 'de' menselijke natuur en van 'de' westerse beschaving. Het idee van de natuurlijke slechtheid van de mens is natuurlijk even dogmatisch als het tegenovergestelde idee over zijn natuurlijke goedheid. In feite wordt hier een bepaalde gevoelsstemming (pessimisme) verheven tot een universele filosofie. Dat is ook het geval wanneer de conservatieven kond doen van een diepgaande 'crisis' van de westerse beschaving, en daarmee hun eigen gevoel van urgentie en dadendrang projecteren op de objectieve werkelijkheid (zie ook Fortuyns motto: alles of niets! Erop of eronder!) Een kwestie van persoonlijke en politieke smaak (een 'onderbuikgevoel') wordt op die manier verhard tot een universeel en dwingend beginsel.

Dat is merkwaardig als je ziet hoe krampachtig de conservatieven zich verweren tegen de 'modieuze' links-postmoderne opvatting 'dat de waarheid niet bestaat', dat zij slechts een smaakkwestie is, en dat elke mening (of elke cultuur) dus evenveel waard is als de andere. Die karikatuur van het relativisme kan alleen maar worden gehanteerd door fundamentalistische denkers die elke nuancering van hun eigen absolutistische waarheidsbegrip interpreteren als een afschaffing van elk redelijk oordeel over andersdenkenden of andere culturen. Het zegt dan ook veel meer over hun eigen rationalistische geloofskramp en hun zekerheidswoede dan over de vermaledijde linkse relativisten waarop zij het hebben gemunt. Net als de Verlichtingsdenkers koesteren zij trouwens het intellectualistische vooroordeel dat het verval van de beschaving vooral het gevolg is van filosofische achteruitgang, van onvergeeflijke denkfouten, van het verloren gaan van 'de grote inzichten van onze westerse traditie', van 'vergetelheid' over onze eigen wezenlijke erfenis, van kennis die onze falende elite niet langer bezit. Dat betekent dat de beschaving alleen door filosofen (of zelfbenoemde filosoof-koningen) kan worden gered. Zij zijn immers bij uitstek de hoeders en dragers van die 'grote inzichten', en de unieke spreekbuizen van het wezenlijke volkskarakter: 'Een volk dat zijn eigen erfenis minacht, verliest meer dan zijn lijf en goed: het verliest zichzelf'.

Die 'westerse' erfenis wordt vooral gezocht in de Grieks-Romeinse en joods-christelijke beschavingstradities. Dat wil zeggen dat de nieuwe conservatieven een zeer dubbelzinnige houding aannemen tegenover de Verlichting en de moderniteit. Enerzijds worden zij verworpen als radicale breuken met 'de' westerse beschaving, die in de jaren zestig hun beslag hebben kregen en nog steeds de grootste bedreiging vormen voor de mensheid anno nu. Maar tegelijkertijd kunnen de conservatieven er niet onderuit om onder de dekmantel van de antieke en christelijke cultuur juist de verworvenheden van de Verlichting te verdedigen: de scheiding tussen kerk en staat, de individuele vrijheid, respect voor de rede, de rechtsstaat en zelfs het eigendomsrecht en de vrije markt. Het ongeluk wil daarbij dat de antieke en de christelijke tradities bij uitstek hiërarchische en patriarchale tradities zijn, zodat het niet verbaast dat de emancipatie van vrouwen in dit rijtje door onze conservatieven ongenoemd blijft. Enerzijds wordt het individualisme geroemd, anderzijds wordt het ondergeschikt gemaakt aan een streng gezinsmoralisme. Meer in het algemeen is het conservatisme een typische macho-ideologie, waarin zwakheid (vrouwelijkheid? onzekerheid? relativering?) niet wordt geduld, slapheid en afhankelijkheid (zoals die bijvoorbeeld worden geproduceerd door de verzorgingsstaat) worden gehoond, en een 'Romeinse' pose van hardheid en fierheid wordt gecultiveerd.

Een rauw voorbeeld van die conservatieve arrogantie is te vinden in het voorstel voor een strengere immigratiepolitiek waarin alleen mensen die 'nuttig' zijn voor de Nederlandse samenleving nog welkom zijn. Nuttig zijn hoogopgeleide mensen die gemakkelijk Nederlands leren, snel aan een baan kunnen komen en daardoor 'een positieve bijdrage' leveren aan de Nederlandse samenleving. Ons Soort Mensen dus. Bij het afbreken van de vermaledijde verzorgingsstaat moet bovendien de regel gelden: 'wat geen steun heeft in de samenleving, heeft ook geen bestaansrecht'. Die regel treft bijvoorbeeld organisaties zoals Vluchtelingenwerk Nederland, Pax Christi, Novib, Greenpeace en het IKV, die niet toevallig allemaal linkse instellingen zijn. Daarentegen zijn de zogenaamde 'kerntaken' van de overheid (defensie, politie en het handhaven van wetten en regels) volkomen onbespreekbaar, omdat die simpelweg behoren bij het 'idee' van de 'goede staat'. Of er wel of geen democratische steun in de samenleving is voor bezuinigingen op defensie, of verzet tegen deelname aan een preventieve oorlog, is 'filosofisch' niet aan de orde en doet er daarom in het licht van de beschavingsgeschiedenis niet toe.

Kortom: het Conservatief Manifest is een evangelie van de onverdraagzaamheid. Het is een oefening in essentialistisch blokdenken, die een karikatuur maakt van de linkse tegenstander en van de multiculturele tolerantie. De hele verzorgingsstaat wordt met één pennenstreek uit de westerse cultuurgeschiedenis verwijderd. In plaats daarvan treedt een vorm van 'volks' cultuurnationalisme dat zweert bij een sterke Nederlandse identiteit die van vreemde smetten moet worden vrijgemaakt. Eindelijk snap ik dan ook wat conservatieven bedoelen als zij, in navolging van De Gaulle over Frankrijk, spreken over een 'een zeker idee van Nederland'. Dat is niet zozeer een perspectief op de Nederlandse identiteit dat uit de aard der zaak selectief en omstreden is. Het is een idee dat zich wentelt in de zekerheid van het eigen gelijk. Tegenover die intellectuele heerszucht stel ik liever een zelfbewuste onzekerheid, een zwakke identiteit. Een onzeker idee van Nederland: dat is wat we nodig hebben om in vrede en verdraagzaamheid met elkaar te leven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden