Opinie

Liefdesverklaring van skaters op sokken

ROTTERDAM - 'Number One', het tweede seizoensprogramma van Conny Janssen, slentert voort als een verliefd stel. Choreografe en haar negen dansers gaan volledig in elkaar op, zijn 'number one' voor elkaar. Wat er ook gebeurt in de wereld om hen heen, de behoefte om er vooral voor, door en met elkaar te zijn laat zich niet onderdrukken.

Eva van Schaik

Met de dwingende kracht van de natuur ontluiken zeven dansers daarom als witte waterlelies bij het ochtendgloren en met dit fraaie openingsbeeld wordt meteen de toon gezet voor wat zich in de volgende zeventig minuten zal afspelen. Het spiegelende wateroppervlak onder hun voeten is wit met zilveren strepen en omdat die zilveren banen aan weerszijden in een boog oplopen maken zij van het toneel een in drie moten gehakte skate-ramp. Een van hoogte veranderende lichtstreep op de achtergrond en lichtpeertjes in zeven enorme lampenkappen boven dit trefpunt voor skaters zorgen voor wisselend zonlicht. Dit is een wereld waar dauwdruppels verdampen en de overtreffende trap 'dans-danser -danst' op al zijn facetten getest wordt. Let wel, niet op skates maar op sokken, de vaste dracht van de moderne danser van vandaag.

De vijf meisjes en vier jongens die Conny Janssen ditmaal uit alle hoeken van Europa vergaarde, sluipen, rollen, schuiven, schokken en zwaaien dat het een lieve lust is. Al snel is duidelijk dat zij allemaal overtuigende danspersoonlijkheden zijn, met de nodige danstechnische bagage. Voor de Rotterdamse choreografe moet het een absoluut genot zijn geweest om hun individuele specialiteiten op te sporen, uit te diepen en al doende te ontdekken hoe hun verschillen op elkaar afketsen of juist organisch in elkaar opgaan. Dat onderzoek is Janssens eigen specialiteit geworden. Ook met 'Number One' pretendeert zij niet meer dan een voortkabbelend samenspel van stemmingen. Soms botst en schuurt het, maar altijd is er wel weer een onverwachte wending of abrupte wisseling van de wacht waardoor deze zilverkleurige choreografie doorstroomt. De vraag waar al dat kruip-door, sluip-door of beentje halen over elkaars schouders vandaan komt of naartoe gaat, moet niet gesteld worden. Ontmoetingen op en rondom de ramp impliceren immers dat zij na een korte of langere opleving zullen vervluchtigen, als verdampend water of opkringelend vuur. Alle intense of minder intense vlagen ten spijt, juist die vrijblijvendheid maakt dat alle negen individuen juist op hun homogeniteit lijken uitgezocht. Als aan elkaar gewaagde teamgenoten weten zij zich onderhavig aan het één voor allen, allen voor één-credo.

Echt uit de band springen of elkaar op die glijbanen de loef afsteken is uitgesloten en hoewel ze wel een regenboog van temperamenten en humeuren suggereren, overheerst die eendracht als een onontkoombaar mechanisme. Allen krijgen hun solo of duet, maar niemand dringt zich naar voren als de ultieme baas of blikvanger. Hoe onderling verschillend zij ook op elkaar reageren -slenterend, schalks, scherp, sloom, schel of sarrend- ze laten zich schijnbaar toevallig aan elkaar koppelen. Er is slechts één dramaturgische spelregel: de ramp biedt geen enkel logisch verloop of houvast.

'Number One' is daardoor bovenal een streling van het oog. De oneindige reeks van handelingen maakt op den duur loom en de spanning die dans kan, zelfs moet oproepen verandert in een bijna slome vrijblijvendheid jegens al die fysieke uitsloverij. Zoals gebruikelijk bij Conny Janssen bestaat ook de muzikale omlijsting uit sampling. Paleis van Boem heeft er geen probleem mee om grijs gedraaide flarden van Steve Reich, Arvo Pürt aan Sigur Rós, Marta Sebestyen, Hildegard von Bingen en Click and Cuts te plakken. Als het maar lekker en min of meer vertrouwd doorkabbelt. Kortom, van al het geaai der zintuigen zal weinig langer dan een paar uur bekleven. Uitzondering vormt de aandoenlijke slotscène, waarin Froilan Medina Hernandez teder en bezorgd Marta Reig Torres als zijn onhandelbare en onhandige ledenpop behandelt. In haar vorige productie 'Meet me, a dancer' wist Conny Janssen de protocollen van breakdancers dapper te doorbreken door de Rotterdamse 010 Bboys voor nieuw leven in de zo op zichzelf gekeerde wereld van moderne dansers te laten zorgen. In haar nieuwste liefdesverklaring aan pure dans annexeert zij wel het gedrag en het terrein van skaters, maar bestempelt zij hen ook als een stel op zichzelf verliefde dansers op sokken, blind voor wat er in de wereld gaande is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden