Review

Liedjes kunnen ontsnappen

Kinderjaren zijn niet altijd even onbezorgd. In twee nieuwe jeugdromans tekenen onderdrukking en oorlog de levens van kinderen: 'Bezoekjaren' van Joke van Leeuwen en Malika Blain, spelend van 1968 tot 1978, en geschreven vanuit het Marokkaanse meisje Zima, en 'Basja en haar broer' van Sera Anstadt, dat zich afspeelt tussen 1935 en 1945, en waarin de Pools-joodse Basja hoofdpersoon is.

Beide verhalen hebben autobiografische trekken. Sera Anstadt kwam zelf op haar zevende vanuit Polen naar Nederland. En 'Bezoekjaren' is gebaseerd op jeugdherinneringen van Malika Blain. In beide verhalen zijn de kinderen aan het begin, als het leven nog zonnig is, een jaar of zes. Aan het eind zijn ze zestien, en gelittekend voor het leven. Opvallend is dat in beide verhalen toneel, muziek en poëzie een rol spelen als middel tot onderlinge steun van een onderdrukte groep, en om in tijden van perscensuur de wereld toch te laten weten wat voor onrecht er gebeurt: 'liedjes konden ontsnappen' uit de gevangenis.

Twintig jaar geleden correspondeerde Joke van Leeuwen via Amnesty International met Malika's broer, die als politiek gevangene in een Marokkaanse gevangenis zat. Toen hij vrij kwam, nodigde het gezin uit Casablanca haar uit en leerde zij de andere gezinsleden kennen. In nauw overleg met Malika, en onder de voorwaarde dat het fictie zou worden, verwerkte Van Leeuwen hun verhalen tot een roman.

Het gezin van het meisje Zima, de ik-figuur uit 'Bezoekjaren', is arm, hecht en progressief. Ze wonen met zijn achten in een klein woninkje-met-golfplaten-dak, zonder water en elektra. Het gezin is islamitisch, maar niet streng, de kinderen kunnen goed leren, de dochters mogen in spijkerbroek lopen, toneelspelen, en worden niet gechaperonneerd door hun broers, en de moeder is, hoewel Berbers en analfabeet, een intelligente, ondernemende vrouw. Dus zo ongeveer het omgekeerde van het stereotiepe beeld dat we in Nederland van een Berbers gezin hebben.

De oudste zoon, Amrar, wordt als hij in de hoogste klas van het lyceum zit en betrokken is bij de linkse scholierenbeweging van eind jaren zestig, opgepakt en krijgt twaalf (!) jaar cel. Dat is het begin van de 'bezoekjaren', die het hele gezin teisteren, maar ook een enorme onderlinge solidariteit teweegbrengen.

Ondanks mishandeling en ondervoeding weet hij nog te studeren. Als vanzelf neemt de volgende zoon uit het gezin, Mehdi, Amrars plaats in, compleet met politieke stellingname tegen de repressie in het onderwijs. Zodat ook hij op een dag verdwijnt. Moeder loopt net zo vasthoudend de deur van de autoriteiten plat als de 'dwaze moeders' in Argentinië. Hoe ze daaraan onderdoor dreigt te gaan weet Joke van Leeuwen subtiel uit te drukken: “Mijn moeder schonk van grote hoogte thee in. Anders mikte ze altijd feilloos.”

'Bezoekjaren' is een geëngageerde jeugdroman over een stukje leven, zoals dat achter Amnesty-schrijfavonden ligt. Totaal anders dan het eerdere werk van Joke van Leeuwen, waarin ernst niet ontbreekt - zie 'Iep!' (1996) - maar fantasie en humor de boventoon voeren. Humor zit er nu in de moppen over de koning, en overeenkomst is er in de schrijfstijl: lakoniek, suggestief en origineel. Zelf ziet Joke van Leeuwen meer overeenkomsten: het leven in zo'n schamel woninkje (zie 'Het verhaal van Bobbel', 1987), de tegendraadsheid, het doorbreken van cliché's, de drang naar vrijheid.

Hoeveel Marokkaanse couleur locale 'Bezoekjaren' ook bevat, het is een opvallend universele roman over onderdrukking en verzet. Marokko zonder exotisme. Marokkaanse jongeren met hun hoofd net zo vol idealen als in die tijd overal elders in de wereld. Het verschil: in het ene land (Nederland) kon je hiervoor als puber typmachine en stencilapparaat krijgen, in het andere (Marokko) celstraf en marteling.

In 'Basja en haar broer' vertelt Sera Anstadt (72) vanuit Basja hoe twee joodse kinderen in 1936 met hun ouders van Polen naar Amsterdam vluchtten en hier een nieuw leven probeerden op te bouwen, in de hoop veilig te zijn voor de nazi's.

Basja wordt aanvankelijk gepest op school omdat ze geen Nederlands spreekt, maar vindt acceptatie en warmte binnen de culturele vereniging van Oosteuropeanen in Amsterdam, waar haar zang- en toneeltalent opvalt. Hoewel de trieste afloop van het verhaal te raden valt en de schrijfstijl van Sera Anstadt nogal wijdlopig is - ze is uitleggerig en laat in tegenstelling tot Joke van Leeuwen weinig te raden over - lees je het verhaal in één ruk uit. Weer valt op hoe afwachtend veel joden waren, hoe ze maar niet konden geloven wat er over de kampen gefluisterd werd en zo lang mogelijk 'gewoon' wilden doen. En als lezer van nu blijft het onvoorstelbaar hoe van iedereen verlaten joodse kinderen de oorlog overleefden.

Het boek is voor wat oudere kinderen geschreven dan het werk van Ida Vos over joodse kinderen in de oorlog. Ida Vos wil de shoah klein houden, te bevatten voor kinderen onder de tien van nu, en bewaart, bijvoorbeeld in 'De sleutel is gebroken' (1996) nadrukkelijk een clowntje als symbool van hoop. Sera Anstadt, die gewend is voor volwassenen te schrijven (zie 'Al mijn vrienden zijn gek', 15-de druk 1998), houdt ook nu een volwassen toon: “Een toneelstuk is meestal een spiegel van wat er in de werkelijkheid gebeurt”, laat ze vader tegen de tienjarige Basja zeggen. De shoah komt directer en dreigender over; ingehouden angst en wanhoop overheersen. Gelukkig is er een lichtpuntje: Basja en Salo vinden elkaar na de bevrijding terug. Opnieuw een aangrijpend verhaal over joodse kinderen in de oorlog. Je zegt het Leo Vroman zo na: al worden zulke verhalen 'honderd malen' verteld, 'alle malen zal ik wenen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden