Licht als bron voor tijd en eeuwigheid

Germaine Kruip onderzoekt de elementaire werking van zon- en kunstlicht. In Almere levert dat een beeldschone expositie op.

Het staat er niet zonder reden: Museum De Paviljoens is tijdens de presentatie van de installaties van Germaine Kruip tot zonsondergang toegankelijk. Dat betekent variabele openingstijden: in deze winterse periode is het al voor de avond donker, maar de zonsondergang schuift elke dag toch mooi twee minuten later door. En als in maart de zomertijd wordt ingevoerd, dan zijn de bezoekuren van De Paviljoens plots een heel stuk langer geworden.

Dat allemaal omdat zonlicht een belangrijke rol in het werk van Germaine Kruip speelt. Het is zo gezegd haar belangrijkste materiaal. Ze denkt over licht zoals een schilder: alleen met licht kunnen haar ideeën vorm krijgen. Maar Kruip past licht toe niet om er een herkenbare voorstelling mee te maken. Voor haar is licht een beeldend materiaal; haar installaties berusten op de technische hoedanigheden van het licht. Daar horen ook zaken als projectie, breking, schaduwwerking, reflectie en kleur bij. Bovendien zijn haar installaties site specific gebonden. Dat wil zeggen dat ze speciaal voor deze plek, voor deze ruimte zijn bedacht.

Wat het daglicht betreft, maken De Paviljoens het Germaine Kruip niet moeilijk. De zalen, die ooit als tijdelijke tentoonstellingshallen voor de Documenta van 1992 (voor de negende versie, die onder curatorschap van Jan Hoet stond) in Kassel dienden, hebben overal glazen wanden en/of bovenlichten. Dat maakt het inrichten van een tentoonstelling van schilderkunst hels lastig, maar voor deze installaties werkt het perfect. Het gaat Kruip erom het binnentredende licht door middel van breking en/of projectie op een bepaalde plek aan de muur te krijgen. Daar cirkelen spiegels of matte oppervlakken rond en werpen lichtlijnen en schaduwen op de omliggende wanden. Ze gebruikt voor verschillende werken graag de ruitvorm van De Stijl-kunstenaars (Mondriaan, Van Doesburgh), die ze fragmenteert en in een bewegingsmechaniek monteert.

Beweging is niet altijd een voorwaarde, er zijn ook statische constructies wier schaduwbeeld een geringe verandering ondergaan. Bovendien kan het zonlicht ook gefilterd worden. Dan komt het via al dan niet gekleurde en omklappende lamellen naar binnen om een schaduwspel op de muren te projecteren. Te projecteren vormen zijn basaal van opzet: een bol krijgt in zijn schaduwvorm het uiterlijk van een planeet, een ellips werpt een verrassende abstracte vorm in een plas van licht. Ze vond de ellipsvorm bij haar zoektocht trouwens heel mooi. Het resultaat is een reliëfbeeld van de ellips in gips dat zich door een geraffineerde omgang met het neutraal witte oppervlak van de muur lijkt los te willen maken. Kijk je er heel intens naar, dan ontstaat een nabeeld dat als een witte vlek wil oplossen.

Het kan ook met kunstlicht: in een donkere zaal even verderop rijdt hoog boven het hoofd van de bezoeker een daglichtspot in een traag tempo over een rail. De spot laat het licht tussen een streng grid vallen, waardoor op de muur of op de grond een kooi van tientallen spijlen groeit. Het patroon van de spijlen is natuurlijk veel ritmischer dan de enkelvoudige ellips, maar het aanwenden van de schaduwprojectie gaat met hetzelfde minimalistische gemak. Tegelijk ontstaat nog een tweede bijwerking die het gebruik van (zon)licht kent: licht kan zo ritmisch werken dat er een suggestie van tijd ontstaat. Bij Kruip draaien of zweven de bollen, de ruiten of lamellen in een onbedwingbaar tempo. Het uiteindelijke resultaat kan wisselen bij daglicht, maar wanneer kunstlicht wordt aangewend, is het beeld anti-dynamisch. De twee soorten licht verhouden zich tot elkaar als het tijdelijke tot het eeuwige, maar Kruip waakt ervoor dat ze elkaar kunnen verstoren. Elke installatie heeft haar eigen ruimte, haar eigen lichtbron en intervenieert niet bij haar buren.

Gebruikt een schilder het licht als voorwaarde om tot een illusionistisch beeld te komen (denk aan de theatrale ensceneringen van de Caravaggisten, die net als Vermeer de lichtbron verborgen hielden om de illusie van echt licht niet te verstoren), bij Kruip is allerminst sprake van een kunstmatig opgeroepen beeld. Ze slaagt erin om licht een zekere autonomie te geven, als een niet te beïnvloeden natuurkracht die zelf wel eens het visuele beeld zal bepalen. Je denkt dat je voor het zien van haar installaties natuurlijk helder en krachtig daglicht nodig hebt, en al helemaal niet een waterig winterzonnetje dat nog geen verwarmende kracht heeft.

Maar ook hartje winter staat er prachtig licht in De Paviljoens. Soms grijzig als er veel sneeuw in de lucht zit, soms bleek wit als de sneeuw is gevallen en blijft liggen, soms krijtachtig bij mistflarden buiten. Die verschillende weerstypen hoeven niet door de kunstenaar gecontroleerd te worden; ze ervaart ze eerder als een bonus. Het bereiken van optimale schoonheid is haar voornaamste uitgangspunt. Misschien dat ze om die reden ook weer statische en dus onveranderlijke beelden kan maken. Zoals een enorme plaat marmer die zijn eigen spiegelbeeld vormt. Of een projectie van nieuwsfoto’s getoond tegen andere foto’s waarmee ze inhoudelijke vormgelijkenis delen (een foto van de dode en deels ontklede Che Guevara omringd door militairen tegenover een reproductie van een anatomische les van Rembrandt). Of een film van een exotisch vogeltje dat het ovalen nest van zijn vrouwtje met kleurige voorwerpjes poogt op te sieren. Foto en film zijn gebaseerd op licht- en schaduwwerking, maar Germaine Kruip hanteert beide media hier duidelijk om een nieuw eindbeeld te creëren. Voor de elementaire aanwending van film en fotografie ligt er voor haar nog een heel terrein open.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden