Interview

Librisprijswinnaar Rob van Essen: Zouden lezers dit pruimen, vroeg ik me af?

Schrijver Rob van Essen won de Libris Literatuurprijs 2019 met zijn boek ‘De goede zoon’. Beeld Martijn Gijsbertsen

Schrijver Rob van Essen won maandag de Librisprijs met een knotsgekke roman over zijn overleden moeder. Hij wil prikkelen en ontregelen. ‘Je moet de lezer zo ver meenemen in een achtbaan dat hij nog net niet kotsend uit het karretje hangt.’

 Autobiografische science-fiction, dat label had hij graag op de kaft gezien. Maar de uitgever vond het niks, zegt schrijver Rob van Essen de dag nadat hij de Libris Literatuurprijs 2019 in de wacht heeft gesleept. Te raadselachtig. Afschrikwekkend zelfs.

Toch dekt de term precies de lading. De winnende roman ‘De goede zoon’ is een roadtrip van twee oud-collega’s, gesitueerd in een science-fiction-achtige omgeving. Er zijn intelligente robots met ironie. Er zijn zelfrijdende auto’s die intiem contact bieden. En de burger is lethargisch geworden door de invoering van het basisloon.

“Ik wil mensen laten nadenken door tendenzen uit de huidige maatschappij te extrapoleren”, verklaart Van Essen. Tegelijk beseft hij dat veel lezers vooral zullen worden aangetrokken door dat andere, autobiografische deel van het boek: een verteller die rouwt om zijn dementerende moeder bij wie hij twintig jaar lang elke week langsging.

Van Essen heeft een nacht met weinig slaap achter de rug. Straks zal bij uitgeverij Atlas Contact het feest losbarsten. Maar eerst vertelt hij in het tuinhuis van de uitgever hoe dicht het boek hem op de huid zit.

U noemt uw roman een ‘verhuld moederboek’. Waarom?

“Het moederthema is tijdens het schrijven een van de belangrijkste onderwerpen gewórden, maar zo was het nooit bedoeld. Eerst had ik alleen het verhaal van die twee mannen die een futuristische roadtrip gingen maken. De verteller leek al wel op mij. Toen overleed mijn moeder, februari vorig jaar. Op dat moment snapte ik ineens: de verteller moet terugkijken op zijn moeder en op zichzelf als zoon. Dat bracht me in een flow. Zo ontstond er alsnog een moederboek, maar niet van het rechtstreekse, voorspelbare genre dat nu populair is. Dat zou ik nooit willen schrijven. Ik heb het ingebed of verhuld in die vreemde setting. Eigenlijk is het cru: door haar dood heeft mijn moeder deze roman gered. Het voelt als kannibalisme om haar zo te gebruiken. Maar ik ben blij dat ik het heb gedaan. Het heeft me geholpen bij de verwerking.”

Hoe dan?

“Mijn moeder ging heel langzaam ten onder. Door de dementie verdween ze geleidelijk. Het was een langgerekt afscheid. Ze is 93 geworden. Na haar dood heb ik niet intens gerouwd. Net zo min als de verteller kon ik huilen. Dat is problematisch, want huilen is wat iedereen van je verwacht. Toch heb ik op mijn manier kunnen rouwen: door te schrijven. Het schrijven was de verwerking. Ik dacht na over de lastige relatie die ik met mijn moeder heb gehad. En over de vraag of ik een goede zoon ben geweest.”

Wat was er lastig aan de relatie met uw moeder?

“Mijn moeder leefde niet gemakkelijk. Ze werd geplaagd door angsten en depressies. Ze was onzeker en afwachtend. In het gezinsleven was ze niet gelukkig. Ze had liever willen werken, net als mijn vader, een onderwijzer. Door haar onzekerheid was ze niet in staat om haar kinderen zelfvertrouwen mee te geven; dat heb ik later moeten verwerven. Je kon mijn ouders alleen blij maken als je meeging naar de kerk en in het gareel liep. Maar ik verliet het geloof en voldeed niet aan de eisen. Toen stokte hun liefde. Ze hielden niet van mij om mezelf. Dan ga je rebelleren.”

Toch heeft u uw moeder jarenlang elke week bezocht. Maakt dat u tot ‘goede zoon’?

“Daar ben ik nog steeds niet uit. Ik bracht elke week boodschappen, keek samen met haar naar oude foto’s en hield haar hand vast. Dat vond ze prettig. De boodschappen waren in het verzorgingshuis op den duur niet meer nodig. Het bezoek kostte me steeds minder inspanning. Maar voor wie deed ik het eigenlijk? Wie wilde ik pleasen? Mezelf, omdat het fijn voelde om iets goeds te doen? Mijn moeder? Andere familieleden? De verplegers? Ik kan die vraag onmogelijk beantwoorden.”

En was zij een goede moeder?

“Nee. Ze heeft het op haar manier geprobeerd, met de beste intenties, maar ze was te gefrustreerd en angstig om het goed te doen. Dat maakt haar tragisch. Haar leven werd gedomineerd door angst voor de hel. De paradoxale zegen van de dementie was dat haar angst erdoor verdween: ze leefde de laatste jaren volkomen in het moment, ze dacht niet meer aan de toekomst. Eindelijk kon ze genieten. Vandaar die ironische zin uit de roman: ‘Echte mindfulness is blijkbaar pas mogelijk als je mind er niet meer is’.”

Is de roman een afrekening?

“Ik kijk niet om in wrok, eerder met verbazing en verdriet. Er was zoveel onmacht. Nee, ik zie dit boek niet als afrekening, meer als het opmaken van een balans. Dat gaat trouwens niet alleen over mijn moeder, maar ook over mijn streng-gereformeerde jeugd in Twente en over de werkloosheid in de jaren tachtig. Over die thema’s heb ik eerder geschreven. In dit boek komt alles samen: de culminatie van mijn werk. Nu ben ik er klaar mee. Mijn volgende roman moet over iets heel anders gaan.”

Hoe bent u ooit aan het schrijven geraakt?

“Mijn vader schreef christelijke kinderboeken. Wát hij schreef heeft me niet geïnspireerd, wel dát hij schreef. Dat maakte het vanzelfsprekend dat ik er ook mee begon. Het schrijven bevrijdde me; het gaf me zelfvertrouwen, doordat ik merkte dat ik het kon. Ik las graag en bleek zelf ook in staat om iets goeds te maken. Dat maakte me gelukkig. Ik raakte ervan overtuigd dat het me ooit zou lukken om schrijver te worden. Ik stuurde veel naar uitgevers en kreeg vrienden met wie ik over mijn werk kon praten. Op mijn 33ste ben ik gedebuteerd.”

Was u meteen overtuigd van ‘De goede zoon’?

“Dit was het boek dat ik wilde schrijven. Ik zag dat het goed was, maar ik twijfelde enorm, al tijdens het schrijven. Zo’n krankzinnig verhaal met denkende robots en een pratende therapeutische auto… Zouden lezers dat pruimen? Ik had niet gerekend op een massa liefhebbers, maar gezien de prijs valt het reuze mee. Gelukkig bleef mijn redacteur Sander Blom erin geloven. Dankzij hem heb ik doorgezet.”

Soms lijkt u de lezer te tarten. Zo’n opening waarin de verteller pagina na pagina vloekt en tiert, waarom doet u dat?

“De verteller zit vol frustratie en ongerichte woede. Die toestand maakt het aannemelijk dat hij meegaat op de roadtrip; hij is chronisch ontevreden over zijn leven. Tegelijk is zijn opgefoktheid herkenbaar. Ik breng er ook een licht schokeffect mee teweeg; je hebt de lezer meteen bij de les. Ik wil prikkelen en ontregelen. Zelf hou ik ook van ontregelende boeken met meerdere vertellers of rare ontwikkelingen in het verhaal of de stijl. Iets sardonisch heb ik wel, ja. Ik wil de lezer zo ver meenemen in een achtbaan dat hij nog net niet kotsend uit het karretje hangt. Hij moet genieten, maar niet op een gemakkelijke manier. Je moet als schrijver niet leveren wat de lezer wil. Dat is de dood van de literatuur.”

Vandaar uw hang naar surrealisme en Verfremdung?

“Precies. Ik houd erg van Kafka. Dat vreemde, dat enge waar je niet de vinger op kunt leggen. Het surrealistische van Borges heeft ook een directe weerslag in mijn verhalen. In ‘De goede zoon’ kom ik er als schrijver regelmatig tussendoor met opmerkingen die de lezer uit het verhaal trekken. In die Verfremdung ben ik heel ver gegaan. Als lezer ga je daar in mee, of je slaat het boek dicht. Mijn streven is dat het geestverruimend werkt. Anders wordt het saai.”

U heeft beloofd om, als u de Librisprijs zou winnen, de diamanten schedel van kunstenaar Damien Hirst op uw lichaam te laten tatoeëren, vanwege een weddenschap met uw redacteur Sander Blom. Gaat dat nu gebeuren?

“Eh ja, dat kan niet anders. Het zou flauw zijn als ik nu terugkrabbel. Een kleintje, hoor! En het laatste nieuws is dat Sander er ook een laat zetten, uit solidariteit.”

Wie is Rob van Essen?

Rob van Essen (1963) is schrijver, recensent en vertaler. Hij debuteerde in 1996 met ‘Reddend zwemmen’. In totaal schreef hij acht romans, twee autobiografische kronieken en twee verhalenbundels. Hij verliet de middelbare school voortijdig en studeerde een jaar kunstgeschiedenis.

Lees ook:

Rob van Essen wint Librisprijs 2019 met ‘De goede zoon’

Jet Bussemaker, juryvoorzitter van de Librisprijs en oud-minister van cultuur, sprak maandagavond het verlossende woord. Ze prees de roman van ­Rob van Essen als ‘een meesterwerk’ vol ‘bizarre invallen, groteske wendingen, lijnen en lagen’.

Met ‘Wees onzichtbaar’ van Murat Isik, de Libriswinnaar van vorig jaar, heeft de Bijlmer ook een beetje gewonnen

‘Jij komt er wel’, sprak zijn docent creatief schrijven. En zie, Murat Isik sleepte de felbegeerde Libris Literatuur Prijs 2018 in de wacht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden