Beeld Trouw

Klassiek & Zo Peter van der Lint

Librettotrouw: de zweep erover

Er is de laatste jaren, in ­bepaalde kringen, veel ­gedoe over librettotrouw. Dat moet ik misschien even uitleggen. Een ­libretto (Italiaans voor boekje) is het tekstboek van een opera. Daar staat meestal niet alleen de tekst in die de personages in zo’n opera zingen, maar vaak ook regieaanwijzingen – bijzonder gedetailleerde regieaanwijzingen. Je zou denken: handig voor regisseurs van die opera’s. Maar nee. Hedendaagse regisseurs trekken zich juist zo min mogelijk aan van die aanwijzingen, voelen zich erdoor beperkt.

Daarin zit precies de angel van al dat heftige gedoe vandaag de dag over librettotrouw. Er is een grote groep operaliefhebbers en -kenners die in het geweer komt tegen de vrijheden die regisseurs zich veroorloven. Deze opera buffs, zoals ze in het Engels heten, verketteren steeds maar weer de in hun ogen waardeloze ensceneringen, waarin ze het origineel niet meer herkennen. Er is zelfs een Facebookgroep ‘Against Modern Opera Productions’ waar ­gelijkgestemden elkaar een hart ­onder de riem kunnen steken. Vast onderdeel daar is het raadspelletje ‘Guess the Opera’, waar bij een foto van een moderne enscenering ­ergens op de wereld de vraag gesteld wordt om welke opera het gaat.

Ik vermoed dat de foto die hieronder geplaatst is geweldig in die rubriek zou passen, en dat niemand op de naam van de opera zou komen. Het is een beeld uit Mascagni’s ‘Cavalleria rusticana’ bij De Nationale Opera. De productie van deze opera, gekoppeld aan Leoncavallo’s ‘Pagliacci’ is nu te zien en oogstte lovende reacties. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er bij de première ook wel wat ‘boe’ klonk voor regisseur Robert Carsen. En dat boe was dan waarschijnlijk vooral omdat er niets herinnerde aan het hete en broeierige platteland van Sicilië waar het verhaal zich afspeelt.

Geen arm Siciliaans boerendorp in ‘Cavalleria rusticana’ bij De Nationale Opera, maar een toneel vol kap- en grimespiegels voor de koorleden. Beeld Baus / DNO

Carsen plaatst beide opera’s in de wereld van het operabedrijf, theater-in-theater dus, en dat werkt geweldig spannend. Bij hem geen arm Sicilaans dorp op de bühne, maar een ­toneel vol kap- en grimespiegels voor de koorleden. In ‘Pagliacci’ komt een beroemde scène voor waarin Nedda haar belager, de gebochelde Tonio, van zich afslaat met een zweep. ­Tegen haar lover Silvio rept ze later nog over deze klap met de frusta. Bij Carsen was er geen zweep te zien, noch was Tonio gebocheld. Nedda gaf hem een goed gemikt knietje en vroeg de ineenkrimpende Tonio of hij misschien jeuk had. In de boventiteling was de tekst aangepast. De zweep was verdwenen, evenals Nedda’s vraag of Tonio soms jeuk aan zijn bochel had.

Boventitels zijn een groot goed, maar vaak olie op het vuur van hen die librettotrouw eisen. Hier was het goed opgelost, maar wellicht dat die enkele boeroeper juist misnoegd was over het ontbreken van de zweep op de bühne en in de boventitels. Voor hen zou de uitvoering van Berlioz’ ‘La damnation de Faust’, vanavond in het Gergjev Festival een zegen kunnen zijn. Berlioz wilde per se geen opera maken en noemde zijn werk een légende dramatique. Hij vond dat muziek en zang de verbeelding van iedere ­bezoeker in gang kon zetten. Daar had je geen beelden bij nodig vond hij. Iedereen kan als het ware zijn ­eigen enscenering maken, in zijn hoofd. En hoewel theatertechnieken enorm verbeterd zijn, is Berlioz’ spectaculaire afdaling in de hel nóg spectaculairder als die zich alleen in je verbeelding afspeelt. 

 Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden