Levende, maar verlamde standbeelden

'Twins' (1998). ( FOTO GURAM TSIBAKHASHVILI)

Wat is typisch Georgisch? Het Cobra Museum toont beelden die wantrouwen en onbehagen oproepen. Maar mogen het er iets meer zijn?

’Born is Georgia’ is een sympathieke poging van het Cobra Museum in Amstelveen om greep te krijgen op de hedendaagse kunst in een land met een cultuur waar het Westen weinig van af weet. Georgië deelt dat gebrek aan belangstelling met verwante staten als Wit-Rusland, Armenië, Moldavië, Oekraïne en ook de Baltische staten. Het zijn naties met culturen die op weinig empathie mogen rekenen vanuit de centrale kunstmetropolen als Berlijn, Parijs of Londen.

Ze hebben zich de afgelopen twintig jaar met wisselend succes vrijgemaakt van de Sovjet-Unie of haar opvolger het GOS. In sommige landen volgde een ware exodus van de intelligentsia en kunstenaars of, in de meeste gevallen, van goedkope arbeid.

Kunstenaars die achterbleven, stonden voor de taak om toch op zijn minst na te denken over hun rol in het nieuwe land. Oriëntatie op het verleden was in veel gevallen moeilijk: de eigen taal en beeldtaal is decennialang door de Russische overheersing weggegumd. Dat gold ook voor de traditionele cultuurvormen die vaak zelfs niet wisten te overleven in de musea.

Kunstenaars richten zich daarom tot de internationale kunstwereld voor inspiratie, maar ze moeten een fenomenale inhaalslag leveren. Wie jarenlang kennis van de klassiek-modernen als Picasso, Kandinsky, Klee, Mondriaan of Duchamp was onthouden, moest zich wel verloren voelen bij een bezoek aan de moderne musea in West-Europa of de VS.

In Georgië is de situatie extra gecompliceerd. Ook hier een exodus van zoekende kunstenaars die hun heil in het Westen zochten en een nog grotere groep thuisblijvers. Die laatste groep kon zich lang niet altijd teweerstellen tegen de Russische (culturele) overheersing.

Gastconservator Jan Hein Sassen was eerder curator van de Oekraïne-tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam en kent de weg in de voormalige Sovjetlanden. In zijn keuze ontbreken niet voor niets nationale ijkpunten. De oudste kunstenaars in zijn selectie zijn in de tweede helft van de jaren vijftig geboren.

Opvallend is ook het ontbreken van ’nationale’ schilders of beeldhouwers van het soort waartoe in Nederland bijvoorbeeld Carel Visser, Karel Appel, Constant of Armando worden gerekend. Schilders die in het land zelf bleven wonen, zijn niet gevonden. Ook dat is veelzeggend, want de schilderkunst maakt elders in Europa sinds eind jaren zeventig een opmerkelijke bloei door.

Dat neemt niet weg dat er in het Cobra Museum behoorlijk veel schilderkunst te zien is. Maar omdat deze Georgiërs door hun verblijf in het buitenland (Düsseldorf, Londen, New York) kennelijk vatbaar zijn geworden voor internationale tendensen, toont hun werk weinig ’typisch Georgisch’, wat dat ook mag zijn.

Neem een schilder als Keti Kapanadze (1962), in Tbilisi geboren, maar tegenwoordig werkzaam in het Duitse Stuttgart. Met een licht-erotische ondertoon worden communicatieproblemen vormgegeven op een weinig dramatische, zelfs vrijblijvende wijze, zoals dat zo vaak in de Europese of Amerikaanse kunst te zien is.

Andere schilders zijn nog conceptueler bezig. Bij hen wordt alleen de kleur en soms ook nog de vorm aangeduid (Tamara K.E., Düsseldorf, Nino Chubinishvili, Parijs).

Om in de lacune van schilders die in eigen land zijn gebleven te voorzien, heeft Sassen vooral naar fotografen gezocht. Ook die zijn de laatste jaren sterk beïnvloed door wat er met name in Duitsland, met zijn voorkeur voor het perfecte realisme, wordt gemaakt. Gio Sumbadze balanceert tot over de rand van de documentaire fotografie. Minder geldt dat voor Guram Tsibakhashvili. Die bevriest de mensen die poseren met de voeten letterlijk in de grond, zodat ze aan levende, maar verlamde standbeelden doen denken.

Pas bij een schilder als Niko Tsetskhladze uit Tbilisi, die bestaande fotobeelden met Goya-achtige figuren beschildert, breekt die onbehaaglijke sfeer door die als typisch Georgisch mag worden beschouwd. Dat zijn beelden die het gevoel oproepen voortdurend alert te moeten zijn op meestal negatieve ontwikkelingen, op een algemeen gevoel van wantrouwen en onbehagen.

Zulke beelden hadden op dit overzicht van Georgische kunstenaars in de meerderheid mogen zijn. Nu overheerst toch de opvatting dat de specifieke Georgische kunst het aflegt op de internationale podia. De poging van Sassen om greep te krijgen op deze complexe situatie is er niet minder dapper om.

Keti Kapanadze, ¿Versailles¿, acrylverf op doek (2008). (Trouw)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden