Review

Leven onder de orde

“De eerste keer dat ik ondergronds ging, was ik bang. Ik had al een tijdje rondgehangen en wat mensen leren kennen, zoals Marco. Ik ontmoette hem in Riverside Park aan de westkant van Manhattan.

PETER SIERKSMA

Sigaretten zijn de beste betaalmiddelen in tijden van oorlog en crises, dus met een paar pakjes op zak, raak je al gauw aan de praat. Het belangrijkste is luisteren. Zij nemen je op en als je maar even de indruk wekt echt geïnteresseerd te zijn, dan zijn ze verrast en is het goed. De meeste mensen vermijden dat. Want hoe werkt het bij het zien van een zwerver of dakloze op straat? Je lokaliseert hem of haar in een moment van thuisloosheid en dat beeld bevriest: LE:

vieze jas vieze schoenen, vieze haren, misschien een bedelbakje, en we vergeten dat ook zij liefde, haat, trots, medelijden, mededogen, eerlijkheid, een verhaal, familie, moeders, grootmoeders, grootvaders hebben of gehad hebben. Wij bevriezen hen in dat ene moment: dakloos, en dat zullen ze altijd blijven. Zes maanden heb ik dat ook gedaan en liep ik op de daken van hun leven.'

“In 1993 ben ik naar New York gegaan. Ik werkte bij The Irish Press, een republikeinse krant. Maar opeens was ik het zat en wilde weg. Ik wilde gewoon weg. Ik wilde schrijver worden, maar had niet de indruk dat het Ierse schrijversklimaat goed was. Ierland is te klein, te dorps, te gezellig. Veel Ierse schrijvers zoals Edna O'Brien leven in een soort 'culturele ballingschap', dat begrijp ik wel. Ierland is altijd goed om thuis te komen, maar niet goed om te blijven. Ik voel me ook maar deels Iers, meer een internationale bastaard.”

“Na een korte periode in New York te hebben doorgebracht, ben ik gaan reizen. Deels alleen, deels met Allison, toen mijn vriendin, nu mijn vrouw. Door de VS, Zuid-Amerika en later ook Japan, naar Tokio waar ik anderhalf jaar gewoond heb. In 1995 zijn we in New York gaan wonen. Hier, Upper East Side.”

“So Marco took me down, early 1994. We glipten naar beneden bij een spoorwegtunnel, om de tien huizenblokken heb je een ingang naar een tunnel, ironworkgates. Die ingangen zijn beveiligd door hekken, maar daar zitten vaak gaten in. We glipten dus door zo'n gat en Marco liet me een compleet andere wereld zien. De tunnels zijn ongeveer 75 voet (ruim 22 meter) breed en 40 voet (12 meter) hoog. Op sommige plekken zie je een lichtkoker in het plafond. Marco leeft hoog in een uitsparing boven een van de gangmuren, niet ver van Riverside Park. Die uitsparingen werden in het begon van de eeuw gebruikt door de arbeiders die de treintunnels aanlegden en later reparatiewerkzaamheden moesten uitvoeren. Soms zijn de muren beschilderd zoals bij Papa Doc, de rastaman en Vietnam-veteraan. De vrouw die model heeft gestaan voor Angela, de verslaafde kunstenares, leeft vlak onder de Bowery. Lower East Side.”

“Marco's huis werd een soort modelwoning voor mijn boek. De woning van de hoofdpersoon, Treefrog. Ik heb hem nu al acht maanden niet gezien. Hij zou naar Mexico gaan, hij is van Cubaanse afkomst, een briljant fluitspeler, maar of hij ooit gegaan is? Marco is schizofreen. Hij praatte zo: (Heel snel) 'Talk, talk, talk, Brothers in the blood, brothers in the blood... you're my brother, you don't wanne talk about it, yeah, ye, ye...' Drugs? Noh-noh-noh-not for him...”

“Hij maakte vreemde gedachtesprongetjes. Het ene moment had hij het over kersenbloesems en dan weer over een Japanse muzikant die hij kende. Vervolgens over medicijnen en zijn been, zijn geest was constant op de loop en niemand luisterde naar hem. Dagen heb ik met hem opgetrokken. Hij had een verleden vol gekkengestichten. Soms was hij heel wispelturig.”

“Toen ik dus voor het eerst naar beneden ging, was ik bang. De stemming kan zo snel omslaan... Al snel leerde ik meer mensen kennen. Bernard bijvoorbeeld. Hij woonde vier blokken verder dan Marco. Voor zijn woning (hele interieurs slepen ze mee!) stond een ladder en die trok hij op als hij boven was. Alleen als hij wist dat ik zou komen, liet hij de ladder staan. Soms zag je een rat, rattenstront op het bed, maar de meeste bewoners houden daarom katten. Om de ratten op afstand te houden.”

“Ik trof een nieuwe wereld aan. Maar hoe vaker ik kwam, des te gewoner het werd. Het avontuurlijke verdwijnt al heel snel. Je ziet opeens het ritme van het ondergronds bestaan. In zekere zin verschilt dat niet zoveel van het leven in een huizenblok boven de grond. Ze doen hun boodschappen, hebben hun eigen territorium en kennen hun eigen verveling. Heel saai eigenlijk, daar beneden.”

“Wij hebben een idee ontwikkeld over hun onbegrijpelijke leven, zwervend van de ene plek naar de andere, nooit rust, altijd alleen, altijd op zoek naar voedsel, een huis, een slaapplaats. Maar soms vergaat het hen net als ons. Dat was een openbaring voor me. Op een gegeven moment dacht ik: Nu ken ik de tunnels, nu ken ik hun sociale en geografische kaart - toen ging ik anders naar hen kijken. Er komen ook wel eens journalisten naar beneden. Maar die blijven dan een uurtje of hoogstens een dagdeel en kijken naar de sensatie, alsof het aapjes zijn. Valse romantiek. Zij zijn niet geïnteresseerd in die diepe ritmes van het leven in de tunnels.”

“Ergens in het boek zegt een agent tegen Angela als zij door haar vriend in elkaar geslagen is: 'Kom naar boven en we zullen je beschermen.' Ik heb een politieman van het kantoor bij Grand Central Station ontmoet, die dat ook deed. Hij gaf mensen te eten, liet ze even bijkomen op het bureau... Maar meer kun je niet doen. Je kunt het probleem niet oplossen door nieuwe huizen te bouwen voor de daklozen, zoals men in eind vorige eeuw na 'How the other half lives' van Jacob A. Riis wel deed. Zo zou het in Europa werken. In Amerika niet meer. Sociale zekerheid? Het zal ze worst wezen... Maar afgezien daarvan, het probleem in New York is ook, dat het ondergronds voor sommigen veiliger is dan erboven. De kelder van de stad is donker, maar ook veilig: Niemand meer die dreigt je het huis uit te zetten, geen ruzie meer met je buren, geen intimidatie meer van de buurman die pooier of heler is. Vergis je niet. Het gaat meestal niet om honger. Voedsel genoeg. Vaak spelen heel andere dingen een rol. Psychische factoren vooral.”

“Soms lukt het iemand om weer terug te keren naar het gewone leven. Bernard bijvoorbeeld. Hij woont nu in een appartement in Harlem. 149th Street, vierde verdieping. Hij is nu relatief gelukkig maar hij mist de tunnels ook. Het klinkt wellicht vreemd, maar het tunnelleven was het laatste wat hem van de gewone wereld onderscheidde. Niet zijn uiterlijk, zijn huis, zijn baan, zijn gezin, maar de tunnel maakte hem anders. Daar was hij belangrijk. Nu is hij zoals iedereen. Een niemand.”

“Vergeet niet, in de tunnels heerst ook een soort (typisch Amerikaanse) 'frontier-mentaliteit'. Ooit zijn de pioniers van Oost naar West getrokken, van Boston over de bergen en door de prairies naar Oklahoma en Californië. Toen ze de oceaan bereikt hadden, ontdekten ze de grenzen van de lucht. Eerst kwamen de steden, toen schoten ze raketten naar de maan. En nu ontdekt men de ondergrondse. Want verder dan de oceaan en de sterren kunnen we niet meer. Er is in die tunnels een vreemde vrijheid, wildernis. Het gaat eigenlijk net zo als in het wilde westen, waar degene die het eerste op een stuk land kwam het ook bezat: de eerste die ergens een kartonnen box neerzet heeft zijn gebied afgeperkt. Dit is van mij!”

“Misschien zie ik het verkeerd, maar het tunnelleven is een nieuw fenomeen in de Amerikaanse geschiedenis, zeker wanneer je kijkt naar de omvang van die ondergrondse stad. Op Manhattan leven ongeveer 2000 mensen in de tunnels. Sommigen schatten zelfs 5000. Dat is een groot aantal mensen. De samenstelling van de tunnelbevolking is opmerkelijk: 95 procent mannen, vijf procent vrouwen. 75 procent zwart. Bijna 80 procent tussen de 40 en 50 jaar oud. Geen oude mensen. Het is de generatie van de seventies. Mensen die oud genoeg zijn om te weten dat de dromen van de jaren zestig voorgoed verdwenen zijn. Mensen als Faraday, van de eerste generatie die niet wilde werken, maar op haar kont zit en nu niet meer anders kan. Ja, de schaduwgestalten van de Beat-generatie. Er is ook een groep alternatieve twintigers en dertigers. Maar die groep komt en gaat weer. Op een gegeven moment keert die weer terug, maar de jaren- zestig-generatie is veelal te moe om terug te keren. Bernard is een uitzondering.”

“Of Treefrog ('Boomkikker') ooit terugkeert, blijft onduidelijk. Wel klimt hij omhoog bij wijze van herrijzenis of opstanding zo je wilt. Het is een belangrijk thema in het boek, maar daar wil ik liever niet te veel over zeggen. Treefrog is een van die mensen die ondergedoken zijn, omdat hij de wereld niet meer aankon. Hij was gelukkig, had een vrouw, een kind, een opa, een verleden. Hij was wolkenkrabbenbouwer, maar er gebeurt iets waardoor hij in de war raakt. En waar de wereld hem kwijt is, ga ik verder.”

“Treefrog is een nobody, een everyman. Zijn grootvader, Nathan Walker, is een zwarte die aan het begin van de eeuw meegegraven heeft aan de tunnel onder de Hudson en later aan het netwerk waar zijn kleinzoon, half zwart-half Iers, later in leeft. 'This side of brightness' ('Het verre licht') laat de schaduw, de keerzijde van de geschiedenis van de trotse stad zien, de bodem waarop de indrukwekkende weelde is gegrondvest. Toen ik ondergronds ging zwerven, had ik geen idee hoe die indrukken in een roman verwerkt zouden worden. Ik wist pas dat het echt wat ging worden toen ik ontdekte hoe de tunnels gebouwd zijn. Ik ging naar de bibliotheek van het New York Transit Museum in Brooklyn en vond daar krantenknipsels van twee drama's waarbij een aantal tunnelgravers door een explosie uit de tunnelgang zo de rivier uit geblazen werd. Een uit 1905 en een uit 1916. Het was groot nieuws destijds. Grote koppen in de New York Times: BLOWN FROM TUNNEL SHAFT THRO' RIVER. Toen ik dat las wist ik: Dit is het! Bij dat ongeluk heb ik ook 'mijn Ier' opgeblazen, Con O' Leary. Door Con te vermoorden, kon ik alle aandacht op Walker richten en uiteindelijk op Treefrog."

“Ik hou van mensen die op de rand leven. Ik heb dit geschreven aan de Upper side van Manhattan, hoe kan dat?

Is dat niet heel arrogant? Er komen mensen naar me toe die zeggen: Je bent even beneden geweest, maar wat denk je wel? Hoe durf je het om een zwarte stem te vertolken, zeg me, hoe durf je de geschiedenis van ons zwarten te beschrijven? Wat pretendeer je eigenlijk? Die vraag heeft me lang gekweld. Maar ik heb het gedaan. En echt, geloof me, het is geschreven vol overgave, met liefde, met compassie. Ik wilde geen cartoons maken. Ze zijn er. Echt, ze zijn er, de mensen met hun Vietnam-trauma's, de verslaafden... maar dat was voor mij verboden terrein. Het zou niet goed zijn...'

“Weet je trouwens dat ik regelmatig van Nathan Walker droom. Shit zeg, jammer dat je niet kunt lopen. De volgende keer gaan we naar beneden, zal ik je alles laten zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden