Column

Letterlijk betekent zelden letterlijk

Letterlijk betekent dan ook maar zelden echt letterlijk, zoals filosofen als Friedrich Nietzsche (foto) en Jacques Derrida hebben duidelijk gemaakt.Beeld RV

Ik schrok me letterlijk dood!' De mevrouw in de treincoupé was diep in haar boek verzonken geweest; zo ongemerkt mogelijk was ik tegenover haar gaan zitten.

Té ongemerkt waarschijnlijk. Bij het omslaan van de bladzijde was ik plots in haar blikveld verschenen. Vandaar die schrikroep van plots overlijden, zo flagrant in tegenspraak met de werkelijkheid. In haar priemend verwijtende blik zat nog altijd meer dan voldoende leven.

Zodra het woord 'letterlijk' valt, gaan filosofen rechtop zitten. En het valt naar mijn indruk steeds vaker - wonderlijk genoeg om precies het omgekeerde uit te drukken van wat het zegt. Het is een stopwoord van nadrukkelijkheid geworden, net zoiets als 'vreselijk' of 'verschrikkelijk'. Met vrees en schrik hebben die laatste meestal weinig meer te maken. Hun inhoud hebben ze allang verloren. Betekenis heeft alleen nog hun lege huls, die zoiets als 'heel erg' tot uitdrukking brengt. Waarmee de cirkel opnieuw begint, want 'ik houd verschrikkelijk veel van je' is net zo min schrikwekkend als het 'erg' is.

Letterlijk betekent dan ook maar zelden echt letterlijk, zoals filosofen als Friedrich Nietzsche en Jacques Derrida hebben duidelijk gemaakt. We denken wel te weten welk idee we met ieder woord aanduiden, maar elke uitspraak zit vol metaforische associaties die alle pretenties van exactheid vertroebelen. Wat we zeggen, is altijd slechts ten-naaste-bij.

Precisie-instrument

Taal is geen precisie-instrument waarmee mensen als evenzovele ingenieurs tot op de millimeter nauwkeurig opereren. Ze bestaat eerder uit strandvondsten waarmee we - om met de antropoloog Claude Lévi-Strauss te spreken - ons al knutselend door het leven slaan. Het woordenboek probeert de anarchie daarvan zo goed mogelijk te beteugelen, maar heel goed lukt dat niet. Vandaar die eindeloze reeksen betekenissen bij één en hetzelfde woord, en de noodzaak om iedere zoveel jaar een nieuwe editie uit te brengen. Taal verandert en verslijt razendsnel onder het gebruik.

Je zou ook kunnen zeggen: taal is écht. Ze is niet een ideëel soort netwerk dat over de werkelijkheid heen gespannen staat. Woorden zijn dingen, net zoals voorwerpen dat zijn. Ze lijken een soort gedachten-inhoud te bezitten en over zichzelf heen te wijzen naar iets anders, maar hoe en waarnaar ze verwijzen en wat die inhoud precies is: wanneer we dát onder woorden proberen te brengen, staan we al snel met de mond vol tanden. Wat we zeggen blijkt altijd meer of zelfs iets heel anders te betekenen dan we denken.

De mens is een taal-wezen, zo heeft de twintigste-eeuwse filosofie ontdekt. Wat hij is, is hij dankzij de woorden die hij bezigt, de zinnen waarmee hij de wereld ordent en de namen waarmee hij wordt genoemd. Maar veel houvast biedt dat niet. Onder zijn handen glibberen de woorden alle kanten op; in zijn mond blijken ze steeds weer te ontsnappen aan wat hij eigenlijk zeggen wil.

In de taal ploeteren we rond zoals in de wereld zelf. In beide heerst dezelfde ongewisheid, waarin we ons altijd een beetje verloren weten. We proberen die wirwar te bezweren met nadruk-woorden als 'echt', 'werkelijk' of 'letterlijk'.

Maar zodra we dat doen, keren ook zij ons hun andere gezicht toe en gaan het omgekeerde betekenen van wat het woordenboek zegt. Hoor daarom in 'letterlijk' de geheime bekentenis waarin het woord zichzelf op zijn kop zet. Nee, zegt het: ik bedoel het juist níet zo, het is maar een overdrijving, een metafoor , een kreet van schrik.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden