Literatuur

Lesbische romans veroveren de letteren, maar waar blijven de queers van kleur?

null Beeld Suzan Hijink
Beeld Suzan Hijink

De Nederlandse literatuur telt momenteel opvallend veel lesbische schrijfsters. Ze zijn mainstream geworden en blaken van het zelfvertrouwen. ‘Natuurlijk kan ook een man een roman over vrouwenliefde schrijven, maar je begeeft je wel op glad ijs.’

Op wie zij verliefd wordt? Op háár natuurlijk! De ­damesliefde doet het anno 2021 opvallend goed in de Nederlandse literatuur. Het wemelt momenteel van de schrijfsters die hun lesbische geaardheid in hun werk laten doorklinken. Denk aan Hanna Bervoets, Saskia De Coster, Sofie Lakmaker, Lieke Marsman, Eva Meijer, Nina Polak en Maartje Wortel.

Er zijn zelfs mannelijke auteurs die zich aan een uitgesproken lesbische roman wagen. A. F. Th. van der Heijden kwam dit jaar met zijn erotische Stemvorken en Robbert Welagen ging hem voor met het subtiele Raam, sleutel. Boeken over vrouwenliefde worden nu kennelijk verslonden, al kreeg Van der Heijden ook kritiek, omdat hij zijn personages zou hebben beschreven met een te mannelijke, ronduit pornografische blik.

Dit alles roept een prangende vraag op: is de lesbische roman aan een opmars bezig? “Dat ligt eraan wat je onder zo’n roman verstaat”, antwoordt Marischka Verbeek, lite­ratuurwetenschapper en eigenaar van de Utrechtse gender- en diversiteitsboekhandel Savannah Bay. “Bedoel je elke roman van een lesbische schrijfster? Of alleen romans met een lesbisch thema of perspectief?”

Regenboogweek voor roze literatuur

Pride Amsterdam viert vanaf vandaag zijn 25ste editie, een week lang. In dat kader begint maandag de eerste literaire ­Regenboogweek, georganiseerd door de stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek (CPBN), de Gaykrant en boekenwebsite Hebban.nl. Er wordt volop aandacht besteed aan lhbtiq+-literatuur, onder meer met een ­Regenboog Top-100 van roze romans. De literaire website Tzum maakt zulke ranglijsten al langer.

Geaardheid speelt geen rol

Om met het eerste te beginnen: ook Verbeek ziet de laatste tijd opvallend veel lesbische schrijfsters, al gebruikt ze die term zelf nauwelijks nog. “Bijna niemand noemt zich tegenwoordig nog lesbisch”, zegt ze. “Het heet nu eerder gay, queer of genderdivers. Maar los daarvan: er is inderdaad een generatie schrijfsters opgestaan die er geen geheim meer van maken dat ze op vrouwen vallen. Ze kennen elkaar allemaal. Onderling ontstaan er allerlei vriendschappen en liefdesrelaties. Daar schríjven ze ook over.”

Deze nieuwe lichting schrijfsters kenmerkt zich door een groot zelfvertrouwen. “Op de sociale media zijn ze heel zichtbaar”, zegt Verbeek. “Ze stralen uit dat ze zich aan niemand hoeven te verantwoorden.”

Dit zelfvertrouwen vind je terug in hun werk. Neem bijvoorbeeld het Boekenweekgeschenk van dit jaar, Wat wij zagen van Hanna Bervoets. Daar komen twee vrouwelijke geliefdes in voor. Verbeek: “De schrijfster presenteert die relatie niet op een excuserende manier, zo van ‘ik hoop dat de lezer het allemaal accepteert’. Nee, de geaardheid van de hoofdpersonen is gewoon een gegeven. Het speelt verder geen enkele rol.”

Opvallend is verder dat vrijwel alle genoemde schrijfsters publiceren bij gerenommeerde uitgeverijen, zoals Atlas Contact, Das Mag, Prometheus en Pluim. Verbeek: “Ze zijn mainstream geworden en vinden makkelijk hun weg naar het grote publiek”.

Dat was in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw wel anders. Roze schrijfsters bewogen zich toen meer in een subcultuur met eigen winkels en festivals, nauw verweven met het feministisch activisme. Al zochten sommigen van hen ook toen al een breder publiek, zoals Doeschka Meijsing en Andreas Burnier.

Geen gezamenlijke missie

De opkomst van de huidige generatie schrijfsters weerspiegelt diverse ontwikkelingen in de maatschappij. Ten eerste is de man-vrouwverhouding in de letteren veranderd; er zijn nu grofweg evenveel schrijfsters als schrijvers actief. Daarnaast is de vrouwenliefde breder geaccepteerd. En er is een groeiende fascinatie voor alles wat met genderdiversiteit te maken heeft.

Verbeek merkt het in haar winkel. “Na de feministische hoogtijdagen van de jaren tachtig raakten wij als gespecialiseerde boekhandel buiten beeld”, zegt ze. “Maar sinds een jaar of vier zijn we ineens weer hip en happening. Dat is vooral te danken aan jonge lezers tussen de achttien en dertig. Die hebben een enorme honger naar boeken over gender en feminisme. Lhbtiq+-literatuur is niet aan te slepen; onze webshop is zo’n beetje ontploft.”

Dit betekent niet dat gay schrijfsters anno 2021 alleen maar ‘lesbische romans’ afleveren. Hanna Bervoets legde in deze krant onlangs nog uit dat ze haar vrouwelijke hoofdpersonen weliswaar graag op vrouwen laat vallen omdat dit nu eenmaal dichtbij haar staat, maar ze schrijft ook over hetero’s en homomannen. Het Vogelhuis van Eva Meijer gaat ook niet over vrouwenliefde, maar over de liefde voor vogels.

Voor zover deze schrijfsters van nu over hun geaardheid schrijven, valt op hoe verschillend ze hun invalshoeken kiezen. “De paraplu van de lesbische roman is heel groot”, zegt Agnes Andeweg, literatuurwetenschapper aan de Universiteit Utrecht. “Vroeger ging dit soort literatuur vaak over de worsteling van de coming-out, het doorbreken van een taboe. Dat is allang niet meer het overheersende thema. De geaardheid komt nu meer terloops aan bod. Veel gevarieerder ook.”

In de debuutroman van Nina Polak, We zullen niet te pletter slaan, komt bijvoorbeeld een scheiding voor tussen twee vrouwen, bezien door de ogen van hun kinderen. In het debuut van Sofie Lakmaker, De geschiedenis van mijn seksualiteit, staan erotiek en gedachten over een gendertransitie voorop. En dichteres Lieke Marsman schrijft weliswaar over vrouwenliefde, maar in haar poëzie stelt ze vooral haar ziekte centraal.

“De huidige gay auteurs schrijven allemaal heel goed”, zegt Andeweg, “maar ze hebben geen gezamenlijke missie. Het leuke en verfrissende is juist die breedte, ook in de jeugdliteratuur.” Je ziet nu peuterboeken met twee lesbische moeders erin. En voor pubers zijn er boeken over het ontdekken van je identiteit, coming-out en gender­dysforie.

Queers van kleur

Het feministische activisme van weleer is in de gay literatuur inmiddels ver te zoeken. Maar dat geeft niet, vindt Andeweg. “De schrijfsters zijn zichtbaar geworden voor de massa, daar gaat het om. Toen Maartje Wortel en Georgina Verbaan uit elkaar gingen, stond dat zelfs in Story, ik bedoel maar. Prominente zichtbaarheid is in deze tijd net zo belangrijk voor de emancipatie als activisme.”

Marischka Verbeek plaatst daar wel een kanttekening bij. “De gay schrijfsters van nu komen uit een bubbel. Het zijn allemaal witte, geprivilegieerde, hoogopgeleide vrouwen uit de Randstad. Ondertussen blijven er hele groepen buiten beeld. De eerste roman van een lesbische of biseksuele moslima moet nog verschijnen.”

De zwarte schrijfster Astrid Roemer brak in 1982 door met de roman Over de gekte van een vrouw, waarmee ze een rolmodel werd voor gay vrouwen. Het boek is dit jaar herdrukt en ineens weer enorm gewild. Maar het wachten is toch op een jongere generatie queer auteurs van kleur die de taboes in hun gemeenschap willen doorbreken.

“Ik ken zulke mensen”, zegt Verbeek. “De next generation: Kalib Batta, Pelumi Adejumo, Jasper Albinus, Olave Nduwanje, Ayden ­Carlo, Naomi Veldwijk en nog vele anderen. De meesten noemen zich niet lesbisch, maar ze zijn wel allemaal queer as hell en ­supertalentvol. Dit zijn de beloften van de toekomst. Hopelijk krijgen uitgeverijen er snel oog voor.”

Sofie Lakmaker (27): ‘Ik kan prima een heteroboek schrijven’

Sofie Lakmaker Beeld Patrick Post
Sofie LakmakerBeeld Patrick Post

“Ik ken aardig wat auteurs van mijn leeftijd. Veel van hen zijn gay of bi. De lesbiennes zijn in de meerderheid. In mijn debuut­roman De geschiedenis van mijn ­seksualiteit, dit jaar verschenen, beschrijf ik mijn eigen liefdesleven en de worsteling met mijn gender.

“Dat ik een voorbeeldfunctie voor jongeren kan hebben, speelde bij het schrijven niet per se een rol. Zoals een heteroseksuele man een boek zou schrijven dat op hemzelf betrekking heeft, zo heb ik dat ook gedaan. Ik val op vrouwen en ben lange tijd als vrouw begrepen. Inmiddels weet ik dat ik me een stuk mannelijker voel en oefen ik met mijn nieuwe naam Tobi.

“Een activistische agenda heb ik niet, maar ik ben me er wel van ­bewust dat er voor lesbische vrouwen – anders dan voor homoseksuele mannen – vaak een marginale rol is weggelegd. Ze worden in mijn optiek heel weinig serieus genomen. Mensen denken in het geval van meer vrouwelijke lesbiennes vaak dat ze wel weer terugkeren naar het heterokamp, en als we een mannelijker uiterlijk hebben wordt ons elke vorm van seksualiteit ontzegd. Ik dacht daarom bij het schrijven wel: iemand mag het best eens voor deze groep opnemen.

“Een tv-serie als Anne+ schetst een positief en luchtig beeld van het onderwerp. Daar heb ik geen bezwaar tegen, misschien wél tegen het feit dat Annes karakter vooral ‘lesbisch’ is en niet al te veel andere eigenschappen kent. Zo herhaal je onbedoeld het idee dat gay of queer zijn je volledige identiteit bepaalt.

“Natuurlijk kan ook een man een roman over vrouwenliefde schrijven, maar je begeeft je wel op glad ijs. Wat ik heb gehoord over het boek Stemvorken van A. F. Th. van der Heijden klonk tenenkrommend. Ik geloof niet dat Van der Heijden zich erg bewust is van zijn positie. Zo’n boek vereist inleving in de ander. Zelf zou ik prima een heteroboek kunnen schrijven; ik heb ervaring met heteroseksuele relaties en ik ben erin getraind om me in anderen te verplaatsen. Ik heb honderden heteroboeken gelezen en zeker duizend heterofilms gezien. Omgekeerd kan Van der Heijden dat vast niet zeggen.”

Saskia De Coster (45): ‘Nu het voetbal nog, dat zou enorm helpen’

Saskia De Coster Beeld Koos Breukel
Saskia De CosterBeeld Koos Breukel

“Is de lesbische roman in opkomst? Een grappige vraag. Toen ik debuteerde, in 2002, was de vraag nog vooral: hoe is het om als vróuw een boek te schrijven? De man-vrouwverhouding in de letteren wordt in de tussentijd gelukkig rechtgetrokken. In Nederland zie je nu inderdaad een jongere generatie lesbische schrijfsters opkomen. Dat weerspiegelt wat er maatschappelijk beweegt: de samenleving wordt minder heteronormatief, er ligt veel nadruk op identiteitspolitiek denken.

“Zelf thematiseer ik mijn geaardheid lang niet altijd in mijn werk. Soms wel. Mijn autofictionele roman Nachtouders gaat bijvoorbeeld over niet-biologisch ouderschap bij een vrouwenstel. In Eeuwige Roem schrijf ik over aantrekkingskracht tussen twee vrouwen, maar zonder dat het expliciet queer wordt. Mijn recente novelle In de rij voor de nachtboot, gesitueerd op een eiland, gaat dan wél weer over een zinderende lesbische liefde.

“In mijn romans ga ik niet de barricades op voor emancipatie. Dat doe ik liever in columns, opiniestukken en essays. Tegelijk juich ik het wel toe dat in de kinderboekenserie Bop Popcorn, die ik nu aan mijn zoontje van zeven voorlees, een meisje zit dat twee papa’s heeft. Die normalisering vind ik fantastisch.

“Geaardheid is helemaal geen interessant thema. Ja, vroeger wel, toen er nog in bedekte termen over werd gesproken. Toen eindigden lesbische personages altijd in het klooster of aan het plafond. Daar zijn we gelukkig vanaf. Het gaat nu meer over de psychologie van relaties, verlangen, gemis, kinderen, enzovoort. Ik hoop dat de nieuwe literatuur nog meer die kant op gaat, want dat zijn de thema’s die blijven.

“Zelf heb ik veel gehad aan de boeken van de lesbische schrijfster ­Jeanette Winterson, mijn heldin. Ze hield een lofzang op het vrouwenlichaam, heel erotisch. Ik verslond die boeken en kende hele passages van buiten. Winterson had ook als eerste een website met columns over het leven met haar vriendin. Gerard Reve is ook nog altijd mijn god. Een heel belangrijke en grappige figuur. Hij deed dat toch maar, zo ingaan tegen religie.

“Maar of literatuur echt belangrijk is voor de emancipatie? Ik betwijfel het. Schrijvers zijn toch nogal outsiders. Tv-entertainment en rolmodellen op social media spelen denk ik een veel grotere rol, met boegbeelden als Margriet van der Linden, Claudia de Breij en Koen Kardashian. Nu het voetbal nog, dat zou enorm helpen.”

Lees ook:

Drinken potten soms lesbische thee? Jonge homo’s zijn volgens Gerbrand Bakker veel te druk met hun identiteit

Jonge homoseksuelen steken veel te veel tijd in de zoektocht naar hun identiteit, vindt schrijver Gerbrand Bakker. Terwijl homo- of pot-zijn niet veel meer betekent dan seks willen met iemand van hetzelfde geslacht.

Van verdoemd tot vertrut: queer in verhalen, romans en poëzie

Een overzicht van het lesbisch-, homo-, bi- en/of transgender-achtige in de Nederlandse literatuur vanaf WO II tot nu.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden