Ágota Kristóf

Column Elke Geurts

Leren schrijven? Lees Ágota Kristóf

Elke Geurts bewondert de Hongaarse schrijfster Ágota Kristóf die in het Frans, niet haar moedertaal, heel precies formuleert.

‘Als je echt wilt leren schrijven”, zeg ik, “móét je dit boek lezen.” Ik zit aan de lessenaar en hou ‘Het dikke schrift’ omhoog. Het is de eerste roman van de Hongaarse schrijfster Ágota Kristóf (Csikvánd, 30 oktober 1935 – Neuchâtel, 27 juli 2011). Mijn studenten noteren haar naam en de titel.

“Het is alleen nog verkrijgbaar als eerste deel van de tweelingentrilogie”, zeg ik, “‘Het dikke schrift’, ‘Het bewijs’, ‘De derde leugen’. Maar dat geeft niet, die andere twee boeken moeten jullie namelijk ook lezen! Ze vormen samen een geniaal geheel.”

Dit moet les twee wel zijn. In de eerste les creatief schrijven begin ik meestal nog niet over de regels van de tweeling uit ‘Het dikke schrift’, dan mogen de woorden van mij nog wijd uitwaaieren. Om niemand af te schrikken.

In de tweede les laat ik mijn studenten even ervaren wat schrijven daadwerkelijk inhoudt en laat ze kennismaken met dé Ágota Kristóf.

De schrijfster vluchtte in 1956 van Hongarije naar Zwitserland, vanwege de Hongaarse opstand, en kwam terecht in het Franstalige gedeelte. Ze begon in het Frans te schrijven. Juist omdat ze niet in haar eigen taal schreef, kon ze niet zo bloemrijk schrijven. Haar woordenschat was daarvoor niet groot genoeg. Ze leerde heel precies met deze nieuwe taal om te gaan – haar gereedschap – en was zich overbewust van de betekenis van elk woord dat ze koos. Zo maakte ze van de nood een deugd en ontstond haar kale en feitelijke stijl, met een enorme zeggingskracht.

Zonder gevoel

‘Het dikke schrift’ is een roman over een tienjarige tweeling in oorlogstijd, ze worden door hun moeder achtergelaten in de Kleine Stad bij hun gemene grootmoeder. Ze besluiten hun belevenissen – zo waar mogelijk – op te schrijven. Voor als hun moeder hen na de oorlog weer op komt halen.

De roman is geschreven in de wij-vorm en de tweeling doet verslag van wat zij meemaken. Zonder hun gevoel erbij te benoemen. Want de aanduiding van een gevoel is niet precies genoeg. Een gevoel kan voor iedereen iets anders betekenen.

Altijd lees ik het hoofdstuk ‘Onze lessen’ voor aan mijn klasje:

Wij moeten opschrijven wat er is, wat wij zien, wat wij horen, wat wij doen. Bijvoorbeeld, het is verboden te schrijven: ‘Grootmoeder lijkt op een heks’; wat wel mag is schrijven: ‘De mensen noemen Grootmoeder de Heks. Het is verboden te schrijven: ‘De Kleine Stad is mooi’ want de Kleine Stad kan mooi zijn in onze ogen en lelijk in die van iemand anders.

En als wij schrijven: ‘De ordonnans is aardig’, is dat geen waarheid, want de ordonnans kan in staat zijn tot gemeenheden waar wij niet van weten. Wij schrijven dus gewoon: ‘De ordonnans geeft ons dekens.’

“Ja! Zeg nou zelf”, roep ik dan uit, “is het niet veel mooier, betekenisvoller en preciezer om op te schrijven dat iemand je dekens geeft dan dat iemand aardig is?”

Het klasje knikt. Het kwartje valt. Pas als je deze techniek onder de knie hebt, kun je uitwaaieren. Pas als je je gereedschap echt kunt gebruiken, kun je alles maken wat je wilt.

Schrijfster Elke Geurts schreef wekelijks voor Trouw. Lees haar columns hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden