Opinie

Leiden kent breed aanbod, maar geen uitschieters

Dat de jury het moeilijk had gehad wilde voorzitter Jan Gras nou eens niet zeggen. Feit was wel dat ze in de aanloop naar de finale een breed aanbod heeft gezien. ,,Een rijke kunstvorm'', was de conclusie. Uiteindelijk ging het duo Rul zaterdag op het 23ste Leids Cabaret festival met zowel de jury- als de publieksprijs naar huis.

,,Ze waren terechte winnaars, maar ze staken niet met kop en schouders boven de rest uit'', aldus Gras na afloop, ,,Eigenlijk waren er na de halve finale vijf kandidaten van gelijkwaardig niveau. Wat toen ging meespelen was de ervaring en professionaliteit van de deelnemers en, voor ons heel belangrijk, toekomstverwachting.''

Rul is er volgens Gras het best in geslaagd om theater te maken waarbij eigenzinnigheid en een originele aanpak een interessante combinatie oplevert. ,,Ze zijn vakmatig goed op weg en ze speelden zowel in de voorronde, als in de halve finale en de finale zeer overtuigend. Ze waren het meest constant.''

In korte, losse scènes zonder thema of rode draad spelen Ramses Graus en Edo Brunner, samen Rul, hun onderlinge verschillen uit. Dat de gezette Brunner het vooral moet ontgelden, lijkt heel makkelijk, maar gaandeweg wordt heel subtiel en meesterlijk de rolverdeling omgedraaid.

De heren zien er terecht een uitdaging in om te spelen met de verwachtingen van het publiek. Hoogtepunt daarbij was de scène over Brian, die een neger blijkt te zijn: 'Sinds wanneer?' 'Ongeveer een week.' 'En, wat vinden zijn ouders ervan?'

Hun samenspel was het meest professioneel. Graus en Brunner hebben dan ook allebei een acteursdiploma op zak. ,,De jongens zijn uitstekende performers. Ze staan ontspannen op het toneel en gebruiken hun lichaam en mimiek goed. Hun timing is uitstekend en ze houden voortdurend contact met de zaal'', oordeelde de jury.

Zusje Voogd, bestaande uit Sjamke en Nellerike de Voogd, beten het spits af van de finale-avond. Dat werkte goed, omdat hun voorstelling begint met een aantal kennismakingsspelletjes die iedereen nog kent uit zijn schooltijd.

Leuk gevonden was ook de sketch over de Moppenlijn. Hun act is verder heel fysiek, de zusjes zijn energiek en halen het beste in elkaar boven, maar de inhoud is weinig origineel. Ook de jury vond dat er 'wel erg goed gekeken is naar andere jonge groepen'.

Annika Campfens en Jaco van den Dool zijn aan elkaar gewaagd. Van den Dool is een uitstekende pianist en is goed opgewassen tegen de brutale Campfens. In hun programma staan de 'waarom-vragen' centraal, een mooie kapstok om iets te zeggen over irritante reclamedeuntjes, de soap The Bold and the Beautiful en een overleden oma.

Jammer alleen was dat het geheel nogal ingestudeerd overkwam en er te makkelijk te veel grappen gemaakt werden over Annika's postuur. De jury deed er nog een schepje bovenop door te stellen dat 'het lichaam van Annika met het volle gewicht in de strijd wordt gegooid'.

Gezien de samenstelling van finale en de vorm waarop de korte voorstellingen zijn gebaseerd, zijn er twee ontwikkelingen te signaleren: duo's zijn weer in en het fysieke en meer toneelmatige cabaret wint aan terrein. De hausse van de stand-up comedians lijkt voorbij: geen van de deelnemers waagde zich aan een improvisatie-act met het publiek noch de actualiteit. Dat leverde al met al een weinig inhoudelijke avond op, zonder veel afwisseling of echte uitschieters.

Van het brede aanbod uit de voorrondes was helaas maar weinig te zien in de finale. Wat de finale van het Leids Cabaret Festival 2001, vaardig gepresenteerd door Karin Bruers en met een mooi gastoptreden van Kees Torn en Driek van Wissen, wel liet zien, was dat het onderscheid tussen cabaret en toneel steeds minimaler wordt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden