Review

Legenden kunnen niet leven zonder maanlicht

“Laten we de droom niet vergeten die we allen delen. Ik bedoel natuurlijk de droom van de eenhoorn. Die dragen we dicht onder ons hart. Maar, wanneer heb jij voor het laatst een eenhoorn gezien, een van die prachtige wezens met een lichtend wit lichaam waarbij zelfs de maan verbleekt? Als je hem niet gezien hebt, is dat toch nog geen bewijs dat hij niet bestaat?”

Aldus de Noorse jeugdboekenschrijver Tormod Haugen (1945) in september 1990, bij het aanvaarden van de Hans Christian Andersen Prijs, internationaal de meest prestigieuze prijs voor jeugdliteratuur. En hij voegde eraan toe: “Ik weet niet wat de werkelijkheid is, want ik geloof niet dat zij bestaat.”

Zijn onlangs vertaalde roman, 'De juwelen van de tsaar' (die overigens al in 1992 in Noorwegen verscheen), is een sterk staaltje van dat niet weten. Maar de frase 'werkelijkheid en fantasie lopen in elkaar over' is te versleten om de vervlechting van verhaalwerkelijkheden in dit boek recht te doen. In het begin wordt de lezer geconfronteerd met drie verschillende verhaallijnen die ogenschijnlijk weinig met elkaar te maken hebben. Eerst het verhaal vol magie van Eliam, een zeventienjarig meisje in Mongolië, dat als novice in een religieuze groepering die de maan vereert, 's nachts voor het eerst zelfstandig de patronen van het maanlicht op het meer moet aflezen. Als de maan zich die nacht níet in het meer blijkt te weerspiegelen, betekent dat groot onheil: de harmonie in de schepping is verstoord. Alleen de kracht van de unieke, maar verdwenen maanstenen kan dit onheil afwenden, maar die moeten dan wel binnen zeven dagen teruggevonden worden.

Een verhaal waarbij je je afvraagt of het zich in oeroude tijden afspeelt, of nu, bij een of andere New-Age-sekte.

Dan is er het verhalencluster over de twaalfjarige Nikolaj in Noorwegen, zoon van welgestelde, uiterlijk beschaafde ouders die het echter zo druk hebben met hun louche zakenleven - diamantsmokkel en juwelendiefstal -, dat ze hun kind volkomen verwaarlozen. Nikolaj heeft Russische roots: zijn overgrootmoeder Florinda, een krasse dame van negentig, komt uit Sint-Petersburg - en haar voorouders uit Mongolië - en is tijdens de Russische revolutie, in 1917, met een Noor getrouwd en meegegaan naar Noorwegen.

Hier ligt de eerste link met de titel.

En ten derde zijn er de zeven legenden, verteld door Dai-Chi, dienaar van de halvemaantempel maar gevangengenomen door een blanke vreemdeling in een tent ergens op een koude, winderige vlakte. De blanke wil informatie over de maanstenen 'die in deze tijd de juwelen van de tsaar genoemd worden'. Die wil hij te pakken krijgen, want ze moeten fabelachtig veel geld waard zijn. Dai-Chi kan hem echter alleen informatie geven in de vorm van legenden die bij de zeven juwelen horen, verteld bij maanlicht. Evenals Sheherazade redt hij zo zijn leven, terwijl de blanke man zelf zijn conclusies uit de verhalen moet trekken. Door het vertellen gebeurt er allerlei onverklaarbaar griezeligs in het tentenkamp van de blanke, die er bang van wordt. Een macht van het woord die herinnert aan die in de verhalen uit 'Het boek van Bod Pa' (1995) van Anton Quintana.

Witteboordencriminelen

De gedeelten over Nikolaj en zijn familie groeien uit tot de dragende verhaallijn, maar elk van de personages, Nikolaj's vader Maxim, zijn moeder Lydia en zijn overgrootmoeder Florinda, hebben weer hun eigen perspectief en subwerkelijkheid. Daarbij worden de volwassenen, vooral die tussen de veertig en vijftig, zeer negatief neergezet. Lydia en Maxim zijn pure witte-boord-criminelen, elkaar wantrouwend, belust op de grote slag die ze hopen te slaan. Toch worden ze niet alleen als gewetenloze slechteriken neergezet, maar ook als nerveuze, hulpeloze, soms zelfs zielige slachtoffers van hun eigen liefdeloze jeugd.

Vooral in dat verhalencluster is het één en al suspense, met familieleden die elk individueel op jacht zijn naar de juwelen van de tsaar, die, zo wordt steeds duidelijker, ergens in de familie moeten zijn. Iedereen wantrouwt, bedreigt en bespioneert iedereen, overal duiken schimmen en schaduwen op met enge geluiden en windvlagen, er wordt gewaarschuwd, ontvoerd en geloerd bij het leven, en ook Nikolaj is in gevaar, zo hoort hij meermalen, onder meer van geestverschijningen.

De lezer mag intussen voor detective spelen: wie heeft het nu precies op wie gemunt? Dat houdt de spanning erin.

Het getal zeven speelt een belangrijke rol: het gaat om zeven maanstenen of juwelen van de tsaar, om zeven bijbehorende legenden, en ze moeten in zeven dagen - de tijdsspanne van de roman - teruggevonden worden.

Omdat zowel Noren als Mongoliërs ernaar op zoek zijn komen de drie verhaallijnen steeds dichter naar elkaar toe. Magie is de verbindende schakel. Daartoe heeft Haugen, misschien geïnspireerd door het vervolg op 'Alice in Wonderland', het spiegelreizen bedacht, waardoor een uitverkorene in een mum van tijd door een spiegel in een andere wereld kan stappen. Dat geeft hem de mogelijkheid om in één klap al zijn personages, uit Oost en West, bij elkaar te krijgen voor zijn finale, aan het slot van de zeven dagen. Een tour de force, ook literair, die niet echt geloofwaardig overkomt, maar wel spectaculair is.

Wie Haugen dan laat winnen, de hebzuchtige Westerlingen, uit op privé-gewin, of de Oosterlingen, die op harmonie in de schepping gericht zijn, is gezien de openingszin van dit stukje niet moeilijk te raden. Geld of dromen? Hetzelfde thema zit bijvoorbeeld, voor jongere kinderen, in het prentenboek 'De schat in het maanmeer' (1995) van Kurt Baumann en Ivan Gantschev, en in het sprookje 'De rijke bramenplukker' (1936) van Godfried Bomans. Haugen is duidelijk: alleen van het (westerse) kind is nog heil te verwachten; de volwassene zit gevangen in hebzucht en egoïsme. Dat verschil legt hij er in 'De juwelen van de tsaar' flink dik op. Maar dat zal de meeste jonge lezers van dit boek niet deren, het is spannend, griezelig (maar niet té), heeft iets van een thriller en een detective. Haugen schrijft goed, met een sprookjesachtig gevoel voor natuur, sfeer en detail, zijn cliffhangers zijn goed getimed, en zijn boek past naadloos in de tijdgeest waarin het bovennatuurlijke, mythische terug is van weggeweest.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden