Leesstof voor hierna

Een van de adverteerders heet 'De Zandloper'. Het is een bedrijf dat 'de uitvaart in detail verzorgt door uitsluitend vrouwelijk personeel' en tevens als winkel fungeert 'voor cadeaus bij geboorte, huwelijk en overlijden'. Dat 'De Zandloper' in het kwartaalschrift 'Doodgewoon' adverteert is allerminst verwonderlijk, want 'Doodgewoon' - een uitgave van de Stichting Eindelijk - is een tijdschrift over de dood.

Niet zozeer in rouwende of beklagende, eerder in informerend-verstrooiende zin bericht 'Doodgewoon' over de dood en de weg daarnaartoe. Je kunt de redactie lastig van onbehendigheid betichten, want ze past courante rubrieken simpelweg aan het huisthema aan. Andere tijdschriften of kranten publiceren vragenhoekjes als: 'Welke boeken/muziek zou u meenemen als u op een onbewoond eiland belandde?' In 'Doodgewoon' heet die rubriek 'Voordat de ogen sluiten', waarin bijvoorbeeld Martin Ros zijn voorkeur mag aangegeven 'vóór het witte paard van Habsburg mij kan halen'. Ros wil alles nog weten van het gifmengende geslacht der Borgia's. En van opkomst en neergang van de Katharen, teneinde 'dit grootste drama van het christendom te begrijpen'.

Ook boekbesprekingen passen in 'Doodgewoon', zeker als daarin sprake is van een sterfgeval, en dat gebeurt in boeken nogal eens. Zoals in Kristien Hemmerechts 'Taal zonder mij' over haar beminde Herman de Coninck. ,,Soms overwoog ik om alle lichten aan te knippen, een cd op repeat te zetten en het huis te verlaten; het huis aan zichzelf terug te geven, er een grafmonument van te maken, de grafkelder waar Herman van droomde, het mausoleum van het leven dat Herman en Kristien samen leidden, een monument ter ere van afwezigheid.''

Als er een nieuwe cd-opname met het requiem van welke componist ook verschijnt, wordt die geheid in 'Doodgewoon' besproken. Maar als de Limburgse folk- & countryzanger Gé Reinders een cd in de streektaal uitbrengt, is dat ook reden tot een bloemlezing:

Ich zeen ze veur mich

In det café dao baove in d'n hemel

Wo't altied zóndig is

Ze hove nooit meer wèrke

Ze hove nooit meer nao de vespers

En ouch nooit meer nao de gómmis

En se zinge zaach....

Onder de wel erg woordspelerige kop 'Vurig verlangen' bericht uitvaartverslaggever Mérie van der Rijt over crematies van de Nepalese hindoe. ,,Vuur symboliseert het licht in de duisternis van onwetendheid. Bij een crematie is volledige verbranding essentieel, omdat reïncarnatie anders onmogelijk is. Degenen die de crematie bijwonen, blijven tot het laatste moment aanwezig. Soms wordt extra brandstof, zoals boter, stro of hooi aan de brandstapel toegevoegd.''

Verder een interview met mevrouw Hubers-Berghuis, die vier koninginnen, twee wereldoorlogen en drie eeuwen heeft ervaren als zij de komende eeuwwisseling nog overleeft. ,,Na honderd jaar wordt het voor mij zo langzamerhand tijd om te gaan. Over het hiernamaals heb ik verder geen verwachtingen. Ik durf niet te zeggen dat er een hemel is, maar evenmin dat er geen hemel is. Wie zal het zeggen? Ik zal het moeten afwachten.''

Niet het thema maar de toonzetting stemt na het lezen van 'Doodgewoon' tot lichte beteutering. Die kon wel wat luchtigheid en spitsvondigheid gebruiken. Per slot van rekening bevindt het lezersbestand van 'Doodgewoon' zich niet onder de slaapverwekkenden maar onder de overlevenden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden