null Beeld
Beeld

BoekrecensieRoman

Lea’s eetstoornis is zelfdestructief én functioneel

Jante Wortel zet in haar romandebuut de lezer midden in een kritieke fase van een meisje met een eetstoornis. Dat pakt goed uit.

Femke Essink

Ze zijn de boot naar Noorwegen nog niet af of de langverwachte familievakantie is voor Lea al een beproeving: zullen haar ouders, broer Fos en zij voor zes uur de camping halen? In haar zelfbedachte systeem van regels en straf is het tijdstip waarop Lea eet van levensbelang, net als het bovenmenselijke aantal lichamelijke oefeningen dat ze dagelijks moet doen, of het soort yoghurt dat ze mag eten.

De spanning knettert als het gezin hun borden volschept: ‘Met mijn vork heb ik mijn aardappelpuree naar de zijkant geharkt, de lepel jus ligt als een miniatuurvijver in de kuil die ik daarvoor gegraven heb. Ik werp een vluchtige blik op het horloge dat naast mijn bord ligt. Nog anderhalve minuut.’

Verhalen over ziekte worden vaak verteld vanuit een oogpunt van herstel, maar in haar debuut Weerlicht plaatst Jante Wortel (1996) de lezer midden in een kritieke fase. Dat pakt op twee manieren goed uit: zo laat de roman zien welke ontwrichtende effecten ziekte kan hebben op familiedynamiek en biedt ze inzicht in de interne logica van de eetstoornis, die voor de buitenstaander soms onbegrijpelijk kan lijken.

‘In die trance is alles goed’

Lea registreert heus wel dat vreemden van haar schrikken, maar Wortel maakt invoelbaar hoe de stoornis van haar ik-verteller zelfdestructief en functioneel tegelijk is: ‘Zo gaat het met alles eigenlijk, op een gegeven moment raak ik in een soort trance en in die trance bestaat er geen pijn. Geen neiging meer om te stoppen, om toe te geven dat het te veel is, dat ik te ver ga, dat ik dit eigenlijk helemaal niet meer kan of wil. In die trance is alles goed. In die trance ben ik trots.’

Terwijl haar eetstoornis Lea in het heden overneemt, probeert ze te reconstrueren hoe die zich heeft ontwikkeld. Zonder alles dicht te timmeren – bekende valkuil in romans over psychische problematiek – schetst Wortel de mogelijke verbanden tussen Lea’s zelfbeeld en haar ziekte. Al vertellend herschrijft Lea zichzelf, verkleint ze de gespletenheid tussen wie ze was en wie ze is geworden.

Daarbij is Wortel sterker in het neerzetten van sprekende scènes dan in psychologische verfijning, die weleens mist. Als haar behandelaar vraagt of ze nog weet wie de Lea van een jaar geleden was, reageert Lea kribbig: ‘Dat vond ik ook zo’n vage verwoording. Wie ik toen was? Wat bedoelde hij daarmee? En ben ik diegene dan niet nog steeds?’

Dat recalcitrante spreektalige past zeker bij de tiener die Lea is, maar het geeft deze vertelstem ook iets hoekigs en eentonigs.

Een wat doorzichtig verteltrucje

In de compositie schemeren de intenties soms te veel door het verhaal heen. ‘Want jezus’, denkt Lea op een sleutelmoment, waarop haar broer even méér in gevaar lijkt te zijn dan zij, ‘waarom dóet niemand iets?’ Even later vindt ze het notitieboekje waarin haar vader zijn zorgen van zich afschrijft, een wat doorzichtig verteltrucje waardoor duidelijk wordt wat haar ouders allemaal wél hebben gedaan, wat Lea tot inkeer brengt.

Dat leidt naar een hoopvol slot en na het dichtslaan van Weerlicht dacht ik: wat goed dat er zo’n toegankelijk en tot identificatie uitnodigend boek is, voor adolescenten én iedereen die op welke manier dan ook met die leeftijdscategorie te maken heeft. Er is ruimte voor groei, Weerlicht is nog niet helemaal een volwassen roman, maar met haar debuut laat Wortel zien dat die ruimte er is.

null Beeld

Jante Wortel
Weerlicht
Das Mag; 251 blz. € 22,50

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden