Review

LASTIGE VRAGEN (Bettina Röhl)

Hoe heet de politicus wiens dood door ziekte, een verkeersongeval enzovoort u van hoop zou kunnen vervullen? Of denkt u dat ze geen van allen onvervangbaar zijn?

Vragen: Max Frisch; Antwoorden: Bettina Röhl

Josef Martin - 'Joschka' - Fischer zou vervangen moeten worden, want alleen daardoor zou zich de hersenloze groene partij van Duitsland weer met geest en leven kunnen vullen.

Wie van degenen die dood zijn zou u willen terugzien?

Franz Joseph Strauss, die mijn moeder in 1961 in Konkret - de krant van mijn vader - met Adolf Hitler vergeleek. De latere bondspresident Gustav Heineman, pleegvader en - via zijn vrouw - lijfelijke grootvader van de huidige bondspresident Johannes Rau, nam het daarna als advocaat tegen Strauss op voor Ulrike Meinhof, met als resultaat dat Ulrike Meinhof in wezen met haar polemiek kon doorgaan. Strauss werd decennialang door miljoenen 68'ers en hun media-voormannen met aanvallen onder de gordel bestookt. Wanneer Daniel Cohn-Bendit daarentegen zich één keer wegens zijn zelf toegegeven kinderschenderij openlijk aangetast voelt, reppen hij en zijn sekte-genoten in de media meteen van 'mensenjacht'. Ik zou graag met Strauss over dit alles praten. In een persoonlijk gesprek op slot Bellevue in Berlijn zei Johannes Rau, die me net als bondskanselier Schröder in het openbaar had bekritiseerd wegens de publicatie van de Fischer-foto's en mijn open brieven aan de bondspresident, tegen mij dat hij, als hij aan Ulrike Meinhof denkt, nog altijd het zestienjarige meisje met de blokfluit voor zich ziet, dat hij toen had leren kennen. Ik zou daarentegen graag willen weten hoe de bondspresident werkelijk over Fischer en Strauss denkt.

Waarom schuwen revolutionairen humor?

Voor mij is revolutie vooral het ziekelijk lijden aan een onvermogen zich te ontwikkelen en dit onvermogen te compenseren door alwetendheid. Die almachtsgevoelens brengen revolutionairen ertoe op missionaire wijze, dus humorloos en intolerant, al het zijnde te veroordelen als iets slechts en onwaardigs en de reëel bestaande wereld te vervangen door hun eigen wereldformule. Omdat de humor afwezig is en ik humor zie als een innige verbinding tussen intellectuele en mentale krachten, die een belangrijk element vormt voor de ontwikkeling van het verstand, is revolutie voor mij de incarnatie van het gebrek aan humor.

Waaraan merkt u het eerst dat u binnen een bepaalde kring alle sympathie hebt verspeeld: sluit men zich af voor uw serieus bedoelde argumenten, of komt eenvoudig het soort humor dat het uwe is, niet meer over?

U doelt zeker op het feit dat ik in een mediahysterie en een hetze tegen mijn persoon ben terechtgekomen. Helaas neigen samenlevingen ertoe zich via een mainstream te organiseren en het fatale van zulke hoofdstromen is dat zij die er deel van uitmaken vreselijk over het fenomeen kunnen debatteren, maar niet in staat zijn van zichzelf en die hoofdstroom te abstraheren. Als een enkeling vaststelt dat de hoofdstroom op een krasse wijze de verkeerde richting inslaat zoals in het Duitsland onder Hitler of naar mijn opvatting ook bij de invloed van Mao Zedong op de 68'ers, wordt het gecompliceerd. Die hoofdstroom sluit ieder storend argument buiten. In zo'n geval blijft alleen het principe van de hoop over dat het verstand zal zegevieren.

Als u aan mensen denkt die overleden zijn: zou u willen dat de overledene tot u spreekt of zou u liever nog iets tegen de overledenen willen zeggen?

Hoe ik tegenover de overleden Ulrike Meinhof sta? Een duidelijk antwoord: het grootste gebrek van Meinhof was misschien dat ze volslagen humorloos was. Dat gebrek aan humor heeft haar het vermogen om te luisteren ontnomen en daarom heb ik ook geen behoefte haar iets te zeggen. Dat gebrek aan humor heeft haar ook het vermogen ontnomen tegen anderen iets te zeggen en daarom zou ik ook niets van haar willen horen.

Mao Zedong, de gedichtenschrijvende koning van de bloemigheid, oorlogsverheerlijker, keizer van de humorlozen en opperste propagandist van de sekte der revolutionairen heeft de 68'ers sterk beïnvloed en dat is aan figuren als Rudi Dutschke en Ulrike Meinhof duidelijk te zien geweest. Ulrike Meinhof, die zich eerst oriënteerde op het DDR-communisme, was door de Grote Sprong Voorwaarts zo gefascineerd dat ze het meespringen boven haar eigen persoon stelde. Mijn moeder sprak en handelde vanaf 1967 tot aan haar dood buiten de werkelijkheid. Dit alles kan voor mij van geen belang meer zijn.

Kunt u iemand die u om politieke redenen haat, met humor zien, zonder daarbij de haat te verliezen?

Rudi Dutschke, van wie ik als kind een paar lessen in 'wereldkunde' kreeg, had geen andere gespreksstof dan revolutie en indoctrinatie, maar was desondanks vreselijk aardig en op een bijna charmante wijze gek, maar met een grenzenloos gebrek aan humor. Josef Martin Fischer, in zijn milieu eens opperste proleet en bodyguard, heb ik persoonlijk als een schijterige angsthaas leren kennen, die op een vreselijk onbehouwen manier in elke zin iets 68-achtigs en politiek-filosofisch strooide en nooit de nulwaarde op de humorschaal overschreed. Stefan Aust, zogenaamde RAF-expert en hoofdredacteur van Der Spiegel, wilde mijn Fischerverhaal, dat ik hem had aangeboden, van me stelen. Aust heeft zo mogelijk nog minder humor dan Fischer, maar overtreft hem nog als het gaat om het conserveren van zijn Baader-Meinhofcomplex. Ondanks alle kritiek die ik op deze mensen uitoefen, kan ik hen met humor bezien, maar dat geeft me geen aanleiding mijn afkeuring te veranderen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden