Review

Lasch relativeert de waarde van betaald werk

Christopher Lasch: Women and the common life. Love, marriage and feminism. Geredigeerd en ingeleid door Elisabeth Lasch-Quinn. Norton & Comp, New York/ Londen; 196 blz. £ 15,95.

De Aerikaanse historicus Lasch heeft zich altijd beziggehouden met grote sociaal-culturele veranderingen. Zijn bekendste boeken zijn 'Haven in a haertless world' uit 1977 over het moderne gezin en 'The culture of narcissism' uit 1979 over de in zichzelf gekeerde mens.

Zijn voorlaatste boek, 'The Revolt of the Elites' uit 1995, ging over de tweedeling in de maatschappij. Er is, zei hij een bovenklasse ontstaan die wereldwijd opereert en nergens meer thuis is. Deze flits-mensen leven in de wondere wereld van computersnelwegen, plastic geld en air miles. Aan de achterblijvers in rijtjeshuizen en sloppenwijken hebben zij geen boodschap.

Met de nu gebundelde opstellen over 'Women and the common life' zijn we weer terug op het doorsnee woonerf van een moderne voorstad. Daar, in suburbia, speelt het alledaagse bestaan zich af van parttime werkende vrouwen die per auto hun kinderen naar balletles brengen en van gescheiden bijstandsmoeders die af en toe bezoek krijgen van een nieuwe, flex-werkende vriend.

Om hun positie te verduidelijken neemt Lasch een lange historische aanloop, die al bij de middeleeuwse 'Querelle des Femmes' begint. Want het debat over de verhouding tussen de seksen, het huwelijk en de liefde is van alle tijden. Het boek wordt pas echt spannend als we aankomen in de twintigste eeuw. Pas dan realiseer je je hoe grondig de relaties tussen vrouwen, mannen en kinderen zijn veranderd - en dat niet zozeer door het feminisme van de jaren zestig, als wel door maatschappelijke processen met een veel bredere reikwijdte.

Bijna al die veranderingen hebben zowel positieve als negatieve kanten. Het huwelijk is meer gebaseerd op liefde en daardoor breekbaar. Het gezin is kleiner en daardoor kwetsbaar. De vrouw werkt vaker buitenshuis, maar ervaart dat werk (net zoals de man) niet altijd als zinvol. De opvoedingsidealen zijn hooggestemd, maar er moet soms een leger hulpverleners aan te pas komen om een gezin te begeleiden. Het intieme huis kan verworden tot een benauwende ruimte waarin ouders tenslotte elkaar en hun kinderen aanvliegen.

In die situatie zijn het onbehagen van de vrouw en het onbehagen van de man elkaar dicht genaderd. Of het nu wel of niet terecht is dat vrouwen meer dan mannen geassocieerd worden met intimiteit en geborgenheid - dat vindt Lasch niet zo interessant. Belangrijker is hoe vrouwen èn mannen die levensvoorwaarden realiseren.

In zijn historische analyses biedt Lasch telkens aanknopingspunten voor een nieuwe visie. Hij herinnert er aan dat vrouwen een kardinale rol speelden in de tijd dat de grote steden ontstonden. Via informele netwerken en vrijwilligerswerk brachten zij weer verband in de samenleving. Het is tijd opnieuw aandacht te besteden aan die informele organisatie, ditmaal als opdracht aan vrouwen èn mannen.

Een soortgelijk pleidooi houdt Lasch waar het om opvoeding gaat. Het zou beter zijn als ouders weer de volle verantwoordelijkheid namen en kregen over hun kinderen. Als ze zich minder afhankelijk opstelden tegenover de deskundigen en begeleiders die de opvoeding monopoliseren. En als kinderen weer leerden spelen zonder supervisie van volwassenen. Lasch relativeert de waarde van betaald werk voor de zingeving van je bestaan. Werk levert mensen wel sociale relaties op, maar het werk zelf wordt lang niet altijd als zinvol ervaren. Die zin moet veel eerder worden gezocht in levensvullende projecten met een verderliggend doel: zorg voor de mensen in je naaste omgeving (niet alleen binnenshuis), in vrijwilligerswerk met een ideaal, in liefhebberijen die hartstocht verraden.

Het lijkt een blauwdruk van Laschs eigen bestaan, zoals hij dat volgens zijn dochter Elisabeth tot de laatste dag heeft geleefd. Met haar hulp voltooide hij een week voor zijn dood zijn laatste boek ('The Revolt of the Elites'). Tot zijn laatste snik wijdde hij zich - 'met gelukzalige overgave' - aan zijn levensvullend project: de wereld voor anderen iets begrijpelijker maken. Toen het boek af was zei hij tegen Elisabeth: 'We had fun, didn't we?'

Na zijn dood legde Elisabeth de laatste hand aan een bijna persklare bundel opstellen, die voor het grootste deel eerder afzonderlijk werden gepubliceerd. Daardoor heeft het boek iets fragmentarisch. Gelukkig zorgde Elisabeth Lasch-Quinn voor een voortreffelijke inleiding, die niet alleen de lijn door deze bundel aangeeft, maar ook een aardig portret biedt van haar in 1994 overleden vader.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden