Klein verslag

Langzaam zal de Dom voor lang verdwijnen

Beeld ANP

De dag begon fris. De hemel was blauw en doorkruist met condenssporen. Tussen de huizen hing nog de koude van de nacht. Maar in de loop van de septemberochtend warmde de lucht op en in de straten vielen jassen open.

Toen zag ik de toren. Hij was niet meer alleen. Aan noordzijde rees een mager staketsel op dat zich op diverse hoogtes aan de toren had vastgemaakt en nu reikte tot aan de tweede trans, tot voorbij de lantaarn. Het spalken had een aanvang genomen, de toren zou nu lang niet meer zonder hulpstukken te zien zijn.

Het was aangekondigd. De Domtoren, de toren die als geen ander een complete stad definieerde, moest een restauratieonderzoek ondergaan.

De voet van de toren was al achter een hoge bouwschutting verdwenen, de onderdoorgang was nog vrijgehouden onder een brede overkapping van ijzeren steigerdelen.

Aan de schutting had men mededelingen aan het volk opgehangen. 'Het restauratieonderzoek en het restauratieplan worden in de eerste helft van 2018 afgerond. Na besluitvorming erover wordt de toren vanaf eind 2018 gerestaureerd. Dan zal de gehele toren in de steigers worden gezet.'

Ook werd duidelijk waarom dit jaren zou kunnen duren: 'Tijdens het onderzoek van de lantaarn - het achtkantige deel van de toren - worden de stenen handmatig beklopt en in detail opgenomen'.

Elders was al meegedeeld dat uit inspecties was gebleken dat de toestand van de zeshonderd jaar oude toren, zes eeuwen van weer en wind, matig was en dat groot onderhoud eens in de veertig jaar geboden was. De laatste restauratie dateerde uit 1975. Hij heeft rond 1833 al eens op instorten gestaan.

Gedicht

Je hoefde je dat niet eens voor te stellen, zo'n ingestorte toren. Daarvoor zorgde Ingmar Heytze, van wie ook een gedicht aan de schutting ging.

Het heette: 'Dom gedicht'.

Zoals met alle dingen waar je écht van houdt, bedenk je soms iets doms. Bijvoorbeeld: beuk hem om. Vandaag nog, als het kan. Wat zou je eraan missen als het ding er niet meer stond.

Daarna volgde een reeks van irritaties, de duiven, de toeristen, het geklingel en gebonk - vooral 's nachts - en de wind. Het waait zo vaak om de toren, die al zo lang een solitair bestaan leidt, ver weg van zijn schip. De dichter riep een nieuwe storm op:

De zon verduistert, bomen staan te dansen als behekste marionetten, de lantaarn begint te wiegen bij vertwijfeld klokgelui, de eerste stenen boren zich door autodaken - dan storm je

's ochtends naar je raam, luister je stralend naar het carillon: er is geen Utrecht zonder Dom.

Veel preciezer kun je niet beschrijven wat deze toren betekent voor de stad.

Ik liep er nog eens omheen, om die toren met zijn ingepakte voet, een shovel duwde een betongewicht op een steigerplank. Ik dacht aan andere steigers om andere monumenten van de mensheid, de Acropolis, de Aya Sofia. Ja, evenzovele bewijzen van liefde en zorg waren ze. En onder hun doeken het teder bekloppen van de stenen.

Lees hier ook de andere Klein Verslag-columns van Wim Boevink.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden