Review

Langs 'decors van de geschiedenis'

Jeroen Wielaert, bekend als verslaggever achterop de motor van de Tour de France, maakte een reis langs het Nederlandse oorlogsverleden, ’Route ’40-’45’.

Het is stil rondom het Rosarium, op de grens van Oudwijk en Utrecht-Oost. „Stil en vredig”, zegt Jeroen Wielaert. Bijna geen verkeer, bijna geen voetgangers en wat er nog aan geluid is wordt gedempt door een aangenaam voorjaarsgevoel.

In het Rosarium kun je ’rustig wandelen, of sereen zitten op een van de witte bankjes, opzij van het stadsrumoer’. Dat was vroeger zo en is nog steeds zo. Maar voor de journalist van Radio 1 heeft dit ’mooie, intieme park in de bocht van de Nassaulaan’ een bijzondere betekenis, schrijft hij in zijn boek ’Route ’40-’45, een reis langs het Nederlandse oorlogsverleden’. Hij woont er op een steenworp afstand vandaan, is er eindeloos vaak langs gereden zonder dat het hem bijzonder voorkwam, maar weet inmiddels beter.

Tussen de rust van vroeger en de stilte van nu was daar de datum 7 mei 1945. ’Utrecht begon zich aarzelend bevrijd te voelen, maar er waren nog geen geallieerde troepen in de stad gezien. De (Engelse) Polar Bears waren wel in aantocht. Er bestond een soort gezagsvacuüm’, schrijft Wielaert.

Op die late morgen van 7 mei liepen twaalf man van de Binnenlandse Strijdkrachten (BS) over wat toen de Nassaulaan heette (Prins Bernhardlaan mocht niet). In de hoge huizen aan het Wilhelminapark wachtten Duitse militairen op hun vertrek. Het was de BS’ers ten strengste verboden om de verslagen vijand te ontwapenen; dat moesten ze overlaten aan de geallieerde troepen.

Wielaert: „Maar de BS’ers wilden eindelijk wel een keertje aan de slag, eindelijk een daad stellen na vijf jaar oorlog. Een ad hoc samengesteld arrestatieteam ging op de Duitsers af, met een vage opdracht om ze in te rekenen. Ook de voormalige bezetters hadden geen boodschap aan de capitulatie. Ze waren verslagen, maar nog zonder overwinnaar. Zij wilden zich alleen onderwerpen aan geallieerden in uniform, niet aan binnenlandse verzetsmensen. Daarnaast was er de diepe nijd over de onvermijdelijke nederlaag. Met die emotie begon een van de Duitsers te schieten.”

Dat was hier, tegenover het Rosarium, vlakbij de noordelijke ingang van het Wilhelminapark. „De BS-groep moet op de loop. Een paar rennen het Rosarium voorbij, in de richting van de begraafplaats. Anderen vluchten de Nassaulaan in.” Tien van de twaalf BS’ers werden door Duitse kogels dodelijk getroffen, Hans van Ameijde en Erich Buchmann verstopten zich achter de muurtjes en struiken van de huizen van nummer 1 en 3 aan de Prinses Marijkelaan.

Jeroen Wielaert beschrijft in ’Route ’40-’45’ hoe de schietpartij zich voltrokken heeft. En hoe de Duitsers die hun tegenstanders achtervolgden onverwacht hulp kregen van een vrouw op het balkon van nummer 4. „Nota bene de oerburgerlijke privéwoning van Anton Mussert. De huishoudster van de inmiddels gevluchte NSB-leider wees de Duitsers waar de BS’ers zich schuil hielden.” Van Ameijde en Buchmann kwamen er van af met schotwonden. Op de hoek van het plantsoen ligt een zware kei onder een statige plataan, in een bed van rode geraniums. Op een bronzen plaat met het simpele opschrift ’Op 7 mei 1945 gevallen’ staan de namen van de slachtoffers.

„Ongelooflijk”, zegt Wielaert, als hij het verhaal nog eens helemaal verteld heeft. „Ik ben hier zo vaak langs gekomen. Het is zo’n authentieke plek; de sfeer van toen is zo overduidelijk – een negentiende-eeuws park, huizen uit de jaren dertig, rododendrons. Dat is precies de kern van mijn boek: dat wat je leest of wat je op geschiedenisles hebt gehoord, is nog zo vaak zichtbaar als decor van een schokkende gebeurtenis. Eigenlijk is de hele plek monumentaal, met huisnummers en al. En dan nog de bizarre bijkomstigheid dat het na de oorlog was, maar toch nog steeds oorlog. Ook weer een bewijs dat oorlog nóóit ophoudt.”

Dat zie je overal in Nederland, wil Wielaert duidelijk maken. „Kruispunten, duinen, huizen, noem maar op – verscholen plekken waar je doodgemoedereerd aan voorbij kunt lopen, onwetend wat er is gebeurd. De Tweede Wereldoorlog is lang na de bevrijding nog overal in Nederland te zien. Op tal van plaatsen worden verhalen bewaard over fronten, terreur, moed, lafheid, gelatenheid, vervolging, verzet, verraad en victorie. Decennia na 1945 is de historische interesse niet verminderd, integendeel. De plekken van herinnering – de ’lieux de mémoire’ zoals Geert Mak ze noemt – blijven mensen aantrekken.”

Dat gold dus ook voor de journalist, die aan zijn passie voor de Tour de France, waarover hij meermalen als verslaggever achterop de motor reportages maakte, de liefde voor ’verscholen’ oorlogsgeschiedenissen paarde. Geboren in 1956 in de nabijheid van de Grebbeberg, groeide hij op met de nasleep van de oorlog en met verhalen van familieleden uit die periode. Op Terschelling kreeg het virus hem echt te pakken, op een van zijn gebruikelijke tochten buiten de gebaande paden. Hij viel daarbij bijna in een schuttersputje en leerde van de boswachter dat duinen vaak gecamoufleerde bunkercomplexen zijn, met gangen en schuilplaatsen die naderhand regelmatig dienst deden als vakantieonderkomens.

Het onderwerp liet hem niet meer los. Vanuit zijn verwondering en nieuwsgierigheid ontdekte Wielaert steeds meer van die ’oorlogsplekjes’. De steen in het park, het herinneringsbord bij een benzinestation langs de snelweg, de pisbakken van de NSB achter de muur in Lunteren waar Mussert zijn hagepreek hield, de Groningse Der Aa-kerk waar Duitse militairen ’elke zondag de verkwikking van een goede preek’ zochten en in het koor van de kerk hun cokes bewaarden, terwijl onderduikers en gestrande piloten zich doordeweeks schuil hielden in de gewelven en het machtige Arp Schnitger-orgel.

Zo is Route ’40-’45 ontstaan. Met nóg meer Utrecht, Fort De Bilt bijvoorbeeld, vlakbij het allereerste verkeersplein van Nederland, de Berekuil die begin jaren dertig door Anton Mussert werd ontworpen en in 1944 gereed kwam. Waar nu een beeld met roze fietsen de komst van de Italiaanse fietskoers Giro d’Italia markeert, werden in de oorlog arrestanten van de Duitsers afgevoerd naar het oude fort van de Nieuwe Hollandse Waterlinie waar ze werden gefusilleerd: 140 mensen, voornamelijk uit het verzet, zijn daar omgekomen. Het fort herbergt nu een Herinneringscentrum voor de toekomst, waar kinderen in het kader van de vredeseducatie opdrachten uitvoeren over verzet en vooroordelen maar ook kunnen hollen over de wallen en de voormalige schietbaan.

Op de Maliebaan in de stad wijst Wielaert zijn lezers op de vele gebouwen die in de oorlog in handen waren van de NSB en van de Duitsers. Over deze eens zo ’keurige allee’ – de Unter den Linden van Utrecht – liep tussen ’40 en ’45 een ’zwarte ader van het kwaad’, maar dat bood ideale mogelijkheden voor de verscholen activiteiten van het verzet.

Route ’40-’45 is verre van volledig, beseft Wielaert. „Je zou wel drie van dit soort boeken kunnen maken”, zegt hij. Met steun van historica Janna Laeven heeft hij een selectie gemaakt van vindplaatsen door heel Nederland, die samen het verhaal vertellen van het Nederland tussen 1940 en 1945.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden