Review

Lafheid en leugens van het front

Er werd door vakgenoten druk gebladerd bij de presentatie van het nieuwe boek van oorlogsverslaggever Arnold Karskens (1954). In 'Pleisters op de ogen, pleister op de mond', over de Nederlandse oorlogsverslaggeving van Heiligerlee tot Kosovo, neemt Karskens het werk van zijn collega's onder de loep.

MINKA NIJHUIS

Hebben journalisten de afgelopen vierhonderd jaar tijdig, onafhankelijk, kritisch en zo volledig mogelijk de conflicten in kaart gebracht? Een pleister op de wonde voor wie zijn naam niet in de index tegenkwam: hem of haar is hoogstwaarschijnlijk een negatief oordeel bespaard gebleven. 'Schrijvende lakeien', 'Heulen met de autoriteiten', 'Zwijgend in de wingewesten', 'Leugen en bedrog', heten de hoofdstukken. Het is duidelijk: Karskens laat zien dat verslaggevers hun werk vaker niet dan wel naar behoren hebben gedaan.

Bij de Slag van Heiligerlee in 1568 gaat het al mis. Geen enkel Nederlands pamflet maakt melding van het verlies van honderden eigen manschappen.

Ook eeuwen later neemt Neêrlands pers vaak de informatie en het standpunt van de autoriteiten klakkeloos over. Zo komen pas vijfendertig jaar na het begin van de oorlog in Atjeh, de eerste gedetailleerde gegevens over moorden op de burgerbevolking door het Nederlandse leger naar buiten.

Over het algemeen blijft de Nederlandse pers in Indonesië gezagsgetrouw en patriottisch, ook later, tijdens de politionele acties na 1945. Het 'we' wordt regelmatig onbekommerd gebruikt in de verslaggeving over het meer wel dan wee van de militairen met wie wordt meegereisd. ,,Het klinkt achterlijk. Maar ik heb geen herinnering aan een discussie over de legitimiteit van het Nederlandse ingrijpen. We vonden het allemaal vanzelfsprekend', zegt Arie Kleijwegt, eind jaren veertig werkzaam bij Radio Batavia.

Onafhankelijker, maar niet per definitie beter, wordt de pers in de jaren zestig. Bij veel verslaggevers treedt de journalistiek in dienst van de 'bevrijdingsstrijd', in Vietnam, Cambodja, later El Salvador. Zo is Dieudonnée ten Berge niet de enige die als 'progressief journalist' moordpartijen door de Rode Khmer verzwijgt. Als zij in 1975 merkt hoe eenzijdig haar blik is geweest, raakt zij een stuk over de ware aard van de Rode Khmer niet kwijt, noch aan Vrij Nederland, noch aan De Groene Amsterdammer.

In een nauwgezette reconstructie van de moord op een Ikon-camerateam in El Salvador, in 1982, stelt Karskens dat het soort verslaggeving waar het groepje voor had gekozen, niet alleen slecht werk pleegt op te leveren, maar ook nog eens extra gevaarlijk is. Correspondent Koos Koster zou zich vanwege zijn nauwe banden met de linkse guerrilleros en zijn medewerking aan een inzamelingsactie 'Wapens voor El Salvador' de woede van het bewind op de hals hebben gehaald.

Hier wordt ook het stokpaardje van Karskens duidelijk: engagement is de grote valkuil voor een journalist. Zijn favoriete verslaggever zou een mechanisch opererend wezen zijn dat onbevooroordeeld de krijgshandelingen volgt. Is het nou jammer dat zoiets onmogelijk is? Welnee. Betrokken journalistiek hoort stelling te nemen op een andere manier: tegen geweld en tegen onrecht. Dat is niet hetzelfde als klakkeloos overnemen wat strijdende partijen beweren. Geen zinnig mens zou de reportages van Martha Gellhorn over het net bevrijde Dachau of over de Amerikaanse bombardementen op Vietnamese dorpen willen ruilen voor een aaneenschakeling van kille feitelijkheden. Een goed verslaggever houdt zich aan de feiten, maar ook dan doen zich situaties voor waarin het concept onpartijdigheid pure theorie wordt. Toen op Oost-Timor in 1999 de burgerbevolking naar de stembus ging om in grote meerderheid voor onafhankelijkheid te kiezen, en werd geterroriseerd door het Indonesische leger en milities, was het voor de meeste verslaggevers -mijzelf incluis- onmogelijk niet voor die ongewapende bevolking te kiezen.

Pijnlijk is Karskens analyse van het werk van Els de Temmerman, die in 1995 voor haar reportages over Rwanda de Prijs voor de Dagbladjournalistiek ontving. Zij zou tijdens de genocide in Rwanda minder ter plekke zijn geweest dan zij deed voorkomen, informatie van anderen als eigen waarnemingen hebben gepresenteerd, en berichten over wreedheden door Tutsi's hebben genegeerd. Maar ook anderen laten flinke steken vallen. De dodentallen van het Tiananmen-plein en de opstand tegen Ceausescu bleken niet op feitenkennis, maar op verontwaardigde vooronderstellingen te berusten.

Ondanks de logistieke revolutie is Karskens niet optimistisch over het vak. In moderne oorlogen worden de verslaggevers steeds verder van de strijd gehouden, eigen waarneming wordt steeds zeldzamer, de kans op onjuiste berichten nog groter. Volgens Peter Dejong, die tijdens de Golfoorlog als fotograaf voor AP werkte en die er af toe in slaagde onafhankelijk rond te reizen, heeft de krantenlezer minder dan de helft van de waarheid gezien. In de vele chaotische burgeroorlogen is het even moeilijk goed zicht te krijgen.

Thuisblijven dan maar? Dat zeker niet, betoogt Karskens, de verslaggever is onmisbaar als onafhankelijk ooggetuige die politici en publiek voorziet van informatie. Met die opvatting gaat hij ook de confrontatie aan met de redacties. Hij vindt dat zij het vak van oorlogsverslaggeving niet de prioriteit en aandacht geven die het verdient. Regelmatig sturen redacteuren hun mensen het veld in met een minimum aan logistieke steun. De financiële vergoeding blijkt vaak karig. In plaats van met een scherfvest en een satelliettelefoon, reist freelancer Harald Doornbos, later verslaggever voor de GPD en Radio 1, af naar Bosnië met een gammele auto en wat klapstoelen. Daar waagt hij zijn leven voor ongeveer hetzelfde salaris als een secretaresse op kantoor.

Karskens werkte vijf jaar aan het omvangrijke boek. Het is boeiend, leerzaam en goed geschreven. En in de vele anekdotes waarmee Karskens de tekst lardeert ontbreekt ook de humor niet. Wel is de gretigheid waarmee hij zijn negatieve oordeel velt, hier en daar storend. Meer begrip voor fouten zou gezien de moeilijke omstandigheden en de zware tijdsdruk waaronder het werk gedaan wordt, op zijn plaats zijn geweest. Ook blijft onduidelijk waarom de ene collega wel en de andere niet onder de loep genomen wordt. Maar met zijn boek heeft Karskens de journalistiek een dienst bewezen. Verslaggevers blinken over het algemeen niet uit in zelfonderzoek en een stevige discussie over of en hoe oorlogsverslaggeving informatiever en veiliger kan, is hoog nodig.

Wie na het lezen van al deze ongezouten kritiek denkt dat Karskens als Nederlands enige fulltime oorlogsverslaggever ver verheven boven de rest van het journaille langs de frontlinies reist, heeft het mis. Al eerder lichtte hij zijn eigen werk kritisch door in 'Berichten van het front', dat in 1995 verscheen. En wie hem onderweg tegenkomt weet dat Karskens in tijden van nood goed gezelschap is. De meegezeulde liflafjes en rode wijn -Karskens reist in stijl- worden gul gedeeld. En een ding is duidelijk: Karskens houdt van zijn vak en het gaat hem aan het hart als er fouten worden gemaakt. Hij is gelukkig niet de man van staal die hij anderen ten voorbeeld stelt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden