Interview

Kunstverzamelaar Geert Steinmeijer komt uit de kast met eigen museum

Geert Steinmeijer bij de expositie van Chinese kunstenaars in zijn museum No Hero. Beeld Herman Engbers

Nederland heeft er weer een particulier museum bij. Geert Steinmeijer, eigenaar van Hartman Tuinmeubelen en Van Heek Textiles, opent zijn eigen museum op het landgoed Twickel in Delden. Met oude Italiaanse meesters naast abstracte Amerikaanse kunst.

Hij houdt er niet van om in de schijnwerpers te staan. Daarom hield de Twentse ondernemer Geert Steinmeijer (63), eigenaar van Hartman Tuinmeubelen en Van Heek Textiles, jarenlang stil dat hij kunst verzamelde. Maar nu is er geen ontkomen meer aan. Zondag opent op het landgoed Twickel in Delden het museum No Hero, waarin hij zijn kunstcollectie presenteert. Nu moet hij wel 'uit de kast' komen, zegt Steinmeijer, die tot de honderd belangrijkste kunstverzamelaars van Nederland wordt gerekend.

Een week voor de opening wordt er op het terrein rondom het museum, dat is gevestigd in de voormalige rentmeesterij, een rijksmonument uit 1726, nog hard gewerkt. Maar alle museumzalen zijn ingericht. Heeft 'Ome Geert' helemaal zelf gedaan, zegt hij. Al stond hij uiteraard wel open voor opmerkingen van 'Gemma'. Gemma Boon, voorheen werkzaam bij Rijksmuseum Twenthe in Enschede, heeft hij benoemd tot directeur. Aanvankelijk wilde hij zelf het museum gaan runnen, maar het leek hem verstandiger zich te omringen met een kleine professionele staf. Daarnaast beschikt het museum over honderd vrijwilligers. Maar alle tentoonstellingen gaat hij zelf maken. "Ik heb mezelf twee jaar proeftijd gegeven", zegt hij met een grijns. "En nu maar afwachten of ik voor mijn eerste examen ben geslaagd."

Deze ochtend zijn net de tekstbordjes binnengekomen bij de 125 kunstwerken die een plek hebben gekregen in de negen bescheiden zalen. Hij gaat ze allemaal checken op fouten, vertelt hij. Voordat hij ons rondleidt drinken we koffie in het door Jan des Bouvrie ontworpen museumcafé. We zitten op moderne witte Hartman stoelen. Steinmeijer werkte jaren samen met Des Bouvrie en beschouwt hem nog steeds als zijn 'creatieve peetvader'. "Jan verzamelt ook kunst. Hij en Frans Molenaar (de inmiddels overleden modeontwerper, red.) hebben mij in de jaren negentig in de kunstwereld geïntroduceerd. Ik had er toen weinig mee, al ben ik wel opgevoed met kunst. Mijn moeder was daar heel strikt in. We waren thuis met zes kinderen en moesten allemaal mee naar het museum en concerten. Toen ik uit huis ging verdween ook de kunst uit mijn leven, tot Frans en Jan op mijn pad kwamen. Ik ben toen ook vrij snel kunst gaan kopen, schilderijen van Leo van Gestel en fotografie van Inez van Lamsweerde."

Zien we uw allereerste aankopen ook in het museum?

"Nee, die heb ik allang weer verkocht. Daar heb niets meer mee, maar dat zul je zo wel zien."

Waarom heet uw museum No Hero?

"Ik wil een 'no hero' zijn. In kunstprogramma's op tv gaat het vaak meer over de verzamelaar, die een soort heldenstatus krijgt, dan over de kunst. Dat wil ik absoluut niet, al die aandacht voor mijn persoon. Toen mijn vrouw en ik in 2007 een stichting hebben opgericht voor de kunstcollectie, die toen al flink was uitgedijd, hebben we die voor de grap No Hero genoemd. Die naam kwam ook al snel bovendrijven voor het museum. Hij klinkt spannend en is ook internationaal."

'Il ya des jambes qui en disent long' (1999) van Wang Du. Beeld RV

Als u niet zit te wachten op aandacht voor uw persoon, waarom dan toch een eigen museum?

"Dat zei mijn vrouw ook, toen ik drie jaar geleden vertelde dat ik een eigen museum wilde. Zij en ook mijn twee dochters dachten dat ik gek geworden was. Het heeft even geduurd, maar nu ze het resultaat zien, zijn ze toch trots op me. Met mijn vrouw, met wie ik al 35 jaar ben getrouwd, heb ik een compromis gesloten. Het mocht een mooi museum worden, maar het mocht niet het enige zijn in ons leven. Er moet ook tijd over blijven voor andere dingen, zoals reizen."

Was het geen optie om uw collectie onder te brengen bij een bestaand museum?

"Ik heb een samenwerkingsverband gehad met Rijksmuseum Twenthe, maar door de groei van mijn collectie was dat voor mij niet meer de juiste oplossing. Omdat ik de cultuur in Overijssel wil bevorderen, besloot ik voor een eigen museum te gaan. Eerst in Enschede, waar ik woon, maar daar kon ik geen goed gebouw vinden. Iemand wees me op de rentmeesterij op het landgoed Twickel, die al jaren leegstaat. Ik had er meteen een klik mee, omdat het niet te groot is en zo mooi in de natuur ligt. Kunst en natuur vind ik een ideale combinatie. Bovendien ligt het heel centraal, vanuit mijn optiek: tussen Zwolle en Enschede in, twee plaatsen die allebei al een mooi museum hebben."

Een half uur rijden hier vandaan staan de particuliere musea van zakenman Hans Melchers met realistische kunst, die veel bezoekers trekken.

"Die musea zie ik totaal niet als concurrenten. Hier is heel andere kunst te zien. In Nederlandse kunstmusea zie je vooral erfgoed van eigen bodem. No Hero breekt met die dominantie door kunst te tonen uit vijf continenten. Wij willen een breder perspectief geven op de wereld. Kunst reikt verder dan het Westen. Daarin onderscheiden we ons, en op nog meer punten. Dat ga ik je nu laten zien."

'Der Kuss IV' (1981) van Rainer Fetting. Beeld Beeld Museum No Hero

De drie zalen op de benedenverdieping zijn bestemd voor exposities die elk half jaar wisselen. De openingstentoonstelling 'Ich bin ein Berliner' toont werk van de 'Nieuwe Wilden'. Deze groep Duitse kunstenaars, onder wie zijn 'lieveling' Rainer Fetting, schudde in de jaren tachtig de kunstwereld op met rauwe, expressieve schilderijen. De metersgrote doeken met hun heftige kleuren hebben van zichzelf al een overdonderend effect. In de intieme zalen van No Hero is het alsof een vloedgolf van verf de kijker overspoelt.

Steinmeijer: "Ik heb gestudeerd in Berlijn en kom er nog altijd graag. Het is een stad die voortdurend verandert en vele gezichten heeft. Die dynamiek herken ik in het werk van deze kunstenaars."

Maar waarom staat daar ineens een Franse pendule uit 1800 op de schoorsteenmantel?

"Ik spaar oude Franse pendules en hij staat daar mooi naast dat schilderij. Het zegt ook iets over hoe ik verzamel. Ik trek me niets aan van stromingen en stijlen, ook niet van historische of geografische grenzen, zolang het maar kwaliteit heeft en me raakt. Eclectisch noemen ze dat met een chique woord. Een allegaartje mag je het ook noemen, maar dat is het niet. Wacht maar tot je zo boven bent..."

De bovenzalen zijn ingericht met een (regelmatig wisselende) selectie uit zijn verzameling van meer dan zeshonderd schilderijen, sculpturen, meubels en een enkele klok. Na het Duitse schildergeweld had de overgang niet groter kunnen zijn met eeuwenoude religieuze voorstellingen van de Vlaamse primitieven, afgewisseld met Spaanse kruisbeelden. Haast gewijd zou je de sfeer kunnen noemen in deze zaal, met onder meer een schilderij van de aanbidding der koningen van Jordaens uit 1575 en een kruisafneming uit de omgeving van Rogier van der Weyden.

Bent u gelovig?

"Ik snap die vraag, maar ik ben niet gelovig. Ik had ook nooit belangstelling voor religieuze kunst. Dat is veranderd na wat ik het crisisjaar noem in mijn leven. In 2012 kreeg ik een zware hartaanval. In de ambulance dacht ik: Geert, dit ga je niet overleven. Ik heb het gered, met vijf bypasses, maar als je bijna dood was doet dat wel iets met je. Ik realiseerde me dat er meer in het leven is dan balans lezen en muntjes tellen. Ik besloot meer tijd te besteden aan mijn passie dan aan mijn bedrijven. Door deze ervaring zag ik ineens ook de schoonheid van oude meesters. Ongelooflijk dat die het geloof van mensen met zoveel emoties en zo'n diepe intensiteit konden vastleggen, dat het ook nu nog iets troostends heeft."

"Kom, ik zal je nog iets heel moois laten zien."

In de volgende zaal hangt een studie van een vrouwenhoofd uit 1575 van Barocci. Het is in zulke tere, ijle tinten geschilderd dat haar sluier als een lichte nevel over het hoofd lijkt gevleid. "Wij kennen en zien Barocci hier niet, maar het is de Rembrandt van Italië."

'De Heilige Theresia van Avila (circa 1720) van Giovanni Batista Piazetta. Beeld Beeld Museum No Hero

Een belevenismuseum had Steinmeijer ons beloofd bij het eerste telefonische contact. Nou, een belevenis is het zeker. Van de Italiaanse oude meesters gaat het met een reuzensprong naar de negentiende eeuw met de schilders van de Haagse school. "Ik heb in 2000 alle figuratieve Nederlandse kunst verkocht, waarmee ik als verzamelaar begonnen ben. Het boeide me niet meer genoeg, met uitzondering van de Haagse School. Ik vind het prachtig werk, kijk nou eens naar dit winterlandschap van Mesdag. Maar wat me ook aanspreekt is dat die jongens superinternationaal waren. Ze gingen net zoals nu Marlene Dumas de hele wereld over."

En zo hoppen we verder door vijf eeuwen kunstgeschiedenis. Inkakken is onmogelijk. Van de Haagse School tuimelen we in de hedendaagse figuratieve kunst uit China en daarna wachten abstracte Amerikaanse werken uit de jaren 1950-1975. Voor 'heel veel geld' kocht hij een werk van Frank Stella met een van zijn bekende geometrische composities van felgekleurde strepen. "Liever één topstuk dan meerdere werken die net iets minder zijn."

Stella is de blikvanger in de laatste zaal met het thema Living Colors. "Abstract werk ontleent zijn zeggingskracht vooral aan de kleur en het materiaal. Het intrigeert me hoe kleur ons denken en doen beïnvloedt." Hij wijst naar een knalgele zon, Yellow Rose van Darby Bannard. "Jarenlang werd ik wakker met dit stralende schilderij boven ons bed."

U presenteert No Hero als een museum dat 'geluk faciliteert'.

"Er bestaat geen goede of foute kunstbeleving. Het gaat om plezier en ontspanning in dit museum, even weg uit de waan van de dag. Daar draagt de mooie natuur natuurlijk ook aan bij. Net zoals kunst mijn leven heeft verrijkt, gun ik dat anderen ook."

Particuliere musea

Geert Steinmeijer (1954, Hengelo) studeerde bedrijfskunde in Groningen. Daarna werkte hij onder meer bij Philips en Wang, voordat hij vanaf 1990 bedrijven ging opkopen om ze te saneren. Tegenwoordig is hij eigenaar van Hartman Tuinmeubelen en Van Heek Textiles. Hij is getrouwd en heeft twee dochters.

Sinds 2015 kreeg Nederland er vier particuliere kunstmusea bij. Wat ze gemeen hebben is dat ze opgericht zijn door vermogende ondernemers die kunst verzamelen, en dat ze in het groen liggen. De Rotterdamse havenondernemer Joop van Caldenborgh liet in Wassenaar Museum Voorlinden bouwen. Hans Melchers, rijk geworden in de chemicaliënhandel, richtte twee musea op: More in Gorssel en het Carel Willink-museum in Ruurlo. Het volgende particuliere museum dient zich ook al aan: in de zomer opent het Lisser Art Museum van supermarktmagnaat Jan van den Broek.

Lees ook:  Nieuw Museum Voorlinden wil echt iets toevoegen

Niet alleen voor Nederland is het nieuwe Museum Voorlinden in Wassenaar een verrijking. "Ook de wereld heeft er een museum bij dat echt iets toevoegt", aldus toenmalig directeur Wim Pijbes in 2016.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden