Kunstvervalsers zijn geen leuke schelmen

'De Emmaüsgangers', een nep-Vermeer van de hand van Van Meegeren. Beeld Boijmans van Beuningen

We zijn veel te lief voor kunstvervalsers, we vinden ze zelfs leuke schelmen. Onterecht, betoogt onderzoeker en schrijver Noah Charney. Het zijn toch misdadigers.

Aan het begin van Noah Charney's carrière staat een Nederlander met een opmerkelijk strafblad. Als student kunstgeschiedenis las de Amerikaan een biografie van Han van Meegeren, de schilderijenvervalser die een nep-Vermeer verkocht aan nazi-kopstuk Hermann Göring, na de oorlog werd berecht voor collaboratie maar nadat hij zijn bedrog had opgebiecht als oorlogsheld uit de bus kwam. Een fascinatie met kunstmisdaad was geboren.

Charney's debuutroman 'De Caravaggio kunstgreep' (2007) ging over de diefstal van meesterwerken. Maar hij roert zich ook als wetenschapper. Aan de American University in Rome doceert hij over roofkunst, vervalsing en vandalisme - zijn lesprogramma is uniek in de wereld. Zijn boeken over oplichters in de kunstbranche lopen als een trein. Zijn meest recente, dat in Nederland is uitgekomen onder de titel 'Kunstvervalsing: misleiding en masterminds van meestervervalsers', geldt in Amerika als bestseller.

"Iedereen is geïntrigeerd door vervalsers, niet alleen ik", verklaart de auteur het succes. "De meeste mensen zien vervalsers als een soort goochelaars, practical jokers die erin slagen iedereen voor de gek te houden. Ze zijn niet eng of gevaarlijk, zoals traditionele slechterikken. Hun vergrijpen zijn niet gelinkt aan georganiseerde misdaad of terrorisme. Het publiek vindt ze daarom vaak sympathiek en de media helpen daarbij. Vooral Britse boulevardbladen hebben er een handje van vervalsers af te schilderen als handige schelmen, vaak afkomstig uit een arbeidersmilieu, die de culturele elite in haar hemd zetten. Als ze worden gepakt en een korte celstraf hebben uitgezeten, krijgen ze een boekcontract of een tv-programma."

True crime
Charney's nieuwe boek biedt geen criminologische analyse op basis van droge statistieken. Het past beter in de categorie 'true crime'. Hij onderzocht de levenswandel van ruim 120 kunstvervalsers, waarvan de helft terechtkwam in de publicatie. Het meeste materiaal kreeg hij via Scotland Yard-detective Vernon Rapley, een persoonlijke vriend van Charney die een flink aantal van de geportretteerde heeft gearresteerd. Ook interviewde hij tientallen zwendelaars per mail of Skype.

"Vrijwel niemand weigerde medewerking", aldus Charney. "Eentje was zelfs diep teleurgesteld dat hij uiteindelijk niet in het boek was beland."

Vervalser Van Meegeren aan het werk. Beeld ullstein bild/Topfoto

Als er iets is wat alle kunstvervalsers gemeen hebben, dan is het die hunkering naar erkenning. "Geld speelt een belangrijke rol als er wordt gesjoemeld met luxegoederen of wijn, zoals op grote schaal gebeurt met Chianti in China. Bij politieke documenten is macht vaak de motivatie. Maar de psychologie van kunstvervalsers zit anders in elkaar. Bijna altijd beginnen ze met grote artistieke ambities. Maar ze worden afgewezen door galeries en kunstexperts, zoals Van Meegeren, die zoete plaatjes van hertjes schilderde.

"Het uitblijven van acceptatie leidt tot verbittering en afkeer van het kunstestablishment. Met hun vervalsingen nemen ze wraak. Bovendien kunnen ze laten zien hoe goed ze eigenlijk zijn. Het is weinig bekend, maar zelfs Michelangelo heeft zich om die reden met vervalsingen ingelaten. Als 21-jarige maakte hij het marmeren beeld Slapende Cupido en bewerkte het zodanig dat het antiek leek. Hij verkocht het aan de achterneef van Paus Sixtus IV, een verwoed verzamelaar van Romeinse oudheden. Die prees de kwaliteit van het werk uitvoerig."

Miskend talent
Toen Michelangelo's bedrog uitkwam, was hij al algemeen erkend als artistiek genie. Zijn jeugdzonde werd onder het tapijt geveegd. Voor de meeste vervalsers geldt de ironie dat als ze hun talent erkend willen zien, ze ontmaskerd moeten worden. De meeste kunstfraudeurs helpen het lot dan ook een handje. Ze verrijken hun creaties met wat Charney 'tijdbommen' noemt: kenmerken die een kunstwerk onmiskenbaar tot een fake maken.

Het verste daarin ging volgens hem Lothar Malskat. "Malskat werd vlak na de oorlog gevraagd de beschadigde fresco's van de Marienkirche in Lübeck te restaureren, die in 1942 ernstig beschadigd waren door een geallieerd bombardement. Er was geen fotografische documentatie en de fragmenten die over waren, boden weinig houvast. Malskat schilderde de muren vol en deed alsof hij Middeleeuwse werken had herontdekt.

"De autoriteiten waren dolenthousiast en ter ere van het 700-jarige bestaan van de kerk werd zelfs een postzegel uitgegeven met zijn vervalsingen erop. Toen hij bekende dat het namaaksels waren, wilde niemand hem geloven. Hij nam toen de opmerkelijke stap zichzelf gerechtelijk aan te klagen. Tijdens het proces onthulde hij de tijdbommen die hij in de schilderingen had verwerkt: een kalkoen, een Amerikaans dier dat pas in de 16de eeuw bekend werd in Europa, en een afbeelding van Marlene Dietrich."

De beste vervalsers zijn de vervalsers van wie het werk niet is ontmaskerd. Charney zou geen schatting durven maken van het aantal neppers dat nog voor echt wordt aangezien. Maar hij denkt dat het in musea wel meevalt.

"Na hun arrestatie scheppen vervalsers steevast op over de duizenden kopieën die ze hebben gemaakt, waarvan er nog honderden onopgemerkt aan museummuren zouden hangen. Maar dat is onwaarschijnlijk. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Van een Matisse, die de belangrijkste attractie was in een museum in Uruguay, kwam pas na jaren aan het licht dat hij verwisseld was voor een imitatie. Meestal zijn musea echter heel precies met authenticatie en hangen ze niets op zaal waarvan ze niet honderd procent zeker weten dat het echt is."

Modern is makkelijk
Particuliere kunstkopers moeten wel goed oppassen. Vooral de handel in lithografieën van 20ste-eeuwse grootheden als Miró, Picasso en Dali is vergeven van namaak. Ze zijn relatief makkelijk te vervalsen en de prijzen zitten in een segment dat onder de radar van opsporingsdiensten blijft. De opkomst van kunstverkoop via internet stimuleert falsificeren. Wie iets koopt via een webveiling heeft geen enkele garantie van authenticiteit en Charney bestempelt deze verkoopkanalen dan ook als "een loterij met weinig kans op winnen".

Maar ook wie een schilderij, sculptuur of foto koopt via een gerenommeerd veilinghuis, is niet gevrijwaard van bedrog. Charney: "Veilinghuizen zijn conservatief en houden vast aan tradities. Ze voeren meestal geen technisch-wetenschappelijk onderzoek uit naar materiaalgebruik, terwijl dat tegenwoordig toch heel goed mogelijk is zonder het werk te beschadigen. Ze vertrouwen liever op het kennersoog van experts.

"Ook ontbreekt vaak een herkomstgeschiedenis van het kunstwerk, een essentieel middel om te achterhalen hoe echt het is. De reden is historisch. Bij het ontstaan van de veilinghuizen was het de verarmde Europese aristocratie die haar bezit verkocht aan nieuw geld, veelal Amerikaanse industriëlen. Om de schande te verzachten werd dat anoniem gedaan. Tot op de dag van vandaag wordt de herkomst van een te veilen schilderij aangeduid als 'eigendom van een dame' of 'eigendom van een heer'. Het is een overblijfsel van vroeger, en zet de deur wijd open voor oplichters."

Een echt zelfportret van Vincent van Gogh (links) en een vervalsing gemaakt door een onbekende (rechts).

Duo
"Maar kopers willen ook bedrogen worden", betoogt de Amerikaanse auteur. "Kunstvervalsers werken vaak als duo. Naast de man - ja, het is eigenlijk altijd een man - die het werk maakt, staat iemand die ermee de boer opgaat. Dat is de echte misleider, die inspeelt op het ego en de zwakheden van de mensen die hij benadert. Hij zegt nooit 'Kijk, ik heb een nieuwe tekening van Van Gogh gevonden', maar 'Ik vond iets op zolder van mijn overgrootmoeder die ooit in Frankrijk woonde, misschien is het iets, kijkt u er eens naar'.

"Zo zet hij de val voor een expert. Met een objectieve blik had die zo gezien dat het papier oud is gemaakt met thee of dat de verf niet klopt. Maar iedere kunsthistoricus wil Indiana Jones zijn, de ontdekker van een onbekend werk. Het is wishful thinking dat ze de das omdoet."

Het bekendste voorbeeld hiervan is 'De Emmaüsgangers', dat geschilderd werd door Charney's vroegste inspiratiebron, Han van Meegeren. Het werd in 1937 door Dirk Hannema, directeur van Museum Boijmans Van Beuningen, gekocht voor het toen astronomische bedrag van 540.000 gulden. "Het leek totaal niet op een Vermeer", zegt Charney. "Maar Hannema had een theorie dat Vermeer een vroege, religieuze periode had gehad, waar geen voorbeelden van bekend waren. Hij was heel fanatiek in het uitdragen van dat idee. Wat Van Meegeren deed, bevestigde hem daarin. Hij reikte hem de missing link aan die hij zo zocht."

Glashard ontkennen
Zelfs als onomstotelijk bewezen wordt dat het toch echt een vervalsing betreft, willen veel mensen er nog niet aan. De schatrijke Amerikaan Chester Dale liet zijn Van Gogh forensisch testen, maar toen bleek dat het canvas beschilderd was met loodhoudende verf die nog niet bestond ten tijde van de impressionist, bleef hij de waarheid glashard ontkennen.

"Dit is een Van Gogh en dat zal het blijven tot de dag dat ik sterf", verklaarde hij. Iets dergelijks maar dan op collectieve schaal is het geval met de lijkwade van Turijn. Koolstofdatering heeft onomstotelijk bewezen dat het een 13de-eeuwse schildering betreft, maar miljoenen gelovigen beschouwen het doek nog steeds als heilig relikwie dat door Christus zelf is aangeraakt.

Over geloof in de lijkwade kan meewarig worden gedaan, maar slachtoffers van kunstvervalsing kunnen doorgaans rekenen op weinig medelijden.

Charney: "Het zijn vaak bevoorrechte types met veel geld. Die kunnen zo'n verlies wel lijden, vinden de meesten. Vergeten wordt dat niet alleen de kopers de dupe zijn van vervalsing. Zodra oplichters documentatie manipuleren en ondeugdelijke informatie de archieven van musea binnensmokkelen, is er iets ernstiger aan de hand. Dan worden historische bronnen vervuild en hun betrouwbaarheid aangetast. Dat is je reinste geschiedvervalsing. Om die reden zou er minder licht moeten worden gedacht over vervalsing. En zouden de media vervalsers geen podium moeten bieden waar ze tot volkshelden uitgroeien."

Maar is Charney met zijn publicaties niet zelf deel van die media? Besmuikt: "Dat is waar. Maar ik schrijf over vervalsers om het publiek voor ze te behoeden. En ik veroordeel hun praktijk. Toegegeven, in milde termen. Kunstvervalsing is de minst bezwaarlijke vorm van economische fraude. Maar het blijft misdaad."

Noah Charney - 'Kunstvervalsing: misleiding en masterminds van meestervervalsers'. Uitgeverij TerraLannoo, 29,99 euro

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden