Kunstminner Johan Maurits handelde in slaven voor persoonlijk gewin

Het jongetje rechts van Maria van Oranje was geen verzinsel van schilder Jan Mijtens. De Oranjes hadden zwarte slaven.

Johan Maurits kennen we als de beminnelijke, tolerante kunstliefhebber die het Mauritshuis liet bouwen. Op een tentoonstelling in het Mauritshuis blijkt ook dat hij slavenhandelaar was.

Tot voor kort was hij een held, maar Johan Maurits van Nassau-Siegen, de bouwer van het Mauritshuis in Den Haag, valt steeds verder van zijn voetstuk. Dat hij in slaven handelde in opdracht van de West-Indische Compagnie (WIC) was bekend. Naar nu blijkt deed hij dat ook voor persoonlijk gewin. De bewijzen zijn te vinden in verschillende archieven, blijkt uit een tentoonstelling in het Mauritshuis over hem.

Govert Flinck, Meisje bij een kinderstoel (1640) Beeld Mauritshuis

Het schilderij ‘Meisje bij de kinderstoel’ van Govert Flinck is een publiekslieveling in het Mauritshuis. Het met goud behangen meisje houdt zich met haar handje vast aan de stoel, waarop een klompje suiker ligt. Het ziet er schattig uit, maar de suiker op dit schilderij uit 1640 was afkomstig uit de Nederlandse kolonie in Brazilië, waar slaven in vreselijke omstandigheden op de plantages en in de suikermolens werkten. Als je dat eenmaal weet, is het helemaal geen leuk schilderij meer. 

‘Meisje bij de kinderstoel’ hangt op de tentoonstelling ‘Bewogen beeld – Op zoek naar Johan Maurits’, die vandaag opengaat in het Mauritshuis. De tentoonstelling hoort bij een grootscheeps onderzoek naar de bouwer en naamgever van het museum, dat in 2020 zal zijn afgerond. Het biedt een onverbloemd zicht op zijn betrokkenheid bij de slavenhandel.   

Goede reputatie

Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679), achterneef van prins Maurits, heeft een goede reputatie, omdat hij bekend staat als een verlicht man: hij stimuleerde kunst, architectuur en wetenschap en stond tolerant tegenover andere religies. Die faam bouwde hij voornamelijk op in Brazilië, waar hij zeven jaar gouverneur-generaal was van de Nederlandse kolonie.

Over de vraag hoe hij aan het geld kwam om zijn Mauritshuis te bouwen, ging het vrijwel nooit. Daar brengt deze tentoonstelling rigoureus verandering in. Het Mauritshuis ging zich in deze vraag verdiepen, omdat er na de heropening van het gebouw in 2014 kritiek kwam op de eenzijdige manier waarop het museum Johan Maurits in teksten introduceerde bij het publiek. Het museum ging stilzwijgend voorbij aan zijn kwalijke kanten, met name zijn rol in de Nederlandse slavenhandel tijdens zijn verblijf in Brazilië. Het ­nam de kritiek zeer serieus en liet er onderzoek naar doen.

De kwestie werd begin vorig jaar extra urgent door de ophef die ontstond toen een borstbeeld van Johan Maurits uit de foyer van het museum werd verwijderd. Premier Rutte waarschuwde voor een beeldenstorm, CDA-leider Buma vond dat we beladen namen uit onze geschiedenis niet moesten ‘wegmoffelen’.

De buste van Johan Maurits verhuisde vorig jaar uit de foyer van het Mauritshuis naar de aparte hoek die over hem is ingericht.

Gevaarlijk werk

Maar de buste van Johan Maurits, een 20ste-eeuwse replica van namaakmarmer, was weggehaald omdat er in de vaste collectie een aparte hoek was ingericht over Johan Maurits. In stilte werkte het Mauritshuis door en nu is er een tentoonstelling over de man. Met informatie uit het recente onderzoek, kunstvoorwerpen en geprojecteerde ­afbeeldingen op de wanden wordt een completer beeld van hem gegeven. De tentoonstelling markeert ook het begin van een inventariserend wetenschappelijk onderzoek naar Johan Maurits, dat in 2020 zal worden opgevolgd door een meerjarig onderzoeksproject.

“Er zijn in het verleden dikke boeken over hem geschreven”, vertelt conservator Lea van der Vinde. “Maar over slavernij ging het daarin nauwelijks. Terwijl tijdens zijn bewind in Brazilië, van 1636 tot 1644, de omslag in de ­slavenhandel plaatsvond.”

Al in het jaar van zijn aankomst stuurde Johan Maurits in opdracht van de West-Indische Compagnie (WIC) schepen naar het fort Elmina in Ghana om dat te veroveren op de Portugezen. Van daaruit regelde hij de aanvoer van slaven voor de suikerplantages in zijn kolonie. Zij moesten het zware en gevaarlijke werk voor de productie van suiker doen.

Onchristelijk

De plantages werden veelal gerund door katholieke of joodse Portugezen. Johan Maurits tolereerde deze religies, er stond zelfs een synagoge in Nederlands-Brazilië. Maar de vele soldaten die hij in dienst had vanwege de continue strijd tegen de Portugezen moesten verplicht calvinistisch zijn. Van der Vinde: “Johan Maurits was alleen tolerant tegenover de Portugesee plantagehouders. Het lijkt erop dat hij eerder vanuit pragmatisme dan vanuit idealisme handelde.” 

Al net zo pragmatisch was het ­Nederlandse standpunt over de slavenhandel in de Gouden Eeuw. In de Republiek werd het houden van slaven afgekeurd. Slavenhandel was een onchristelijke gewoonte van de katholieke tegenstander Spanje, vond men. Van der Vinde: “Maar toen de WIC met slavenhandel begon, omdat de plantages niet zonder zouden kunnen, was er al een jaar later een predikant die, met theologische argumenten onderbouwd, verklaarde dat slavernij toch wel kon.”

Blinde vlek

Ook Johan Maurits pikte een graantje mee. Uit archiefonderzoek bleek ­onlangs dat hij ook in slaven heeft gehandeld voor eigen gewin.

In 1642 vroeg hij de Staten-Generaal toestemming om zelf slaven te mogen halen uit Afrika. In 1643 verklaarde schipper Reinier Adriaensz Schagen bij de Amsterdamse huisnotaris van de WIC dat hij een jaar eerder voor Johan Maurits een ‘een merckelijcke partije swarten’ had gekocht in Angola. Het ging om 55 tot slaaf gemaakte Afrikanen, die met het schip de Princes naar Brazilië werden vervoerd.

Van der Vinde: “Daarnaast vond de Portugese onderzoekster Carolina Monteiro een passage in een boek van een Portugese predikant die schreef over de slavenhandel voor Johan Maurits.  Ik was heel verbaasd toen deze ­documenten boven tafel kwamen. Daarna was ik verbaasd over mijn verbaasdheid. We hebben een blinde vlek gehad voor zijn slavernijverleden.”   

Merkteken

Op de tentoonstelling hangen werken van de schilders Frans Post en Albert Eckhout. Zij gingen mee met Johan Maurits en schilderden de Braziliaanse natuur. Post toont het harmonieuze ­samenleven van witte plantagehouders en hun zwarte slaven. Maar een klerk van Maurits schetste een ander beeld. Hij tekende een slavenmarkt. Van der Vinde: “Hij schreef erbij dat deze ­mensen werden behandeld als vee.

Er bestaat ook een afbeelding van een vrouw met een brandmerk op haar borst. Het was het merkteken van ­Johan Maurits.”

‘Bewogen beeld – Op zoek naar Johan Maurits’ 

In het Mauritshuis te zien tot en met 7 juli. Rond de tentoonstelling is een uitgebreid programma met rondleidingen, talkshows, workshops, lezingen en andere evenementen. Info: mauritshuis.nl

Lees ook:

De Gouden Zaal blinkt weer

Het was al voor de grote brand in 1704 de pronkkamer. Uitgekiende belichting en opgefriste schilderijen maken het nu af.

Directeur Mauritshuis wijst premier Rutte terecht over ‘beeldenstorm’

Het Mauritshuis in Den Haag heeft een beeld van naamgever Johan Maurits van Nassau Siegen niet uit het museum verwijderd, maar vervangen door een ander, authentiek, beeld. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden