Interview Walter Van Beirendonck

‘Kunstenaar Willem van Genk was een leven lang woest’

Walter van Beirendonck bij werken van Willem van Genk. Beeld Maartje Geels

Hij had een fascinatie voor bussen, trams, jassen en meisjes met vlechten. Kunstenaar Willem van Genk was een outsider met een uitzonderlijk talent. Modeontwerper Walter Van Beirendonck, fan en zielsverwant, maakte een expositie van zijn werk.

Wat was er zo goed aan Willem van Genk? De beeldend kunstenaar die zijn leven lang bussen, trams en woeste panorama’s tekende? Daar heeft mode-ontwerper Walter Van Beirendonck wel een antwoord op. Hij is groot fan van Van Genk en maakte voor het Amsterdamse Outsider Art Museum (OAM) een tentoonstelling over hem, getiteld ‘Woest’.

Van Genk (1927-2005) opereerde als kunstenaar in de marge; hij werd nooit helemaal serieus genomen, omdat hij ook psychiatrisch patiënt was. Al jong kwam hij terecht op een zogenoemde arbeidsplaats voor onvolwaardigen, zijn kunst maakte hij in de avonduren.

Die kunst werd verschillende keren ‘ontdekt’, maar het lukte hem niet om van het stempel geestelijk gestoord af te komen. Nu geldt hij als de belangrijkste Nederlandse vertegenwoordiger van outsiderkunst: kunst gemaakt door mensen met een psychische of verstandelijke beperking. 

“Hij had veel talent, kon goed tekenen”, zegt Van Beirendonck – lange grijze baard, een trui van eigen ontwerp, aan alle vingers grote ringen – in een stil hoekje van het museum. “Zijn eigen wereld, eigen interesses, komen als een tsunami over je heen. Outsiderkunst komt direct van de kunstenaar, is heel persoonlijk, heel echt. En dat is zo mooi eraan. Van Genk wordt nauwelijks getoond in gewone musea, al heeft hij in zijn leven best wel erkenning gekregen. Maar niet altijd de goede. Ik wil hem uit de probleemhoek halen. Op een positieve manier; voor de tentoonstelling koos ik geel als steunkleur.”

Wie is Willem van Genk?

Willem van Genk werd in 1927 in Voorburg geboren als jongste kind in een gezin met negen oudere zussen. In 1931 overleed zijn moeder en werd hij ondergebracht in internaten. Na verschillende baantjes kwam hij als tiener terecht op de arbeidsplaats voor onvolwaardigen, waar hij voor een elektronicahandel kabels in zakjes stopte. Na werktijd maakte hij tekeningen en collages.

In 1958 werd hij aangenomen op de avondopleiding van de Koninklijke Academie in Den Haag, maar zijn psychiater van de werkplaats verbood hem om de opleiding te volgen. In 1964 had hij dan toch een eerste tentoonstelling in Den Haag, geopend door schrijver W.F. Hermans, die onder de indruk was. Maar velen bleven zijn kunst zien als uitingen van een zieke, manische geest.

Hij werd arbeidsongeschikt, woonde in bij zijn zus Wally en werkte daar in een kamertje. Zijn werk kwam steeds vaker in musea, maar Van Genk zelf voelde zich bedreigd en bespioneerd en isoleerde zich van zijn omgeving. In 2005 overleed hij.

Van Beirendonck is fulltime mode-ontwerper, hij maakt twee collecties per jaar, al meer dan dertig jaar. Zijn werk is bekend om de geëngageerde thema’s: de wintercollectie van 2019/20 is getiteld ‘Meltdown’, smeltende felle kleuren zijn er het terugkerend motief, onmiskenbaar een verwijzing naar de klimaatcrisis.

Willem van Genk is al lang een van de grote helden van de Vlaming, hij zag diens werk voor het eerst bij een tentoonstelling over outsiderkunst in Parijs. En dus was het ‘een grote eer’ dat het OAM hem vroeg om de tentoonstelling te ontwerpen.

Van Beirendonck. Beeld Maartje Geels

Van Beirendonck: “Ik werk altijd op dezelfde manier: ik doe veel research, lees en verzamel van alles over het onderwerp, en dan begin ik te tekenen. Zo gaat het bij m’n modecollecties en zo ging het nu ook voor het museum. Ik heb gekozen voor een heel grote foto bij de ingang, waarop Van Genk met zijn jas aan in zijn interieur zit, met zijn hondje. Aan de ene kant had je die harde fantasiewereld, maar daarnaast had hij ook die lieve kant, met dat hondje.”

Wat hem opwond: kapsalons en haren wassen

“In de tunnel loop je langs foto’s van zijn leven. Ik wilde niet te veel tekst gebruiken, vooral Van Genk in zijn eigen wereld tonen. Je ziet dus hem met zijn negen zussen, hij was de jongste in het gezin. Ook zijn er filmfragmenten en geluiden, geluiden waarvan ik denk dat Van Genk ze in zijn hoofd hoorde.”

Na die introductie is er een collage te zien van een foto van Van Genk met daarop een projectie van een klauterend meisje. Van Beirendonck: “Het meisje met de vlechten is een personage dat steeds in zijn werk opduikt. Van Genk had een fascinatie voor haren, een soort fetisj: hij raakte opgewonden van kapsalons en haren wassen. Hij liet prostituees bij hem thuis komen enkel en alleen om hun haar te wassen.” Op een van zijn werken zie je het ingeschuimde haar in alle vormen heel gedetailleerd uitgetekend.

Van Genk was een meester in het onthouden en weergeven van de kleinste details. Van Beirendonck vertelt dat hij dol was op boeken over verre landen en reizen. Hij heeft ook veel landen bezocht, toch kon hij zich dankzij de vele illustraties en foto’s die hij verzamelde ook een beeld vormen van steden en landen waar hij nooit was geweest. Vervoersmiddelen, vooral bussen, trams en treinen, maar ook zeppelins, tekende hij zo nauwkeurig mogelijk na. 

Van Genk had ook fanatiek belangstelling voor politieke leiders, machtsvertoon. Van Beirendonck: “Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen Duitse soldaten Van Genks vader thuis ondervragen, Willem was daar bij. Die militairen die zo veel sterker en groter waren dan zijn vader, met hun grote jassen, hebben diepe indruk gemaakt. Die jassen werden een fetisj voor hem. Hij kocht zelf een basisjas, oliejekkers in rood, zwart, geel, hij sloeg er extra knopen in en ging er de straat mee op.”

Van Genk zei zelf dat die jassen belangrijker voor hem waren dan de schilderijen; de jassen kon hij aandoen. En dan ‘heb je genot, geestelijk genot, seksueel genot. Dat heb je met die schilderijen niet hè?’

Hij had geen ruimte, plakte kleine stukjes papier aan elkaar

Bijna net zo belangrijk als de tekeningen en schilderijen, die hij tot in het kleinste detail vol tekende en schilderde, waren de woorden en letters. Overal in het werk komen ze terug, hele verhalen schreef hij erbij in vaste hand. Van Beirendonck vertaalt dat op zijn eigen manier. Als een woordenstroom boven de tentoonstelling staan er over de hele expositie letters boven op de muurschotten in de ruimte. En daarnaast hangen er een paar werken dwars op de muur, zoals weleens gebeurt met tweezijdig beschilderde middeleeuwse werken.

Beeld Maartje Geels

Meest intieme plek op de tentoonstelling is een kamer waar ‘het station’ staat opgesteld, een opstapeling van door Van Genk verzonnen en gemaakte schaalmodellen van bussen en trams. Er speelt klassieke muziek, want daar hield hij van. Het is er klein, net als de ruimtes waar Van Genk werkte. “Hij had nooit de ruimte, de gelegenheid. Hij werkte op een plankje op zijn schoot, had nauwelijks een werktafel en nooit een atelier, moest altijd kleine stukjes papier aan elkaar plakken.”

Van Beirendonck: “Daarom heb ik de tentoonstelling ook ‘Woest’ genoemd. Van Genk was zijn hele leven kwaad op de buitenwereld. Hij had nooit de gelegenheid om vrij te werken en werd niet serieus genomen. Tegelijk was dat een stimulans.”

In de catalogus bij de tentoonstelling noemt Van Beirendonck Van Genk een soulmate. Even doorvragen naar de manier waarop hij de bijzondere tekeningen voor het tentoonstellingsontwerp maakt – minutieus uitgewerkt en felgekleurd – maakt duidelijk waarom. “Ik maak die tekeningen altijd zelf, niets op de computer ofzo. Zo toon je meteen je enthousiasme en de sfeer.”

“Ik heb mijn kleine werkkamertje thuis, vol met spullen, boeken en zo’n zeshonderd speelgoedpoppen. Die verzamel ik. En die kijken naar me. Pas in mijn studio in Antwerpen werk ik m’n ontwerpen uit. Voor deze tentoonstelling ben ik gaan fantaseren. Het is een tentoonstelling geworden zoals ik denk dat Van Genk die gewild zou hebben.”

De tentoonstelling ‘WOEST’ is te zien tot en met 15 maart 2020 in het Outsider Art Museum in Amsterdam. www.outsiderartmuseum.nl

Lees ook:

Van Genk was bezeten van trams en trolleys, hij maakte er kunst van

Elke week beschrijft Trouw een kunstwerk of museum dat u niet mag missen. Vandaag: ‘De Geldersche Tramwegen’ van outsider-kunstenaar Willem van Genk in Amsterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden