Tentoonstelling slavernijverleden

Kunstenaar Victor Sonna: Je kunt pas echt zien, als je samen kijkt

Victor Sonna in zijn solo-expositie 1525 in het Van Abbemuseum.Beeld Merlin Daleman

De Eindhovense kunstenaar Victor Sonna, geboren in Kameroen, wist weinig van het slavernijverleden. Een zoektocht resulteerde in een 25 meter hoge installatie in het Van Abbemuseum, maar een activist werd hij niet.

Het begon in een antiekwinkel in New Orleans, in het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Victor Sonna was er terechtgekomen tijdens een zwerftocht van drie maanden in 2015. Zijn oog viel op een paar oude, roestige boeien. De beeldend kunstenaar werkt veel met metaal en hij vond ze interessant. Tweehonderd dollar moesten ze kosten. Hij twijfelde, maar nam ze mee.

Hij was in de stad van de jazz op bezoek bij een vriendin. Bij haar thuis – een witte familie – raakte hij in gesprek over het verleden. Ze namen hem mee naar een plantage, waar hij zich liet fotograferen voor een slavenhut. Maar heel eerlijk: het zei hem allemaal niet zoveel. 

Dat de boeien, afkomstig van zo’n plantage, onderdeel zouden worden van een 25 meter hoge installatie waarin hij een persoonlijke kijk op het slavernijverleden geeft, daar had hij nog geen vermoeden van. Nu is hij in het Eindhovense Van Abbemuseum, vlak voor de opening van de tentoonstelling, druk doende aanwijzingen te geven aan de mannen die de constructie opbouwen. Tussendoor vertelt hij enthousiast gebarend hoe hij steeds meer bij het onderwerp betrokken raakte.

Op zoek naar een beter leven

Sonna werd in 1977 geboren in Yaoundé, de hoofdstad van Kameroen. Op zijn 19de kwam hij naar Nederland. Op zoek naar een beter leven. En dat vond hij: Sonna kon meteen terecht op de Design Academy in Eindhoven. Een inspirerende plek van vrijdenkers, zegt hij. Er waren fantastische feesten en hij maakte snel vrienden – eigenlijk allemaal witte mensen. Maar dat leek hem logisch in Nederland – een fantastisch land. “Je positie bepaalt altijd wat je ziet”, zegt hij. En zijn positie was een bevoorrechte, negatieve zaken vielen hem nauwelijks op. “Ik kende de nuances nog niet. Een vriend van mij moest me een keer vertellen: ‘Weet je wel dat je net gediscrimineerd werd?’ Ik had het zelf helemaal niet gemerkt.”

Toen hij na zijn reis door de VS terugkwam in Eindhoven, belandden de ketenen uit New Orleans in zijn atelier. Hij had er nog geen plannen mee, wel zag hij dat er het nummer 152 in gegraveerd was. Toen drong eigenlijk pas goed tot hem door wat hij had meegenomen: dit waren boeien waarmee een tot slaaf gemaakte geketend was geweest.

Het werd herfst, en traditiegetrouw begon de discussie over Zwarte Piet. “Ik dacht: waarom doen mensen zo moeilijk? Als we beginnen twee kampen te vormen, dan kunnen we nooit met elkaar leven.” Een vriendin dacht er anders over. Ze spraken er vaak over en uiteindelijk ging de kunstenaar een keer mee naar een bijeenkomst. Daar raakte hij in gesprek met een Surinaamse Nederlander. “Toen dacht ik: shit, misschien moet ik toch eens goed naar hem luisteren en hem serieus nemen.” Hij las ‘Wij slaven van Suriname’, het boek waarin Anton de Kom een gedetailleerde beschrijving geeft van de gruwelen van het Nederlandse slavernijverleden. “Dat opende mijn ogen. Ik schaamde me, dat ik niet gevoelig was voor die geschiedenis. Ik nam hun verhaal niet serieus, omdat ik er weinig van wist.”

Sonna zegt dat er een groot verschil is tussen mensen die in Afrika geboren zijn en de mensen die uit voormalige koloniale gebieden komen, gebieden met een slavernijverleden: de Caraïben, het zuiden van de VS. Dat had hij zich nooit goed gerealiseerd. “Toen ik jong was luisterde ik veel naar reggae. Peter Tosh was mijn favoriet.” Het nummer ‘African’ bepaalde zijn wereldbeeld. Hij zingt het voor:

So don’t care where you come from
As long as you’re a black man, you’re an African
No mind your nationality
You’ve got the identity of an African
Cause if you come from Trinidad - you are an African
And if you come from Cuba - you are an African

Alle zwarte mensen in de wereld voelen zich Afrikaan, had hij altijd gedacht. Maar zo simpel zat het niet in elkaar, besefte de kunstenaar nu. En hij ging op onderzoek uit. Eerst naar Ghana, naar het fort Elmina aan de kust, van waaruit de Hollanders in de 17de eeuw duizenden Afrikanen als slaven naar Amerika verscheepten. Toen Sonna net binnen was, moest hij omdraaien. Het overviel hem totaal, een fysieke weerzin tegen die plek waar zoveel mensen hun laatste uren op Afrikaanse bodem hadden doorgebracht om daarna te vertrekken naar een bestaan in gevangenschap – als ze de zeereis al overleefden.

Spookachtige filmbeelden

Hij ging het binnenland in, naar de Ashanti-regio waar veel slaven vandaan kwamen. “Het hielp dat ik daar bij mensen thuis kwam. Ik was er heel erg welkom.” Twee weken later voelde hij zich sterk genoeg om het fort wel in te gaan. Hij maakte er spookachtige filmbeelden in de donkere kerkers, die te zien zijn op de tentoonstelling . 

Een half jaar later ging hij naar Suriname. Daar viel hem een verschil in sfeer op dat hij toeschrijft aan het slavernijverleden. “Ze hebben een andere manier van zijn, ze gedragen zich anders. In Suriname voelde ik soms een bepaalde achterdocht naar de vreemdeling. En dat begreep ik toen. In Ghana voelde ik dat niet.” Maar ook in Suriname legde hij contacten, filmde hij op markten en aan de waterkant en sprak met talloze mensen.

“Dialoog, dat vond ik belangrijk in dit project. Een zoektocht naar mezelf in de ander. Daarom heb ik ook samengewerkt met een wit iemand, die inhoudelijk heel goed is.” Die persoon is Steven ten Thije, conservator van het Van Abbemuseum. Hij raakte al in een vroeg stadium betrokken bij het project van Sonna. Naast de films uit Ghana en Suriname zijn in het museum werken te zien die allemaal als basis gobelinstof hebben. Die oude wandkleden, waarin allerlei historische taferelen geweven zijn, verzamelde de kunstenaar op Marktplaats en rommelmarkten. Voor hem staan ze voor de historie en welvaart van Europa. Het mooie plaatje. “Maar wat zit erachter?”

De gobelinstof bewerkte hij met bleekmiddel en hars, waardoor hij er letterlijk nieuwe, driedimensionale vormen aan kon geven. In sommige stukken, ingelijst als schilderijen, verwerkte hij traditionele stoffen uit Ghana waarvan de patronen allerlei boodschappen bevatten. In andere werken zitten materialen die verwijzen naar de slavernij. En er is metaal in het bewerkte doek geslagen – spijkers, schroeven. In Kameroen is dat een manier om te vragen om vergeving. “Voor mijn onwetendheid over dit onderwerp, voor het miskennen van wat anderen voelen. Het alleen maar vanuit mijn eigen gezichtspunt kijken.”

Cijfers bleken gaandeweg een opvallende rol te spelen in project. Het nummer op de boeien, die een prominente plek kregen in de tentoonstelling, was 152. Hij kocht ze in 2015. De trans-Atlantische slavenhandel begon in 1525. De kunstenaar kocht 152 gobelins voor het project en de stellage in de toren van het Van Abbemuseum is 25 meter hoog geworden.

Toeschouwer

De opening van de tentoonstelling komt op een moment dat het onderwerp razend actueel is. Hoe staat Sonna, na zijn reis, zelf in de discussie? Ook al is hij zich een stuk bewuster geworden van racisme en neemt hij het inmiddels wel waar als iemand zich tegenover hem ‘koloniaal’ gedraagt, de barricades gaat hij niet op. Hij blijft vooral een toeschouwer. “Ik ben naar een Black Lives Matter-demonstratie geweest. Uit nieuwsgierigheid. Als ik daar naartoe ga heb ik een vraag: wat is jouw motivatie? Welk doel mensen willen bereiken?”

De polarisatie die nu plaatsvindt, staat hem helemaal niet aan. “Mensen hebben de ruimte niet om de ander te zien. Je bent jezelf pas als je ook naar die ander kijkt. Dan kom je in een symbiose. Blijf je op je eigen eilandje, dan zijn we met z’n allen de verliezer.”

Sonna vindt dat je pas echt kunt zien als je samen kijkt, juist als je van mening verschilt. Dat maakt hij prachtig zichtbaar in een installatie met glasplaten, waarop in wit afbeeldingen zijn gedrukt. Je ziet niet goed wat er op staat, tot aan de andere kant van het glas een medebezoeker gaat staan die zorgt voor een donkere achtergrond. Dan zie je de beelden plotseling haarscherp, oude tekeningen van de slavernij in Suriname. De bezoeker aan de andere kant van het glas kan het beeld ook zien, dankzij de donkere achtergrond die jij verzorgt.

Sonna kan in woorden niet beter uitdrukken hoe hij over de discussie denkt: in ons eentje, vastgebeten in ons eigen standpunt, komen we niet verder. Samen krijgen we inzicht.

‘Victor Sonna. 1525’. Vanaf 18 juli in het Van Abbemuseum in Eindhoven.

Lees ook:

Het zwarte model: De blinde vlek in de historie van de kunst

Nederlandse kunsthistorici zagen niet-witte personages op schilderijen lang als nietszeggende, naamloze decorstukken. Daar komt nu langzaam verandering in, zo blijkt uit recente ontdekkingen bij het Kunstmuseum Den Haag en het Amsterdamse Rijksmuseum.

‘Herkenning in het museum, dat had ik nooit ervaren’

De eerste zwarte Amsterdammers waren geen slaven, maar trotse zeevaarders. Het Rembrandthuis vertelt over hen aan de hand van portretten van Rembrandt en zijn tijdgenoten. Voor Stephanie Archangel, die de tentoonstelling samenstelde, is het een heel persoonlijk verhaal geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden