Review

KUNSTBOEK

'Hedendaagse Nederlandstalige dichters', samenst. en inl. Hugo Brems en Ad Zuiderent, uitg. Stichting Ons Erfdeel, Rekkem, West-Vlaanderen, 112 blz. - f 36,per editie.

Ons Erfdeel heeft zojuist een bloemlezing gepubliceerd in vier talen: Nederlands, Engels, Frans en Duits.

In 'Hedendaagse Nederlandstalige dichters' zetten de bloemlezers twee soorten poezie tegen elkaar af: poezie waarin menselijkheid en communicatie centraal staan en een poezie waarin het element 'taal' benadrukt wordt. 'Vorm' en 'vent', begrippen die in de jaren dertig gelanceerd werden, zijn ook nu nog de pijlers waarmee poetische kampen onderscheiden worden. De poezie van de eerste groep wordt gekenmerkt door gevoel, beschrijving en mededeling. Hiertegenover staan het taalspel, de constructie en het intellect van de tweede groep die sterk beinvloed is door de Vijftigers. Dat de bloemlezers deze strakke indeling slechts als een hulpmiddel zien bevestigen de samenstellers met de mededeling, dat als de dichters 'iets gemeenschappelijk hebben, dan is het wel de onverwisselbare individualiteit waarmee ze alle hokjes en schotten neerhalen.'

Niet alleen de vertalingen, ook de inleiding en samenstelling lijken voonamelijk de functie te hebben Nederlandstalige dichters te introduceren bij een groter publiek. De inleiding bevat een duidelijk overzicht van de ontwikkeling, en de bronnen van de poezie vanaf 1945. De bloemlezers leggen niet de nadruk op een bepaalde poetica, maar op de diversiteit. Doordat er van elke dichter slechts een gedicht is gepubliceerd wordt hierarchie tussen de dichters onderling vermeden. Zo ontstaat er een evenwichtig beeld van wat de Nederlandstalige poezie onder andere te bieden heeft. Onder andere, want wanneer in een tijdsbestek van 45 jaar 52 dichters bijeen zijn gebracht dan kan dit beeld nooit compleet en uitputtend zijn. Naar een bloemlezing zoals 'De Spiegel' van Hans hebben de bloemlezers dan ook zeker niet gestreefd. Eenvoud en overzichtelijkheid is het doel geweest. Alleen aan de keuze van de gedichten ligt een subjectief element ten grondslag. Of hun keuze juist is, dat is aan de lezer om te beoordelen.

De bloemlezers zien de twee onderscheiden poetische richtingen niet als hermetisch afgesloten gebieden. Zij menen dat er 'een niet aflatende strijd aan de gang is, die met wisselende kansen verloopt en die gevoerd wordt met inzet van telkens nieuwe middelen en argumenten.' De bloemlezers bespreken verschillende varianten van de twee richtingen. De poezie van dichters als Judith Herzberg, Chr.J. van Geel en Rutger Kopland verschijnt onder het kopje 'poezie als psychische observatie'. Andere varianten zijn de neo-romantische en neo-realistische tendensen van de dichters Jacques Hamelink en Leonard Nolens, en J. Bernlef en K. Schippers. Tegenover menselijkheid en realiteit staan de dichters voor wie taal en werkelijkheid volledig van elkaar gescheiden zijn. De Vlamingen Charles Ducal en Dirk van Bastelaere hebben deze scheiding tot in het uiterste doorgevoerd. Zij noemen zich Post-modern en zijn de jongsten in de bundel, waarin vooral oudere, gevestigde dichters voorkomen.

Er staan prachtige gedichten in deze bundel die uitnodigen tot citeren, maar de eer gaat uit naar Lucebert. De laatste strofe van zijn gedicht 'Ik tracht op poetische wijze' luidt: 'Ik heb daarom de taal/ In haar schoonheid opgezocht/ Hoorde daar dat zij niet meer menselijks had/ Dan de spraakgebreken van de schaduw/ Dan die van het oorverdovend zonlicht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden