Review

KUNSTBOEK

T.M. Eliens en M. Singelenberg-van der Meer, 'Lexicon Moderne Nederlandse Glaskunst 1900-1992', uitg. Antiek Lochem, 136 blz. - f 59,50.

Reden voor blijdschap derhalve? Nou nee, want ondanks de ijverigheid waarmee het 'Lexicon Moderne Nederlandse Glaskunst 1900-1992' werd samengesteld, straalt de informatie dezelfde liefdeloosheid uit waarmee het boek is vormgegeven. Het lijkt er op alsof de schrijvers/samenstellers zich met weerzin aan hun bureau hebben gezet om vervolgens met veel moeite een tekst te wrochten die de lezer geen moment aanzet om met enig enthousiasme naar glas te kijken. Voorafgaand aan het eigenlijke lexicon-deel schreven ze een paar plichtmatige geschiedenislesjes over het Nederlands glas waarbij de rol van de industrie wel heel erg slordig wordt afgeraffeld. Dat er voor 1965 geen vrije glaskunst bestond en unica derhalve in de glasfabrieken werden gemaakt, komt in dit boek wel ter sprake, maar het belang ervan wordt nauwelijks uitgelicht. Alleen al de wisselwerking in opvattingen die dit bij de oude generatie glasontwerpers (Meydam, Heesen, Valkema) heeft opgeleverd, was een lang verhaal waard geweest. Ook de invloed die buitenlandse voortrekkers op het Nederlandse glas hebben gehad, wordt in dit boek zelden of niet aan de orde gesteld.

Op zijn minst vreemd zijn de keuzes die de samenstellers in het lexicondeel hebben gemaakt. Ze motiveren hun selecties niet, wie is opgenomen is automatisch glaskunstenaar. En glaskunstenaar zijn er kennelijk velen, want wie maar even een stukje glas heeft vastgehouden, is in dit boek opgenomen. Zo vallen grenzen weg tussen kunstenaars die glas als uitgangspunt voor hun werk nemen en zij die wel eens met glas werken omdat het een materiaal is waar ze toevallig op dat moment aan denken. Met andere woorden: specifiek in glas werkende kunstenaars als Mieke Groot, Richard Meitner, Bert van Loo, Willem Heesen en Andries Copier staan er in, maar ook een schilderes als Ans Wortel (die ooit glasramen heeft ontworpen), een keramiste als Anne van der Waerden en een industrieel vormgever als Mart van Schijndel (die een vaas in glas bedacht). Vergeefs zoek je echter naar beeldhouwers als Carel Visser (die ready mades van glas in zijn sculpturen plaatst) of Marinus Boezem. Dit overzicht bleef overigens niet tot Nederlanders beperkt, ook enkele buitenlanders weren opgenomen. Ook deze keuzes blijven ongemotiveerd: waarom wel Lisa Gherardi, Hasse Holmerud, Lino Tagliapietra en Daniel Verberne, maar geen Vaclav Cigler (die in Nederland veel invloed heeft), geen Harvey Littleton (zonder wie het studioglas er niet zou zijn geweest) of Finse ontwerpers als Tapio Wirkkala en Oiva Toikka?

Bij de al eerder genoemde glaskunstenaars van de eerste generatie schort het aan het inzichtelijk maken van hun ideeen over industrieel design in relatie tot hun vrije werk. Het is natuurlijk noodzakelijk om bij Andries Copier te vermelden dat hij de ontwerper van het fameuze Gilde-glas is, maar je onthoudt de lezer wezenlijke informatie als je bij Willem Heesen niet vermeldt dat hij het Ambassadorservies voor de Leerdamse glasfabriek tekende, een servies dat al vele jaren even goed loopt als het genoemde Gildeglas.

Maar het voornaamste bezwaar tegen dit boek is toch wel de gortdroge stijl waarin alles wordt opgedist. Nergens wordt een oorspronkelijk idee geopperd, een verhelderend inzicht geboden. Jammer, dat de vele energie die ongetwijfeld in het onderzoek naar de vele feiten en feitjes is gestoken, zo ongeinspireerd is uitgewerkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden