Kunst zappen in de kelder van het Stedelijk Museum

Losstaande stalen wanden staan kriskras in de ruimte en leveren verrassende doorkijkjes op. Beeld Patrick Post

Wie in vogelvlucht door honderd jaar kunstgeschiedenis wil gaan, kan vanaf morgen terecht in het Amsterdamse Stedelijk Museum. Schilderijen, design, foto's, sculpturen zijn kriskras door elkaar te zien.

Een paar stappen gezet in de kelder van het Stedelijk Museum in Amsterdam en je moet meteen al kiezen. Sla je schuin linksaf het straatje in, waar aan het eind een mobile van kunstenaar Alexander Calder verleidelijk hangt te wiebelen aan het plafond? Of wordt het de straat rechts, waar schilderijen van Vincent van Gogh en Cézanne lonken aan de muur?

De metamorfose die de 1100 vierkante meter grote expositieruimte op de benedenverdieping van het Stedelijk heeft ondergaan, is overdonderend. Architect Rem Koolhaas en zijn medewerker Federico Martelli hebben de open ruimte met dunne stalen wanden herschapen in wat op het eerste gezicht een doolhof lijkt. De architect ziet er zelf een stad in, waarin bezoekers steeds een andere richting kunnen inslaan en nieuwe dingen ontdekken in de straten en op de pleintjes. In de labyrintische stad zijn honderden objecten te zien die behoren tot de iconen van de collectie moderne en hedendaagse kunst van het Stedelijk.

Schilderijen, design, affiches, tekeningen, foto's, wandkleden en (bewegende) sculpturen: het wordt kriskras door elkaar getoond, zonder hiërarchie. Een klok van architect Hendrik Berlage uit de designcollectie hangt naast foto's van de Amerikaan Alfred Stieglitz. Bij de ontwerpen van de Nederlandse kunstenaar Constant voor zijn utopische stad New Babylon staat plompverloren de miniatuur gifgroene 'radioactieve' broeikas van de Japanner Tetsumi Kudo.

Met deze nieuwe presentatie van de vaste collectie kunnen bezoekers hun 'eigen route' kiezen door honderd jaar kunstgeschiedenis en zelf allerlei dwarsverbanden leggen tussen de kunstwerken, zo meldt het museum in een toelichting op Stedelijk Base. Zo heet de nieuwe collectie-opstelling, die vanaf morgen open is voor het publiek.

Hoppen

Het klinkt spannend om bezoekers aan de hand van schilderijen van Piet Mondriaan, stoelen van Gerrit Rietveld, popart van Roy Lichtenstein, de architectuur van de Amsterdamse School en foto's van Ed van der Elsken - een willekeurige greep uit het rijke assortiment - door de kunstgeschiedenis te laten hoppen. Het roept de vraag op of het Stedelijk zich met zo'n onorthodoxe presentatie niet vooral richt op de zap-generatie, die snel overal informatie vandaan plukt en moeiteloos van hot naar her switcht en swipet. Het vaste, vaak wat oudere museumpubliek, dat gesteld is op rustige en overzichtelijke tentoonstellingen zal in eerste instantie waarschijnlijk naar adem happen. En zich vervolgens afvragen hoe het de weg moet vinden in deze bonte uitstalling.

Het museum is zich ervan bewust dat bezoekers in verwarring kunnen raken, zegt Margriet Schavemaker, die als hoofd collecties, onderzoek en presentatie nauw betrokken was bij de herinrichting. Daarom worden ze op weg geholpen met veel teksten en een duidelijke toelichting. Mensen die behoefte hebben aan een chronologische volgorde, kunnen de hoofdroute nemen, die als een ringweg langs de buitenwanden van de zaal loopt. Dankzij een tijdbalk die loopt van 1880 tot 1980 weten ze in welke periode ze zitten. Met de roltrap kunnen ze naar de eerste verdieping, waar kunst van na 1980 is te zien.

Vanaf de ring kunnen bezoekers zijstraatjes induiken voor nieuwe ontdekkingen. Daar zijn op de stalen wanden werken thematisch bij elkaar gebracht. Kunststromingen als Bauhaus, De Stijl en Zero worden er belicht, maar ook de kunstuitingen tijdens de wereldoorlogen. Speciale aandacht is er voor kunstenaars als Piet Mondriaan, Kazimir Malevich en Marc Chagall. Schavemaker heeft in het depot ook gezocht naar vrouwelijke kunstenaars, die volgens haar te weinig te zien zijn, zoals de Nederlandse Suze Robertson (1855-1922). "Ze is heel belangrijk geweest. Breitner en Mondriaan bewonderden haar." Twaalf procent van de kunstenaars in de presentatie is vrouw. Meer dan ooit tevoren, maar nog lang niet genoeg, zegt Schavemaker. Hetzelfde geldt in veel sterkere mate voor niet-westerse kunstenaars. Schavemaker: "Onze collectie is zó westers."

De mix van kunstvormen mag op het eerste gezicht rommelig lijken. Het houdt de aandacht wel scherp. In de kelder zijn ruim zeshonderd werken te zien. Stel je eens voor dat dat allemaal schilderijen waren. Dikke kans dat na pakweg tweehonderd exemplaren de concentratie begint te verslappen. Nu switch je van het kleurrijke werk van Karel Appel en andere Cobra-schilders naar het Scandinavisch design uit dezelfde periode, dat net als de Cobra-kunst is aangekocht door Willem Sandberg, die van 1945 tot 1963 directeur was van het Stedelijk. De affiches die Sandberg zelf ontwierp - hij was grafisch ontwerper - worden eveneens getoond op het 'Cobra-pleintje', wat bij elkaar een mooi beeld geeft van de geschiedenis van het museum.

Design

Veel discussie en geruzie is er geweest over de beperkte ruimte voor de designcollectie, die een eigen paviljoen had dat ook als studiecentrum voor studenten fungeerde. Uiteindelijk blijft de 'schade' beperkt: 40 procent van de presentatie bestaat uit toegepaste kunst, de rest is autonome kunst. Schavemaker: "Natuurlijk is het nooit genoeg. Alle conservatoren hadden veel meer objecten willen laten zien." De presentatie van de vaste collectie wordt om de vijf jaar gewisseld.

Een vondst zijn de losstaande stalen wanden, die ondanks hun zware gewicht zo dun (15 mm) zijn dat het eerder schermen lijken. Het bedrijf Tata Steel verwerkte er 180 ton staal in, zodat ze gegarandeerd stabiel en trillingsvrij zijn. Er kunnen zelfs vitrines aan gehangen worden. Al die wanden die kriskras in de ruimte staan leveren verrassende doorkijkjes op. Minpunt is dat er weinig plek is voor grote objecten. Die zijn dus schaars. Zelfs voor 'The Beanery' van Edward Kienholz, een replica van zijn stamcafé, was geen plek in de kelder zelf. De publiekslieveling staat in de aangrenzende ruimte, die toch minder allure heeft.

Gelukkig kreeg de Parijse slaapkamer van Gerrit Rietveld wél een prominente plek. Rem Koolhaas maakte er een echte blikvanger van door er een uitkijktoren bovenop te zetten. Na de dwaaltocht door het kunstlabyrinth wacht de bezoeker daar een fraai uitzicht op honderd jaar kunstgeschiedenis.

De grote afwezige: ex-directeur Beatrix Ruf

Beatrix Ruf is er niet bij als vanavond de nieuwe collectie-opstelling officieel wordt geopend in de kelder van het Stedelijk Museum. Stedelijk Base is het sluitstuk van de door Ruf bedachte nieuwe indeling van het museum. Ze nam eind oktober ontslag als directeur na publicaties over mogelijk verzwegen inkomsten van haar bv. Het onderzoek loopt nog. De verbouwing van de kelder valt zeven ton duurder uit dan de geraamde 2,2 miljoen euro. Dat heeft vooral te maken met de voor het Stedelijk ontworpen stalen wanden (kosten 1,5 miljoen).

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden