Kunst is leven

Theo van Doesburg, oprichter van De Stijl, streefde naar een synthese van kunst en leven. De Lakenhal in Leiden houdt een expositie over deze gedreven veelvraat.

Het lijkt wel afgesproken werk: al die aandacht dit najaar in Nederlandse musea voor historische avant-gardebewegingen. Als je een rondje maakt langs De Lakenhal in Leiden, het Gemeentemuseum Den Haag en het Van Abbemuseum in Eindhoven krijg je een indrukwekkend overzicht van de geschiedenis van de voorlopers van de moderne kunst. Van Abbe beet het spits af met een driedelige tentoonstelling over El Lissitzky, de Russische kunstenaar en wereldverbeteraar die grote invloed had op het constructivisme, Bauhaus en De Stijl. Daarna volgde het Haags Gemeentemuseum met een omvangrijke presentatie van het werk van Cézanne, Picasso en Mondriaan als de grondleggers van de abstracte kunst. De Lakenhal doet daar niet voor onder met een groots opgezette expositie over Theo van Doesburg, de oprichter van De Stijl, en zijn invloed op de internationale avant-garde. En daarmee is de koek nog niet op. Komend weekeinde opent in het Museum voor Moderne Kunst in Arnhem een tentoonstelling over de ontwikkeling van Edgar Fernhout van realistisch schilder tot abstract kunstenaar.

El Lissitzky en Cézanne, Picasso en Mondriaan kwamen al uitgebreid voor het voetlicht in Trouw. Nu is Theo van Doesburg aan de beurt en deze in samenwerking met Tate Modern opgezette expositie vormt daar een prachtige aansluiting op. Van Doesburg (1883-1931) wordt in De Lakenhal gepresenteerd als de veelzijdige en onvermoeibare spin in het web van de internationale avant-garde. Er is werk te zien van zo’n tachtig kunstenaars, onder wie El Lissitzky, Mondriaan, Hans en Sophie Arp en Kurt Schwitters aan wie museum Boijmans Van Beuningen twee jaar geleden al een overzicht wijdde.

De expositie over Van Doesburg en zijn navolgers neemt het hele museum in beslag. Schilderijen, maquettes, meubels, affiches, films, tijdschriften en typografische ontwerpen geven een aanstekelijk beeld van de missie van deze veelzijdige kunstenaar. In 1917 richtte hij in Leiden de kunstbeweging De Stijl op, met de architecten Oud en Rietveld en de kunstenaars Mondriaan, Vilmos Huszár en Van der Leck als belangrijkste leden. De aanhangers van De Stijl streefden naar een zo groot mogelijke eenvoud en abstractie, zowel in de architectuur als in de schilderkunst. Rechte lijnen en geometrische vlakken in de primaire kleuren rood, geel en blauw en zwart, wit en grijs domineren hun werk.

Als spreekbuis van De Stijl en het gelijknamige tijdschrift reisde Van Doesburg onvermoeibaar stad en land af om zijn ideeën te verkondigen over deze nieuwe kunst. Zijn pleidooi voor eenvoud en harmonie, niet alleen in de schilderkunst, maar ook in de architectuur en andere disciplines en uiteindelijk de hele samenleving, sloeg aan. Dat had ongetwijfeld ook te maken met de alom gevoelde behoefde aan orde en harmonie na de chaos en verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog.

Samen met zijn vriendin en latere (derde) echtgenote Nelly van Moorsel ging hij ook naar Duitsland, België en Frankrijk om de kunstwereld op te ’schudden’. Ook gaf hij cursussen aan studenten van het Bauhaus in Weimar om daar de koers om te buigen van expressionisme en individualisme naar een universele beeldtaal. Dat viel bij de leiding niet in goede aarde, maar dat deerde de rechtlijnige Van Doesburg niet, die zijn missie als een soort kruistocht zag. In de loop der jaren maakte hij veel vrienden, maar raakte er ook veel kwijt, onder wie zijn oude kameraden Mondriaan en Oud. Met de laatste kreeg hij ruzie over het kleurontwerp dat hij had gemaakt voor de woonwijk Spangen in Rotterdam. Oud vond dat een aantasting van zijn architectuur. Ook bij de herinrichting van het amusementscomplex Aubette in Straatsburg, waarbij hij experimenteerde met grote kleurvlakken, bleken zijn ideeën te revolutionair. Na de opening moest het publiek niets hebben van deze nieuwlichterij. Binnen een mum van tijd was de ruimte ’gezelliger’ gemaakt met tafelkleedjes, kunstbloemen en schrootjes. Van Doesburg was woedend en ontdaan. „Het publiek wil in drek leven en moet maar in drek verrekken”, schreef hij aan een vriend. Pas jaren later zouden delen van het interieur van Aubette worden gereconstrueerd.

Samen met Cornelis van Eesteren ontwierp hij een aantal huizen voor een architectuurtentoonstelling van De Stijl in 1923 in Parijs. Het huis was in hun visie niet langer een opeenstapeling van kamers, maar net als een abstract schilderij een constructie van vlakken in kleur en niet-kleur. Van Doesburg beheerste naast de architectuur nog tal van andere disciplines: hij schilderde, schreef, dichtte, maakte meubels en ontwierp glas-in-loodramen en tegelvloeren voor gebouwen (van Oud). Maar het ultieme doel van deze gedreven veelvraat was dat hij een ’constructeur van het nieuwe leven’ wilde zijn. De geestdrift waarmee hij streefde naar die zo vurig gewenste ’synthese van kunst en leven’ zindert ook door de zalen van De Lakenhal. Het is knap hoe de samenstellers van de expositie erin zijn geslaagd om je als bezoeker haast fysiek het gevoel te geven dat je min of meer wordt meegesleept op de kruistocht van Theo van Doesburg.

Maar de tentoonstelling laat je ook met vragen achter, bijvoorbeeld over diens belangstelling voor het Dadaïsme. De anarchistische en anti-kunst houding van de Dada-beweging stonden haaks op de ideeën van De Stijl. Van Doesburg schreef onder het pseudoniem I.K. Bonset dadaïstische gedichten in zijn eigen tijdschrift, maar het hoe en waarom van deze eigenaardige kronkel blijft onduidelijk.

En over Nelly zou je ook wel meer willen weten. Van Doesburg ontmoette de zestien jaar jongere pianiste Nelly van Moorsel in 1920. Een paar maanden later ging ze met hem mee naar Weimar. Ze waren onafscheidelijk tot de dood van ’Doesje’ in 1931. Daarna zorgde Nelly ervoor dat De Stijl en zijn oprichter niet werden vergeten. Ze organiseerde tentoonstellingen en bracht zijn nalatenschap in musea onder. Haar invloed op Van Doesburg en haar rol als promotor van De Stijl worden jammer genoeg niet belicht op deze expositie. Wel is er 15 november een speciale middag (zie kader) over Nelly georganiseerd met kunsthistorica Wies van Moorsel, de nicht van Nelly en schrijver van haar biografie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden