Kunstenaarsdorp

Kunst in Kattendijke: ‘Ze omarmen die gekke beelden van mij hier wel’

Monika Dahlberg: ‘Ik wil een compleet leger van bewerkte toeristische Afrikaanse beelden maken’.Beeld Roos Pierson

In het Zeeuwse Kattendijke woont en werkt het kunstenaarspaar Monika Dahlberg en André Smits in het voormalige dorpshuis. Hun doel: Kattendijke tot het centrum van de kunstwereld maken.

Net achter de heg zit kunstenaar Monika Dahlberg (42) aan een picknickta­fel onder twee parasols, een fluorescerende zonneklep over haar kleurige extension-vlechten. Ze houdt een witgeverfd ­Af­ri­kaans beeld met zwarte Mickey Mouse-oren vast. Op een tafel staan nog meer van zulke beelden. Dahlberg: “Ik wil een compleet leger van bewerkte toeristische Afrikaanse beelden maken, daar werk ik al een tijdje aan”.

Het contrast met de Zeeuwse plattelandsidylle kan haast niet groter. Vanaf een afstand ligt Kattendijke erbij als een oud-Hollands plaatje. Een kerktoren in het midden, grasland eromheen. Op het lege dorpsplein een muziekkapel.

Dahlberg woont en werkt nu enkele jaren in het oude dorpshuis, met haar partner André Smits (60). Antikraak. Hij woont er permanent, zij is er om de week (haar kinderen wo­nen in de buurt van Arnhem). Smits reisde – tot corona – de wereld over voor zijn project ‘Artistintheworld’. Zij is een geadopteerde Keniaanse uit Appingedam. Als kunstenaar maakt ze bonte collages en op sociale media plaatst ze een oneindige stroom aan bewerkte beelden waarmee ze haar volgers aan het denken wil zetten.

‘Kattendijke is van oudsher een kunstenaarsdorp, met hun komst is die sfeer terug.’Beeld Roos Pierson

Eerder zaten de twee jarenlang in een vervallen dijkhuisje in Zeeuws-Vlaanderen. Je kunt wel zeggen dat Zeeland hun hart heeft veroverd. Dahlberg: “Het is een soort buitenland waar je in terechtkomt. Het is niet te vergelijken met een andere provincie.” Smits: “Als je bij Bergen op Zoom de bocht maakt en naar beneden rijdt, zie je de mooiste plek van Nederland. Daar ontvouwt zich de ruimte. Al het gezeik ligt gelijk achter je. Ik zou hier forever wil­len blijven.” Al moesten ze, toegegeven, ook best even wennen aan het dorpsleven. Dahl­berg: “Ik heb weleens een berichtje gekregen als ’s ochtends om elf uur de gordijnen nog dichtzaten: ‘Gaat het wel goed met je?’ Heel lief natuurlijk, maar je wordt erg in de gaten gehouden.”

Een gevoel van verbondenheid

Toen ze het dorpshuis betrokken, organiseerde het duo een tentoonstelling. Dahlberg: “Daarmee lieten we zien: ‘Iedereen is hier welkom’. Het is heel belangrijk dat de bewoners dit ook zo ervaren: zij hebben er tenslotte niet om gevraagd dat wij hier kwamen.” Een aantal kunstenaars uit het dorp, onder wie Ilona Schmit (1943), deed ook mee. André Smits maakte flyers en nodigde de burgemeester van Goes uit om de tentoonstelling te openen: “We hadden voor eten en drinken gezorgd. Je moet zoiets wel meteen goed aanpakken, anders komt er niemand.” Sindsdien zijn er al drie afleveringen van ‘Art Kattendijke’ geweest. Geregeld organiseert het duo tentoonstellingen, activiteiten voor kinderen of draait Dahlberg plaatjes voor de bewoners. En tijdens corona evolueerde het dorpshuis tot een online- en offlinegalerie voor kunstenaars uit het hele land. Smits: “Je kunt hier als kunstenaar meer bereiken dan in een stad, denk ik. De dichtheid van kunstenaars en galeries in Amsterdam of Rotterdam is zo groot. Hier ontstaat sneller een gevoel van verbondenheid.”

André Smits: ‘Ik zou hier forever wil­len blijven’.

Het voormalige dorpshuis is de uitgelezen plek hiervoor, vindt Dahlberg. “Mensen hebben er herinneringen aan, aan dansavonden en voorstellingen, er is hier zelfs gekampeerd.” Smits: “Ik sprak vorige week nog iemand die vertelde dat zijn vader hier aan het biljart is overleden”.

We zitten inmiddels binnen, aan tafel, omringd door Smits’ zwart-witte muurtekeningen. Voor zijn project ‘Artistintheworld’ zegde hij tien jaar geleden zijn baan als ICT’er op. Hij verkocht zijn huis in Rotterdam en wijdde zich alleen nog aan de kunst. Het idee is eenvoudig; hij reist de wereld over, blijft ergens, leert daar zoveel mogelijk kunstenaars kennen en portretteert ze in hun studio. Aan het einde van elk verblijf stelt hij een expositie samen.

Zijn manier van werken is niet erg coronaproof, en dus tekent Smits nu al maandenlang voor zichzelf, in Kattendijke. Alle steden waar ze zijn geweest – van Akhalkalaki tot Los Angeles en Beiroet en Tripoli – zijn inmiddels op de muur te vinden. Net als de namen van de kunstenaars die hij sprak. Kattendijke heeft ook een plek op de muur veroverd, net boven San Pedro, Argentinië, en Barryville, een gehucht in de staat New York.

Bijzondere buren

De buurvrouw van Dahlberg en Smits, Corina Phaff (50), komt langs, ze vertelt graag over haar bijzondere buren. Samen met haar man en twee kinderen woont ze nu zeventien jaar in het dorp. Phaff: “Dit is van oudsher een kunstenaarsdorp, met de komst van André en Monika is die sfeer terug. Vanaf de eerste dag dat ze het pand betrokken zijn ze lekker bezig.” De doodles van André – ze wijst naar de mu­ren – staan ook op de uitnodigingen voor tentoonstellingen die de bewoners van Katten­dijke standaard in hun brievenbus krijgen. Ze vindt ze fantastisch. Phaff: “Ik ga altijd even kijken als er weer iets nieuws te zien is. Het zijn toch twee erkende kunstenaars, ze hangen zelfs in het Boijmans.”

Het zijn de dagen van de Black Lives Matter-protesten. Daar is op Zuid-Beveland niks van te merken. Voor Monika Dahlberg speelt het the­ma al veel langer een rol. Haar adoptie-ouders lazen drie kranten en leerden haar over het onrecht in de wereld. “Ik weet nog dat we thuis de film ‘The Color Purple’ (met Whoopi Goldberg en Oprah Winfrey, red.) hadden gezien. Mondjesmaat kwam ik erachter wat voor een gigantisch issue het eigenlijk is.” Ze herinnert zich een bezoek aan een tante in Amsterdam. “In de tram was er een vrouw die niet naast mij wilde zitten. ‘Waarom is dat?’ vroeg ik. Dat is omdat je bruin bent, antwoord­de mijn tante.”

Beeld Roos Pierson

Haar ou­d­ers vertelden over apartheid. “Toen begreep ik voor het eerst dat ik door mijn huidskleur niet overal heen zou kunnen.” Dahlberg werd als peuter geadopteerd uit Kenia, waar ze deel uitmaakte van de Kipsigis-stam. In Nederland kwam ze in het Groningse dorp Appingedam terecht. Haar ouders adopteerden haar broers en zussen – ze wa­ren in totaal met zes kinderen – ook uit Bangla­desh en Zuid-Korea, uit idealisme. Dahlberg: “Ze hadden echt het idee: we doen iets heel goeds voor de wereld”.

In Appingedam waren ze een bezienswaardigheid. Zeker als ze op zondag op en neer naar hun reformatorische kerk liepen. Dahlberg: “In Appingedam was ik op me­zelf aangewezen. Dat merkte ik aan de stiltes die vielen, aan de groepjes en de kliekjes waar ik nooit in paste.” Toch heeft ze ook een geweldige jeugd gehad, zegt ze. “Je wordt heel creatief van een dorp. Ik kon altijd naar buiten, verdwijnen in al die ruimte.” Haar ouders wa­ren erop gebrand dat de kinderen wisten waar ze vandaan kwamen. “We hoefden ze niet ma­ma en papa te noemen, en we hoorden vanaf dag één: ‘je bent geadopteerd’. Ze hadden ook allemaal informatie voor ons verzameld, mochten we ooit terug willen.”

Die behoefte heeft ze nooit zo sterk gehad, al is ze wel een paar keer terug geweest. “Ik heb niet het idee: ‘Dat is mijn Afrika, ik moet daar mijn roots gaan zoeken’. Die verwachting hebben mensen wel. Maar ik voel me 100 procent Nederlands, dat kun je aan de buitenkant alleen niet zien.”

Betekenis van beelden

Dit jaar zou ze voor het eerst teruggaan zonder haar adoptieouders, maar door corona moest ze haar plannen annuleren. Niet voor familie – haar biologische vader en moeder zijn inmiddels overleden – maar voor haar onderzoek naar de betekenis van toeristische Afrikaanse beelden. Iedereen kent ze, de beelden die je soms in een vensterbank ziet staan. De beelden worden meegenomen als souvenir, net als een miniatuur-Eiffeltoren, een beeldje van Manne­ken Pis of een Russische matroesjka. Die vanzelfsprekendheid wil Dahlberg bevragen: Waar­om vinden we het zo normaal om een Afrikaans beeld in huis te halen?

Haar eerste beeld vond Dahlberg een paar jaar geleden in een kringloopwinkel. Hij was helemaal gehavend en had zelfs geen hoofd. Ze staat op en pakt het beeld erbij. “Ik heb hem weer heel gemaakt. En ik heb hem wit gespoten. Dat had meteen een soort vervreemdend effect.” Het was een openbaring: “Hij was zo vuil, maar doordat ik hem wit spoot, zag je alle nerven. Alles wat onzichtbaar was, werd zichtbaar.” Daarna zette ze er haar handelsmerk erop, de Mickey Mouse-oren: “Die móeten er gewoon op. Kunst moet wringen en het mag best een knipoog zijn.”

Via sociale media vroeg ze haar volgers om kapotte Afrikaanse beelden. “Van allerlei mensen kreeg ik die beelden aangeboden. Alsof ze toch ergens hun schuldgevoel wilden afkopen. André had dat niet voor elkaar gekregen hoor”, lacht ze. Het leek wel , vertelt ze, dat de verwachting bestond dat zij die beelden persoonlijk terug naar Afrika zou brengen. “Maar ik weet natuurlijk helemaal niet waar ze vandaan komen.”

Inmiddels heeft ze zo’n dertig beelden bewerkt en wit geschilderd. Ze hoopt dat die sa­men als tentoonstelling de wereld over kunnen reizen. Dahlberg kreeg ook kritiek: dat de Afrikaanse beelden in hun context moesten blijven en dat het grove schending was van Af­rikaans erfgoed. Ze moet lachen: “Het zijn goedkope, soms zelfs slecht gemaakte, toeristische beelden, waarom moeten die precies in hun context blijven? En wat is die context? Afrika? Afrika is groot hoor.”

‘Kunstwereld is nog steeds heel erg wit’

Wat ze met haar project wil bereiken? “Uiteindelijk wil ik natuurlijk dat de wereld, en bij uitstek ook de kunstwereld, diverser wordt, want die is nog steeds heel erg wit.” Ook in Zeeland, in ’s Heer Arendskerke, een dorpje vlak bij Kattendijke, heeft Dahlberg een enorm Afrikaans beeld mogen plaatsen, ze maakte het samen met Smits. “Ze omarmen hier die gekke kunst van mij wel. Iedereen vond het super dat er op­eens een enorm Afrikaans beeld in the middle of nowhere stond. Dat is toch geweldig.”

Monika Dahlberg in haar expositieruimte.Beeld Roos Pierson

Hoe lang het stel nog in het dorpshuis mag blijven weten ze niet. Als het aan hen ligt nog een hele tijd. Smits: “Ik ben bang dat we hier binnen een jaar uit moeten. Maar dat laten we niet zomaar gebeuren hoor; een aantal bewoners zegt in opstand te komen en ik heb ook al een plan ingediend bij de gemeen­te: ‘Geef ons nog vijf jaar de tijd om van dit pand een internationaal kunstinstituut te ma­ken’.”

Hij ziet het helemaal voor zich: Kattendijke als plaats waar kunstenaars uit de hele wereld een residency hebben. Dahlberg spreidt haar ar­men en roept uit: “Dit is toch een cadeautje voor iedereen?” 

Lees ook:

‘Een Zeeuws meisje is rechtdoorzee’

Het Zeeuwse meisje bestaat nog steeds, maar ze is niet ‘zuunig’ en ze draagt geen klederdracht. Rachelle Verhage portretteerde Zeeuwse meisjes, met fotograaf Johan Katerberg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden