Kun je eens een keer met Michel Houellebecq praten, begint hij over zijn fysieke klachten

Michel Houellebecq en zijn echtgenote Qianyum Lysis Li Beeld Dolf Verlinden, Flickr

Hoe Michel Houellebecq het Boekenbal bezocht en Arjan Visser daags daarna met hem mocht dineren bij de uitgever thuis.

Het gonsde al even rond: Michel Houellebecq gaat partycrashen! En inderdaad, de Franse schrijver zat op 22 maart in de grote zaal van de Amsterdamse Stadsschouwburg, waar Freek de Jonge de opening van het Boekenbal verstoorde met de oproep om een statement af te geven: wij, kunstenaars, moesten nú iets doen tegen het gevaar Thierry Baudet.

Dat was dan ook meteen het opwindendste moment van deze 84ste editie geweest als je tenminste het nachtelijk optreden van Merol - onder jeugdigen bekend van de hit ‘Hou je bek en bef me’ - niet meerekent. Zij had tijdens het zingen haar slipje uitgetrokken om het gevalletje vervolgens, ‘Deze is voor Jan Siebelink!’ gillend, de zaal in te slingeren. De 81-jarige schrijver van het Boekenweekgeschenk was toen al naar huis.

Michel Houellebecq had zich ondertussen met zijn vrouw Qianyum Lysis Li verschanst in een decorstuk - laten we het de moederschoot noemen - dat zich ergens op de bovenste verdieping van de schouwburg bevond. Naar het schijnt heeft een aantal vrouwelijke fans zich gewillig door hem laten bepotelen, maar ik heb niets gezien. Ik zou de schrijvende seksbom pas de volgende dag ontmoeten, in het woonhuis van uitgever Elik Lettinga.

Oude tijger

Daar had zich ’s avonds een select gezelschap van zo’n dertig schrijvers en journalisten verzameld. Het was niet de bedoeling dat we Houellebecq gingen interviewen, al mochten we hem natuurlijk wel gewoon - o wacht, hij komt, hij komt!

En daar was ’ie dan. Een morsig mannetje, met gek haar (maar dat zal de kift zijn) en een schalkse blik. Hij schuifelde meteen door naar de achtertuin om een sigaretje te roken.

Jeroen Vullings, recensent bij Vrij Nederland, vroeg: “Hoe is jouw Frans?” Mwah, zei ik, “ga jij nog met hem praten?” “Misschien alleen om hem een compliment te geven”, antwoordde Jeroen. Ik heb ’t hem niet zien doen. Het leek wel alsof niemand stond te popelen om een gesprekje met de Fransman aan te knopen. Zelfs Abdelkader Benali en Aafke Romeijn hielden zich afzijdig. Het hielp ook niet echt dat Nederlanders in zijn onlangs verschenen werk ‘Serotonine’ worden beschreven als ‘echte hoeren’ die overal zomaar gingen zitten, ‘een ras van veeltalige, opportunistische kooplui die Nederlanders, het kan niet vaak genoeg gezegd’.

Beeld Ivo van der Bent

Inmiddels liep Houellebecq als een oude tijger achter de gedekte tafel heen en weer. Zijn echtgenote zat aan de kopse kant een salade naar binnen te werken. Dit keer was ze ordentelijk gekleed, maar op het Boekenbal had ze een leren tuigje gedragen dat aan de voorkant op pikante plekken was opengewerkt. “I am here to show my nipples”, zou ze gezegd hebben.

Lichamelijk verval

Wij, de andere gasten van De Arbeiderspers, volhardden in ons voornemen om zo nonchalant mogelijk niet op het echtpaar te letten, maar er kwam toch een moment waarop ik het onbeleefd begon te vinden om de schrijver daar in z’n eentje te laten drentelen. Met een glas witte wijn, gesnaaid van het keukeneiland, stapte ik op Houellebecq af.

Ik voelde me als de loco-burgemeester die een nukkige bejaarde met z’n honderdste verjaardag kwam feliciteren. Het ging dan ook al snel over fysieke klachten. De schrijver mopperde dat hij zijn tijd tegenwoordig vooral besteedde aan het bestrijden van lichamelijk verval en het frequenteren van begrafenissen. Om een beetje solidair te zijn vertelde ik hem over een operatie aan mijn knie, een kleine ingreep maar toch, hoe fijn het was om daarna weer - enfin, een anekdote van niks, zo’n verhaal dat almaar onbenulliger wordt, zeker als de toehoorder geen sjoege geeft en met zijn vingers de gerookte zalm van z’n bordje begint te plukken. ’t Is geen reus, die Houellebecq, maar hij heeft wel opvallend grote handen. Zijn nagels waren niet erg schoon.

“C’est bon?”

“Oui, oui.”

Ik kan nu wel gaan beweren dat ik vervolgens het bankroet van de libertijnse en neoliberale westerse maatschappij ter sprake heb gebracht, maar dat zou een verzinsel zijn. Ik probeerde hem, Freeks woede indachtig, nog wel iets te laten zeggen over de opmars van het populisme, maar net toen ik de naam van collega schrijver Thierry Baudet - die hem, Houellebecq, vier jaar geleden in de NRC nog een leermeester had genoemd - wilde laten vallen, onderbrak hij me met een opmerking over de twintig opiniemakers die Frankrijk rijk was, allemaal politiek links georiënteerd natuurlijk, en dat het toch een schandalig klein groepje was in een land met 67 miljoen inwoners. Dat wilde ik wel beamen.

We keken even samen treurig voor ons uit.

Taxi

Daarna maakt hij een grapje. Dat wil zeggen: hij zei iets, grinnikte en leek te wachten op het moment waarop ik zou inhaken. Dat deed ik maar meteen, want zoveel tijd had ik nou ook weer niet. Bovendien had ik de uitgever beleefd horen kuchen. Ze wilde graag Michel Krielaars aan zijn Franse collega voorstellen. “Michel? Michel!” zei ze.

De heren schudden handen waarna Houellebecq zich weer in de stoel naast me liet zakken.

Nog even over Frankrijk: zou hij zijn vaderland nog eens verlaten?

“Jamais.”

Slokje wijn. Plukje zalm. Stilte.

“Zal ik nu plaatsmaken voor iemand anders?” vroeg ik. De schrijver bewoog zijn schouders omhoog en liet tegelijkertijd zijn mondhoeken een stukje zakken. “D’accord.”

We stonden op. Hij ging weer een sigaretje roken. Ik gaf hem een klopje op zijn rug. Geen idee waarom.

Later die avond zag ik Benjamin Moser, man van Arthur Japin en Lex Jansen, bij Houellebecq aanschuiven. Na een kwartiertje kwam hij verslag uitbrengen. We stonden te smoezen als twee jongetjes die het allebei hadden aangedurfd om een rondje in de draaiende kookpotten van Monsieur Cannibale te maken. Het was leuk geweest, zei Ben, maar vooral omdat het niet al te lang had geduurd. De gevierde auteur leek er zelf inmiddels ook genoeg van te hebben want ineens hoorde ik iemand zeggen dat de taxi was gearriveerd.

Gefluister: “Hij gaat, hij gaat.”

Het zou geen grote kostenpost voor de uitgeverij worden: de Houellebecqjes logeerden in het Ambassade hotel, een slordige 400 meter verderop.

Lees ook:

Kampioen van het treiterproza: Michel Houellebecq

Het failliet van de westerse samenleving gesymboliseerd in de lotgevallen van een depressieve ingenieur.

Abdelkader Benali: Houellebecq schrijft waar het broeit: we voelen ons verraden door de elite

Een goede roman doet je gedachten afdwalen naar andere tijden. Mijn uitgever was zo vriendelijk me de nieuwe roman van Michel Houellebecq toe te zenden. Geen schrijver die de dolgedraaide, ontwortelde westerse mens zo goed op de pijnbank weet te leggen als deze Fransman. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden