Poëzie

Kreek Daey Ouwens heeft weinig meer dan een bijvoeglijk naamwoord nodig om sfeer voelbaar te maken

Beeld Maartje Geels

Het klinkt als een bestaand woord, en toch zet mijn spellingcontrole er een rode kringel onder: alleenlopen. 

In Van Dale staat het niet, en dus vroeg ik mij af welke betekenis de lading het beste dekt. Het roept associaties op met kleine kinderen die leren lopen, die ineens zonder de hand van hun moeder of vader door de wereld gaan. Het schurkt aan tegen eenzaamheid, maar evengoed tegen leven.

Het woord komt voor in de titel van de nieu­we dichtbundel van Kreek Daey Ouwens: ‘Oefening in het alleenlopen’.

Die dichter zal bij het grote publiek niet zo heel bekend zijn, iets wat tot een jaar of wat geleden onder meer te verklaren was doordat ze spaarzaam publiceerde. Maar zeker ook doordat haar werk dat zowel trekken van poëzie als van proza heeft, zich niet makkelijk onder één noemer laat vangen.

Behoorlijk veel

Schrijven doet Kreek Daey Ouwens inmiddels behoorlijk veel, zo om de twee jaar verschijnt er een nieuwe bundel. En die haar zo typerendevorm is gebleven: ‘Oefening in het alleenlopen’ is opnieuw een flinke bundel met teksten die weliswaar het etiket ‘gedichten’ dragen, maar die evengoed impressies, of scènes, of misschien zelfs korte sprookjes zouden kunnen heten.

Je kunt bij ‘Oefening in het alleenlopen’ het gevoel hebben in een verhaal te zijn beland. Een verhaal over familiebanden, verteld door een ‘ik’ die in het eerste deel van de bundel nog kind is en die ‘grootmoeder’, ‘moeder’, ‘de stille grootvader’ en ‘de andere grootvader’ scherp observeert.

Aanvankelijk lijkt alles zoals het moet zijn: “We zijn onwetend en gelukkig in de heldere lucht.” Maar in de kleine, geladen taferelen wordt voelbaar hoe moeizaam de familieleden elkaar kunnen bereiken: “De stille grootvader zegt niets. / Hij laat de poes eten van zijn bord.”

Bijvoeglijk naamwoord

Kreek Daey Ouwens heeft weinig meer dan een bijvoeglijk naamwoord nodig om sfeer of liefde of het ontbreken daarvan voelbaar te maken: “Mamma naait een kille rok.”

De wereld die zo onschuldig leek, wordt steeds groter en onveiliger, en taal speelt daarbij een belangrijke rol. Gaandeweg ontdekt de jonge hoofdpersoon de onmacht, maar evengoed de kracht van taal: “De woorden uitspreken verandert niets / aan de woorden zelf. Het verandert iets aan / de mensen.”

Volwassen overpeinzing

Het bijzondere van het werk van Daey Ouwens zit ’m in de manier waarop ze dat soort kinderlijke vanzelfsprekendheid vermengt met volwassen overpeinzing. En al zijn er momenten waarop het verband tussen de regels érg associatief is, meestal levert dat verzen op die even helder als raadselachtig zijn.

Geladen regels over taal en stilte, over een familie en haar geschiedenis, met alle ruimte voor de verbeelding:

We rijden heel lang
met de bus, daarna lopen we tot aan de
ijzeren hekken. Onze grootmoeder heeft een
pakje Caballero in haar handtas. Ze houdt
die stevig vast. Achter de hekken lopen
mannen in gestreepte overalls.

Janita Monna schrijft wekelijks over poëzie voor Trouw.

Beeld Kreek Daey Ouwens
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden