Kosmokip is ons grote voorbeeld

Alles wat we zijn en denken bestaat uit bytes en dna-strengen. En uit vlees, bloed en toeval. Dat leert een rondwandeling op de expositie Genesis in Utrecht, langs vlindertatoeage en kosmokip.

’De hele wereld in informatie of codes vatten is een illusie”, zegt Maarten van der Glas. Hij studeert filosofie en loopt met zijn vriendin en medestudente Anne van Dijk mee met de rondleiding door de tentoonstelling Genesis in het Centraal Museum in Utrecht.

Scheikundige Anton Lunshof en kunsthistorica Suzan Veldink leiden daar mensen langs computers, laboratoria, dna-strengen en ‘kosmopolitische kippen’, objecten waarmee wetenschappers en kunstenaars de informatiemetafoor ('leven is informatie’) behandelen. Lunshof staat in een ruimte met computers en legt het centrale dogma van de jaren vijftig van de vorige eeuw uit. „Met de komst van computers en het ontdekken van dna, ontstond het idee dat het leven volledig terug te brengen was tot dna en heel de werkelijkheid tot de bytes van computers.”

Veldink wijst op een kunstwerk van Marc Quinn, die met het centrale dogma aan de slag is gegaan. Het werk is een spiegel. „In die spiegel zit het dna van Quinn, daarom noemt hij het een zelfportret”, legt Veldink uit. „Omdat ieder dna qua vorm op elkaar lijkt, is het volgens Quinn ook een portret van iedereen”.

Enkele groepsleden kijken even in de spiegel en lopen dan naar een donkere zaal waar de kunstenaar Eduardo Kac een tekst uit Genesis (1:28) heeft vertaald in morse, die morse vervolgens heeft omgezet in dna en dat dna heeft ingespoten bij een bacterie die onder ultraviolet licht gelegd is. „Ultraviolet verandert dna en als dat verandert, verandert dus ook de morse en uiteindelijk ook de bijbeltekst”, legt Veldink uit. De groep knikt.

Lunshof vraagt wat de bezoekers vinden van levende kunst; de bacterie in het kunstwerk. Maarten van der Glas zegt dat het erg afhangt van de mate van lijden. „Binnen het model van wat wij weten, hebben bacteriën geen gevoel, dus dit is niet zo erg.” Zijn vriendin Anne van Dijk valt hem bij: „Bovendien hangt het af van de boodschap; kunstenaars en wetenschappers hebben nou eenmaal soms levende objecten nodig om iets aan te kaarten of te verbeteren. Je zult dus per geval moeten bekijken of het ethisch verantwoord is.”

Een zaal verder zitten vlinders in hun hok. Kunstenaars hebben ze met een stift bewerkt toen ze nog in de cocon zaten, om te kijken of die stip ook op de vleugels zit als de vlinder uitkomt. Dat gaat een bezoeker te ver. „Als ik een tatoeage wil, is dat een eigen keus. Deze vlinders hadden die keuze niet.”

De levende dieren worden steeds groter, want in weer een andere zaal staan de ‘kosmopolitische kippen’ van de Belgische kunstenaar Koen Vanmechelen. Veldink legt uit dat Van Mechelen op zoek is naar de universele kip en daarvoor alle kippen uit verschillende werelddelen met elkaar kruist. Hij is begonnen met de Mechelse Koekkoek en nu is hij tien hokken en 'bastaardkippen' verder.

Van Mechelen wil, zegt Veldink, dat wij ’kosmopolitische mensen’ worden die niet aan racisme en discriminatie doen maar ’over de grenzen kijken’.

Van Dijk kan zich wel in de boodschap vinden en vindt niet dat de kippen onnodig lijden. „Het was anders geweest als kippen gehandicapt werden van het kruisen.” De discussie over levende objecten in de kunst lijkt van het centrale thema van de tentoonstelling af te dwalen, maar het maakt ook duidelijk dat leven meer is dan dna en bytes.

„Het idee dat dna alles bepaalt, is vijftig jaar oud en inmiddels achterhaald”, zegt Otto Hermkens die ook meeloopt. „De chaostheorie heerst. Inmiddels weten we dat ook gedrag en ervaring een hoop bepaalt en dat hersenen zich tijdens het leven nog ontwikkelen. De mens voelt zich iets unieks, maar is tegelijkertijd iets van vlees en bloed waarbij het toeval een grote rol speelt.”

Het toeval staat centraal in het tweede deel van de tentoonstelling. Zo heeft de kunstenaar Adam Lowe een driedimensionale printer ontworpen die een sculptuur kan maken van nat cement. „Cement reageert op de omgeving, waardoor de sculptuur nooit helemaal wordt zoals de computer het bedacht heeft”, zegt Lunshof.

Geertje Röling staat bij een robot die met antennes en camera’s kan communiceren met andere robots. Ze is niet helemaal overtuigd van de overwinning van de mensheid op de technische beheersing.

„Men heeft jaren gedacht dat de computer nooit van een mens zou kunnen winnen, maar inmiddels heeft een schaakcomputer schaaktalent Kasparov verslagen. Dat is de ultieme nederlaag voor de mens”, zegt Röling. „Machines en computers worden steeds beter en handiger. Ze leren spraak herkennen en weet ik wat allemaal. Als de computer uiteindelijk verder gaat dan de mens, ontstaat er echt een andere wereld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden