BoekrecensieNederlandse literatuur

Koos van Zomeren geeft het woord aan een terugblikkende boomer die heerlijk honderduit praat

Koos van Zomeren brengt een ode aan het alledaagse leven van fijne vakanties en kleine obsessies

Sommige fijne schrijvers moet je soms een tijdje ongelezen laten om vervolgens na een paar jaar weer eens een boek van ze ter hand te nemen en te kijken wat je er nog aan vindt. Zo’n verfrissende pauze gunde ik Koos van Zomeren, die ik voor het laatst ergens rond de eeuwwisseling las maar van wie nu zijn jongste roman ‘Omstandigheden’ voor mij ligt. Met de schrijver is ook de hoofdpersoon van dit boek twintig jaar ouder geworden, voormalig boekhandelaar Ronald Walraven, in wie ik een alter ego van Koos van Zomeren vermoed, hij doet in elk geval enorm echt en authentiek aan.

Walraven is een kind van de jaren zestig en hij beschrijft een dikke vijftig jaar later wat er van zijn linkse idealen is terechtgekomen. Hij doet dat aan zijn zoon Leo, met wie hij ernstig gebrouilleerd is geraakt en die hij al jaren niet meer gezien heeft. Wat volgt is het relaas van een teleurgestelde man van in de 70, die zich oud voelt worden en die de balans opmaakt. Maar hij is niet alleen teleurgesteld, maar ook nuchter en soms zelfs ironisch, sceptisch of cynisch: “Maar goed, de jaren zestig. Het vuur, het optimisme, en jongens, wat waren we jong allemaal. Achteraf zou je haast zeggen dat het een soort kinderkruistocht was. En achteraf denk ik ook dat wij, verzameld links, maar één fout hebben gemaakt. Niet dat we de bestaande orde verwierpen, want dat deed en doet ieder weldenkend mens. Nee, dat we daaraan de belofte van een betere wereld hebben gekoppeld – dat moeten we nu bezuren.” Het is Van Zomerens samenvatting van het vervlogen ideaal der babyboomers.

Koos van Zomeren Beeld Lona Aalders

Fijne vakanties en kleine obsessies

En dus vertelt Walraven wat hem allemaal is wedervaren, in zijn huwelijk, met zijn kinderen, in de boekhandel. Heel gewone, alledaagse geschiedenissen, van fijne vakanties met het hele gezin, van kleine obsessies (met landkaarten), en vooral ook van de honden die hij heeft bezeten en de band die hij met hen had; je zou zijn leven zelfs kunnen indelen in de verschillende honden die de revue passeren, ze vormen in hun dierlijke vriendschap een antidotum tegen de teleurstellende mensenwereld, zoals in meer algemene zin de natuur dat doet met die paar vreugdevolle of zelfs extatische momenten in de bergen of aan een beekje. Niks bijzonders, maar toch schrijft hij ze op voor zijn zoon, “bang om de ban te verbreken, bang dat de dingen die ik naar mijn idee nog meer moest opschrijven, hun urgentie zouden verliezen of domweg zachtjes borrelend in het drijfzand in mijn hoofd zouden verdwijnen, bang kortom dat ik de draad na terugkeer niet meer zou kunnen of willen pakken.”

Maar niet de verhalen van Van Zomeren fascineren, al proef je er wel een aanstekelijk soort onthechting in met zijn hekel aan modieuze zaken: bepaalde boeken die je zou moeten lezen, BN’ers die je zou moeten kennen, uitdrukkingen als ‘het leven vieren’. Heel herkenbaar en allemaal mooi meegenomen maar nee, Van Zomerens geheim is toch vooral de manier waarop hij zijn gedachten aanbiedt.

En dat was wat ik na jaren Van Zomeren-onthouding weer proefde: zijn stevige, vlotte praatstijl, de tegelijk laconieke en betrokken manier waarop hij zijn gedachten en ervaringen verwoordt, de geestige zelfkennis van de hoofdpersoon die in zijn brief aan zijn zoon geen blad voor de mond neemt maar tegelijkertijd laat merken hoeveel het gezinsleven voor hem betekent. Dat is het belangrijkste wat je van Van Zomeren bijblijft, dat hij ook in zijn manier van schrijven nooit poseert. Ik vind authenticiteit en echtheid helemaal niet per se literaire kwaliteiten maar wel als ze zo integraal deel van je stijl uitmaken: Van Zomerens stem herken je uit duizenden.

Van Zomerens verhalen zijn, overigens net als zijn columns indertijd voor NRC Handelsblad, odes aan het leven van alledag, aan de ervaringen van een gewone man, aan een soort, niet zelden ook enigszins gemankeerde, gezelligheid. Zijn hoofdpersoon praat honderduit zonder tot babbelzucht te vervallen, hij is filosofisch zonder abstract te worden, geopinieerd zonder betweterig te zijn. En dat is heerlijk om te lezen al komt het uit de mond van een teleurgestelde zeventiger. 

Oordeel: Filosofisch, maar niet abstract; geopinieerd maar niet betweterig

Koos van Zomeren
Omstandigheden
Arbeiderspers; 256 blz. € 21, 50

Lees ook: 

Vogelboeken om heerlijk in te grasduinen

Jarenlange verbazing over vogels. En over hoe slim sommige vogels zijn, en andere ronduit dom. Twee recent verschenen boeken die de liefhebber niet mag missen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden