Review

Koos van Zomeren beklimt andermaal de Eiger

Als je uit de nieuwe, stevige roman van Koos van Zomeren één beeld zou moeten selecteren dat tekenend is voor de sfeer en het gevoel van het boek, dan is het dit: een man van een jaar of vijftig loopt, diep in gedachten verzonken, met zijn oude hond door het adembenemend landschap van de dikbesneeuwde Zwitserse berg de Eiger.

Voor wie het werk van Van Zomeren een beetje kent, is dit beeld geen verrassing. De roman 'Sneeuw van Hem' geeft zowel inhoudelijk, als qua compositie en stijl een sterk gevoel van déjà vu. Het wandelen met de hond was een constante in Van Zomerens kleine columns, die een aantal jaren de voorpagina van NRC-Handelsblad sierden. Als je al die korte stukjes achter elkaar leest, lijken die wel één langgerekte wandeling door de natuur.

Ook 'Sneeuw van Hem' zit vol vertrouwd tedere observaties. Aan de orde komen de verschillen in bontheid van koeien, de 'figuratie van steenbreek', zinnen die buitelen als een stel staartmezen, 'groenlingen, tapuiten, waterpiepers, enzovoort' - het is allemaal onmiskenbaar Van Zomeren.

Ook de overweldigende aanwezigheid van de Eiger gebruikte Van Zomeren al eerder. In de roman 'Sterk water' uit 1987 waren de twee broers Pieter en Bruno, een bioloog en een gerenommeerd schrijver, al eens onder verdachte omstandigheden afgereisd naar dezelfde plek.

In de blik van de schrijver Thomas Hem, pseudoniem van Tinus Kakebeen en de hoofdpersoon van 'Sneeuw van Hem', domineert de berg wederom het landschap: “De Eiger fenomenaal in het midden. Dat was een van de weinige dingen op de wereld die nooit tegenvielen. Altijd hoger, steiler, beestachtiger dan je je herinnerde. En altijd zat er in de aanblik van die noordwand een element van uitstel: straks zal ik weten wat ik ervan vind.”

Voor de zoveelste keer in zijn leven is Hem gaan schuilen in de schaduw van de berg. “Ik ken geen groter verlangen dan ergens terug te keren”, zegt hij. Opnieuw klinkt hier een echo van iets dat Van Zomeren al eerder liet horen. In 'Een jaar in scherven' uit 1988 riep hij uit: “Het thema is terugkeer. Dat dat nu pas tot mij doordringt!”

'Een jaar in Scherven' is een dagboek, maar van een bijzonder soort. Van Zomeren manipuleerde daarin constant zijn persoonlijke, op het eerste gezicht waarachtige notities. Hij zette alle pijnlijke confidenties niet argeloos op papier, maar schreef in feite over het schrijven van een openhartig dagboek.

'Sneeuw van Hem' is van dezelfde dubbelzinnige ironie doortrokken als 'Een jaar in scherven'. In de roman komt de bekende Nederlandse schrijver Thomas Hem in een chalet aan de voet van de Eiger maar niet tot schrijven. Desondanks kunnen we hem, Hem dus, lezen. Zijn uitgever heeft hem uitgedaagd een epische roman van driehonderd bladzijden te schrijven, maar die uitdaging rust als een molensteen om zijn nek:

“Driehonderd blz. alsof het niks is. En het ís ook niks. (. . .) En dan wind ik me op, dan krijg ik zowaar de geest. Ze kunnen allemaal de tering krijgen, ik zal ze nog wel eens laten zien wat ik waard ben. Maar dat is dan ook zo weer over. Wat wil je ook? Als je net zo goed dood kunt zijn!”

Toch is Hem niet in eerste instantie Nederland ontvlucht om aan zijn 'knoert van een depressie' te ontsnappen. Nee, de belangrijkste reden is dat de echtgenoot van zijn minnares zich heeft verhangen. Hem heeft Bettie ontmoet toen hij moest optreden in de plaatselijke bibliotheek. Hij schrijft een vleiende opdracht aan haar in zijn laatste roman. Vanaf dat moment spreken ze geregeld af in het stadspark, vrijen, en bespreken intensief elkaars leven. Hem is vrijgezel en vertelt over zijn drie dochters uit eerdere huwelijken. En Bettie laat Hem op afstand kennis maken met haar twee zonen en haar stugge, zwijgzame man Bob. Aan de routine van het park (“wreed, eerlijk, een tweepersoonsgekte.”) komt een abrupt einde als Bob plotseling zelfmoord pleegt en een verwoestend briefje achterlaat: “Het is wel mooi geweest.”

Halsoverkop vertrekt Hem naar Zwitserland. Het is een vlucht die hem allerminst verlost van zijn mistroostige gedachten over het schrijven, de liefde en de dood. Eindeloos weerspiegelt zich de tragische gebeurtenis in de dingen die hij ziet, hoort en bedenkt. Op de treinen ziet hij tot zijn schrik ineens BOB staan: 'Berner Oberland Bahn'. Bovendien komt Hem de Nederlander Hans Brummelkamp tegen, die in Zwiterland een hotel drijft. Deze Hans had zijn moeders huis op de drempel van een Nederlandse uiterwaard vanwege vage dreigementen verlaten. Het kan nauwelijks verbazen dat ook zijn vader, toen Hans net was geboren, zich had verhangen.

Te midden van al deze morbide symbolen begint Hem te fantaseren over de mogelijkheden er zelf een einde aan te maken. Zich in te graven in een hol in de sneeuw tegen de bergwand. Een slaapmiddel in de thee te doen en voor de hond in de leverworst, en zo voor eeuwig weg te zinken in een bevroren slaap. Hems sneeuwwandelingen worden korte expedities naar de dood.

Over de notities, die Hem maakt bij de boeken die hij leest, kan eigenlijk hetzelfde worden gezegd. Hij raakt gefascineerd door boeken over de ontberingen die bittere kou met zich mee brengen. In de roman dwarrelen zijn eigen invallen met andermans ideeën en formuleringen door elkaar heen naar beneden. Passages uit het 'Himalaya Dagboek' van de Alpinist Bart Vos duiken op naast het hardvochtige verslag van de tragische reis van Robert Falcon Scott naar de Zuidpool. Hem citeert naar hartelust uit bergbeklimmersgidsen en het werk van Saul Bellow, Annie E. Proulx - die het woord 'decoratiesneeuw' bedacht - en D. H. Lawrence.

Ondanks de sneeuw van citaten van anderen én van Van Zomeren zelf is 'Sneeuw van Hem' geen slap postmodern aftreksel geworden zonder inzet of eigen stijl. Integendeel, Van Zomeren tast voorzichtig naar de juiste woorden voor zijn schrijver. Het enige wat daar af en toe aan stoort is het gezeur, waarin Thomas Hem zich graag verliest. Gezeur over de even gehate als verafgode Mulisch, of over een kritiek op zijn eigen werk (een dagboeknotitie verwijst direct naar een artikel van Wam de Moor over Koos van Zomeren). Gezeur over geld, of gezeur over gezeur: “Ik zit in het understatement, dat zou je toch moeten weten. Als ik zeg dat ik liever dood was, is het in werkelijkheid nog veel erger.”

Soms is het gezeur geestig, maar soms wordt de 'no-nonsensedepressie' vals bescheiden: “Goed, driehonderd bladzijden over een mannetje op een berg, zijn kijk op de wereld, zijn ervaringen van dag tot dag. Er waren ongetwijfeld schrijvers die zoiets zouden aankunnen. Hem niet. Net genoeg fantasie om op het idee te komen, maar lang niet genoeg om het uit te voeren. Gewoon niet geduldig, niet vasthoudend, niet virtuoos genoeg.”

Van de schrijver Thomas Hem moge dat waar zijn, van Koos van Zomeren niet. Het enige wat Van Zomeren af en toe verhindert door te dringen tot 'het mysterie van de herstelde ongereptheid' is dit soort passages. Over het geheel genomen heeft Van Zomeren wel degelijk een geduldige, vasthoudende en fijnzinnige roman geschreven. Hij bezwijkt niet voor de verleiding uit alle macht een plot na te jagen, evenmin hoe het met Thomas Hem en Bettie nu verder moet - maar blijft zich scherp concentreren op wat zich in het hoofd van zijn personage afspeelt.

Precies daarin schuilt Van Zomerens kracht: hij heeft uit vertrouwde elementen toch een verfrissende roman weten te bouwen. Vernuftig verweeft hij de verhalen van Thomas Hem en Hans, de licht pathetische dagboeknotities, de citaten en kleine parabeltjes. Als sneeuw, die smelt in de lente en tot een beekje wordt, stromen zijn woorden en zinnen samen tot een kristalhelder geheel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden