Review

Koorts deert sirene niet

Peter van der Lint

Opera Fuoco, Danielle de Niese (sopraan) olv David Stern met Watermuzieken, aria’s en cantate van Hündel en Telemann op 28/7 in Robeco Zomerconcerten, Concertgebouw Amsterdam.

Er was inventief geprogrammeerd afgelopen maandag in de Robeco Zomerconcerten. Goed idee om Georg Friedrich Hündels populaire en overbekende ’Water Music’ te koppelen aan de veel minder bekende ’Wassermusik – Hamburger Ebb und Fluht’ van zijn tijdgenoot Georg Philipp Telemann. En de kruisbestuiving ging verder. Tussen Telemanns watermuziekjes in zong Danielle de Niese voor de pauze aria’s uit Hündels ’Semele’; na de pauze verscheen direct na Hündels ’Water Music’, Semele’s zuster Ino ten tonele in de gelijknamige cantate van Telemann. Mooi bedacht allemaal.

De avond was duidelijk rondom Danielle de Niese opgebouwd. Na haar debuut in Amsterdam (op 21-jarige leeftijd!) als Cleopatra in Hündels ’Giulio Cesare’ bij De Nederlandse Opera (2001) ging het snel met de carrière van De Niese. De Amerikaanse sopraan, met Sri Lankaanse en Nederlandse voorouders, bereikte met dezelfde Cleopatra-rol in het Britse Glyndebourne star status en was vanwege haar wendbare stem, haar lenige lijf en catwalk-uiterlijk direct een hot item bij operagezelschappen over de hele wereld. Bij De Nederlandse Opera keerde zij terug in ’Raaff’ van Robin de Raaf (2004), als Despina in ’Così fan tutte’ en als Susanna in ’Le nozze di Figaro’, in de roemruchte Mozart Trilogie (2006). Een jaar later was zij in Amsterdam een super verleidelijke Poppea in Monteverdi’s ’L’Incoronazione di Poppea’. Nederland heeft zich kunnen laven aan haar stem en verschijning.

Er ging maandagavond dan ook een schokgolfje door de Concertgebouw-zaal toen dirigent David Stern vertelde dat De Niese koorts had en zich ziek voelde. ’Maar’, voegde hij er snel aan toe, ’ik zal u niet aandoen om zelf te gaan zingen, want Danielle wil het tóch proberen.’ Zucht van verlichting, want we waren toch echt voor haar gekomen. En gelukkig viel het mee. Met veel water en bemoedigende omhelzingen tussen dirigent en zangeres kreeg De Niese de zaal als vanouds plat.

De rol van Semele, de narcistische schoonheid die Jupiter wil verschalken, lijkt haar op het lijf geschreven. In de aria ’Myself I will adore’, waarin Semele zichzelf mooi maakt voor Jupiter, klonken al die trillertjes, zuchtjes en versierinkjes als het sierlijk aanbrengen van mascara op exquise wimpertjes. Als een van verrukking spinnende poes pakte De Niese de zaal direct in. Hier stond de Eartha Kitt van de barokmuziek.

In de andere twee aria’s uit ’Semele’ speelde De Niese haar overige troeven uit: trage, lome lijnen vol spanning in ’O sleep, why dost thou leave me’ en exuberantie in ’Endless pleasure, endless love’. In die laatste aria, later als een encore herhaald, viel op hoeveel volume er in de tengere De Niese verborgen zit. De hoge noten klonken als klaroenstoten. In ’Ino’ bouwde zij een intelligent portret op van Semele’s onfortuinlijke zuster en voelde zij de grilligheid van Telemanns partituur perfect aan.

Het begeleidende orkest van Opera Fuoco kwam niet in de buurt van De Niese’s inventiviteit. Beetje slap allemaal, weinig contouren en dramatiek. Vooral zo’n fantasieloos doorpingelend klavecimbel, in de ouderwetse stijl van Raymond Leppard, kan echt niet meer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden