'Koop het en geef dan een feestje'

Terwijl ze als jong meisje wegdroomde tijdens de preek in de hervormde Bergkerk in Amersfoort, zat ze steevast naar de scheuren in de muren te staren en te fantaseren hoe ze die grauwheid zou wegtoveren met kleurrijke wandkleden. Tien jaar geleden kreeg Willy Pennings (65) het verzoek om een kleed te weven voor de Bergkerk. Daarna volgden meer opdrachten. In een tijdsbestek van acht jaar heeft Pen-nings alsnog haar meisjesdroom kunnen verwezenlijken.

HENNY DE LANGE

In meer kerken in Nederland hangen de kleurrijke geweven doeken van Pennings of geven haar kleden extra cachet aan de avondmaalstafel. Ook in het hypermoderne kerkgebouw in de Amersfoortse wijk Kattenbroek, waar protestanten en katholieken samen kerken, zijn haar kunstwerken te zien. Het was een hele toer om iets te maken waarin alle gelovigen zich zouden herkennen. De meeste complimenten kreeg ze (als niet-katholiek) van katholieke zijde. “En toen wist ik dat het me gelukt was.”

Altijd vallen de kleuren op in de werkstukken van Willy Pennings. Scandinavische blauw en rood-geel-oranje combinaties waren al haar favorieten, toen Nederland nog ondergedompeld was in gedekte en stemmige tinten. Haar eerste kleed dat ze meer dan veertig jaar geleden weefde, maakte door de kleurkeuze (blauw en groen) kennelijk zo'n indruk, dat het gestolen werd tijdens een expositie in Rotterdam. Als tienjarige wist Pennings al dat ze wever wilde worden. Haar vader schilderde en gaf zijn dochter de vrije hand. Op haar vijftiende ging ze naar de Kunstnijverheids-school in Amsterdam, vier jaar later begon ze een weverij in het ouderlijk huis in Amersfoort.

TEXTIELGALERIE

In haar Textielgalerie in Delft, de stad waar ze inmiddels dertig jaar woont, hangt maar één 'Pennings' aan de muur. Het heeft geen zin om lukraak kleden te weven, vertelt ze. Je moet maar afwachten of het past in een huis of gebouw. Het is ook niet nodig, want de laatste vijftien jaar werkt ze uitsluitend in opdracht en daarbij mag ze toch altijd haar eigen gang gaan. De galerie is er dan ook niet in de eerste plaats voor haarzelf, maar voor anderen. Tien jaar geleden opende ze de Textielgalerie op de benedenverdieping van haar huis 'om wat meer om handen te hebben'. Steeds minder mensen meldden zich bij haar om weven te leren. “Iedereen ging toen ineens breien met dikke mohair.” Ook het groeiend aantal kerken dat werd gesloten, kostte haar klandizie. De galerie stelde ze open voor jonge textielvormgevers die ze en passant de nodige tips meegaf om het vak nog beter in de vingers te krijgen. Waar ze bijvoorbeeld niet tegen kan is slordig in elkaar gezette kleding. “Sommigen maken de prachtigste stoffen maar kunnen absoluut niet naaien. Dan raad ik ze aan een opleiding te volgen of een coupeuse in te huren.”

TIJDLOOS

Ter gelegenheid van het tien-jarig bestaan heeft Pennings tien textielvormgevers uitgekozen die in de afgelopen periode hebben geëxposeerd in de galerie. Bij elkaar geven hun creaties een boeiend beeld van wat er allemaal mogelijk is met (natuurlijke) stoffen. Veel ontwerpen zijn tijdloos mooi. Pennings: “Er zijn hier al verschillende bezoekers geweest die jaren geleden iets hebben gekocht van één van deze mensen en dat nog steeds dragen. Ze hangen het wel eens een jaar weg, maar daarna blijkt het toch weer heel bijzonder. Dat is de kracht van het werk van deze vormgevers.”

Wat verder opvalt is de betaalbaarheid. Zo hangt er een 'vleugeljas' van Cora de Kok van geweven koperdraad voor 425 gulden. De Kok maakte ook losse 'vleugels': grote kragen van beschilderde zijde of organza met geborduurde dichtregels of bijbelteksten (prijs rond de 350 gulden). Een combinatie van een jasje van transparante blauwe zijde met een met bloemen beschilderde kraag komt op 700 gulden. Pennings: “Veel mensen staat dat prachtig en die kraag kun je ook weer combineren met andere kleding. Iemand verzuchtte: ja, maar dat draag ik zo weinig, ik ga zo weinig uit. Mens, denk ik dan, koop het en geef zelf wat vaker een feestje, want je bent er zo mooi in.”

Ronduit een koopje is een rode fluwelen jurk (140 gulden) die een extra dimensie krijgt als ze gedragen wordt onder een voileachtige hes (150 gulden). Er hangen ook beschilderde katoenen T-shirts van Beatrijs van de Thillart van rond de 100 gulden. Een contrast met de uitbundige feestkleding vormt het sobere maar o zo geraffineerde werk van Lillianne Nelissen: een asymmetrische zwarte linnen flapjurk, die je met klittenband telkens weer anders kunt laten 'vallen' (495 gulden). Sommige mensen sparen, weet Pennings, voor een echte 'Annemarie Verlinden'. Zij maakt comfortabele chenille weefjasjes (600 ... 700 gulden). “Zou minister Jorritsma goed staan, maar ook koningin Beatrix zou er mooi in zijn op een cultureel festival.”

Margot Ferwerda weeft en breit stoere jakjes en truien van Ierse wol, die iedereen aan kan. En dat geldt ook voor de kleding van Hanneke Emens. Ze knipt mantelstoffen in lange banen, laat ze verspringen en naait er vervolgens jassen van. Praktisch zijn ook haar royale sjaals met zakken (145 gulden). Hoe meer zakken, hoe beter, vindt Pennings. “Ik kijk altijd of een jasje een binnenzak heeft.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden