Koning Midas van de avant-garde

John Zorn Beeld Hollandse Hoogte / The New York Times Syndication

Als er kampioen-schappen 'op de kast jagen' bestaan, zou John Zorn die moeiteloos winnen. Toch heeft de Amerikaanse componist, saxofonist, organisator, labelbaas, uitgever en concertpromotor ook een genereuze kant. Zondag wordt deze Jekyll & Hyde van de avant-garde 65 jaar. Tijd voor een dubbelportret.

Het oude Lantaren-Venster is volledig uitverkocht op 2 juli 2006. Eindelijk is het gelukt John Zorns Masada naar Rotterdam te halen. Terwijl het kwartet de sterren van de hemel speelt, zit de stemming er geweldig in. Tot er ineens een mobiele telefoon klinkt. In de zaal is de spanning voelbaar. Zorns reputatie is bekend. Het lijkt of iedereen in het publiek weet dat Zorn eerder verstoorders van zijn concerten hardhandig de zaal heeft uitgezet. De telefoon klinkt almaar harder, het moet een kwestie van tijd zijn voor Zorn uit zijn vel knapt en de arme ziel die is vergeten zijn mobiel uit te zetten naar buiten zal werken. Dan begint Zorn ineens breeduit te lachen en haalt de nog altijd rinkelende mobiel uit zijn zak.

Het is bij Zorn meer dan een gecultiveerd imago: een lastpak en een pestkop zijn. Hij heeft provocatie tot de kern van zijn werk en wezen gemaakt. Vroege projecten als 'Naked City' en 'Painkiller' begin jaren negentig bezorgden hem meteen al zijn naam als dwarsligger en provocateur. Zorn en zijn handlangers combineerden free jazz met de felheid van punk, hardcore en de extreemste metalsoorten. Pijngrensmuziek, niet in de laatste plaats door de indringende hoge snerptonen die Zorn aan zijn altsaxofoon ontlokte. Om aan te geven dat de luisteraar geen gezellig cocktailmuziekje te wachten stond, gebruikte Zorn afschrikwekkende hoesfoto's: een man vermoord op straat, afbeeldingen van martelingen. Later zou hij ook pornografische foto's gebruiken van sadomasochistische scènes of omstreden Japanse manga-tekeningen van minderjarige meisjes.

Hoe shockerend en naargeestig ook, het bleek allemaal nog klein bier vergeleken met de hoes van Zorns plaat 'Kristallnacht' (1993). Binnenin een foto van een uitgemergelde, dode man, de armen gespreid alsof hij is gekruisigd. Voorop, verschrikkelijk in al zijn eenvoud, de gele Davidsster met daarin het woord Jude. Waren Zorns eerdere platen vooral brutaal en op een verontrustende manier ook ruig, Kristallnacht is te akelig om van begin tot eind te beluisteren. De weemoedige Joodse Klezmermuziek wordt al snel versneden met het ophitsende geblaf van nazi-toespraken en het alles doorsnijdende lawaai van vallend en brekend glas.

Joodse komaf

In die tijd treedt Zorn op in een legerjas met daarop prominent de gele Davidsster. Later vervangt hij die kleding door een legerbroek en -kisten, en voor iedereen duidelijk zichtbaar de tsietsiet, de franjes van het traditionele Joodse gebedskleed, de talles. Steeds militanter draagt Zorn zijn Joodse komaf uit. Een serie van zijn label Tzadik (Hebreeuws voor 'rechtvaardige') heeft Zorn 'Great Jewish Music' gedoopt. Daar-in kan vrijwel alles, alleen ook maar het kleinste spoor van Arabische invloed is uit den boze. Om die reden kon bassist Kermit Driscoll een project waaraan hij jaren had gewerkt in de prullenbank gooien nadat Zorn binnen een paar seconden had vastgesteld dat de muziek Arabisch klonk.

Provocerend is ook Zorns onvoorstelbare productie. Waar het schrijven van een compositie voor de meesten doorgaans maanden, zo niet jaren in beslag neemt, lijkt Zorn zijn collega-componisten uit te dagen met wat niet anders dan lopende-band-componeren kan worden genoemd. Alleen al voor zijn 'Book of Angels' schreef Zorn in dertien jaar zoveel materiaal dat hij er 32 cd's mee kon vullen. Zorn wordt ook wel 'platenkakker' genoemd, ook omdat een deel van zijn nieuwe muziek tamelijk gemakzuchtig overkomt. Sommige recente muziek van Zorn is baldadig braaf terwijl zijn nieuwste uitgave 'The Urmuz Epigrams' zo irritant maf is dat hij wel bedoeld moet zijn om de luisteraar uit te dagen en te laten lachen.

Een paar uur voordat het North Sea Jazzfestival op 10 juli 2005 uit Den Haag verdwijnt, staat John Zorn met Masada op de planken. Het uitzinnige publiek gaat vanaf het begin als een wilde tekeer, ook tijdens de solo van drummer Joey Baron. Ineens maant Zorn het publiek tot rust, eerst streng, dan lachend. Wat blijkt? Baron heeft de trommels en bekkens helemaal niet aangeraakt, maar het publiek hoorde door het lawaai dat het zelf maakte niet dat Baron luchtdrums speelde.

Oprecht interessant

Vanzelfsprekend hebben veel musici een trouwe publieksschare. Toch is de fanatieke liefde van de Zorns-fans ongewoon. Niet zozeer omdat veel van Zorns muziek buitenissig is, maar omdat die zo'n buitengewone diversiteit kent. Van stemmige vocale kerkmuziek tot een verzengende mengeling van hardcore, metal, punk en de meest extreme jazz, van kalm voortkabbelende Hawaii-muziek tot weemoedige Klezmer, van Zorn in zijn eentje achter het orgel tot uit de kluiten gewassen bezettingen, van een strak uitgeschreven strijkkwartet tot zogeheten spel-composities, waarin kleuren en nummers bepalen wat er wordt gespeeld, Zorn heeft het allemaal gecomponeerd en/of gespeeld, en nog veel meer. Daarmee heeft hij een publiek aan zich gebonden dat ongekend nieuwsgierig is. Waar in sommige genres een muzikale ommezwaai als uitverkoop wordt gezien en het einde van de loopbaan kan betekenen, blijken de fans van Zorn hem op al zijn wegen te willen volgen.

De reden daarvoor is simpel. De muziek is, een paar uitzonderingen daargelaten, telkens op zijn minst oprecht interessant. De ene keer in zijn extremiteit, de andere keer juist door zijn speelsheid of raffinement. Het beste bewijs dat deze Koning Midas van de avant-garde niet zomaar wat uit zijn mouw schudt, zijn waarschijnlijk de uitmuntende muzikanten die met Zorn blijven werken. Gitarist Marc Ribot bijvoorbeeld, die bij een eerdere werkgever als zanger Tom Waits vast meer kon verdienen. En er komen klasbakken bij, zoals pianist Craig Taborn die twee jaar terug het prachtige 'Flaga' op het Tzadik-label afleverde of het meest recent gitarist Mary Halvorson.

Artistieke vrijheid

Zorn heeft zich onvermoeibaar ingezet voor componisten en musici die bij reguliere platenmaatschappijen geen poot aan de grond kregen of in hun artistieke vrijheid werden ingeperkt. Met zijn Tzadik-label bracht Zorn talloze bijzondere platen van anderen uit, hij publiceerde hun essays in de boekenreeks 'Arcana' en liet velen spelen in zijn club The Stone. Een paar vaste bespelers van die club - waar bezoekers aanvankelijk moesten betalen om buiten te raken in plaats van binnen te komen - gaan dit najaar op tour in Europa. Ook de bejaarde Zorn zal vast een pestkop blijven. Maar dan wel een onvoorstelbaar genereuze.

In de concertreeks 'The Stone in Europe John Zorn 65' staan de volgende concerten in Nederland in het teken van Zorns 65ste verjaardag:

Morgen en 1 september, Lantaren-Venster Rotterdam: Mary Halvorson Quartet,

11 oktober Handelsbeurs Gent, 12 oktober Bimhuis Amsterdam: Brian Marsella Trio

8 november Den Bosch (Verkadefabriek) en op 10 november in Groningen (Rockit festival): Secret Chiefs 3

John Zorn zelf is dit najaar prominent aanwezig tijdens November Music www.novembermusic.nl

Een rotjoch van 65

Een wonderkind van 65

Lees ook:

Requiem met contrast

Een basgitaar in een requiemuitvoering? Jazeker. Een alledaagse dodenmis schreef componist Anthony Fiumara dan ook allerminst. In opdracht van November Music leverde hij 'Memorial Park', een stuk over de stervenden, op tekst van Désanne van Brederode.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden