Review

Koning klant verdoezelt onwelkome boodschappen

Het Tijdschrift voor Wetenschap, Technologie & Samenleving (WTO) houdt zich in dit nummer bezig met 'vraaggestuurd' wetenschappelijk onderzoek; dat wil zeggen, met kwesties die zich voordoen wanneer wetenschappelijke instellingen verzoeken van derden honoreren, bij voorbeeld van overheid en bedrijfsleven. De politieke gevolgen van afspraken tussen wetenschap en maatschappij kunnen groot zijn, zoals de repercussies van het NIOD-rapport over Srebrenica bewijzen. In WTO gaat het voornamelijk om de consequenties die zulke afspraken voor de integriteit van de wetenschap hebben, een vraag die in verband met het NIOD rapport nog maar nauwelijks is gesteld. In haar inleidend commentaar zegt Gerda Dinkelman dat universiteiten weliswaar een verplichting hebben om de doorstroming en benutting van kennis te bevorderen, maar dat het niet de bedoeling is dat ze zich als Kamer van Koophandel gaan gedragen.

Samuel de Lange

In een artikel dat naar de barbaarse titel 'Stimulering marktgerichtheid publieke kennisinfrastructuur' luistert, doet Arie van Heeringen voor hoe universiteiten en instituten op een fatsoenlijke manier zaken kunnen doen. Níet met allemaal kleine potjes en dealtjes, maar door aan de hand van een duidelijke doelstelling, de klanten en de overheid op de hoogte te stellen waarvoor ze in (de markt) zijn. Zo komt de verantwoordelijkheid voor de stimulering van de marktgerichtheid bij een fris management van de wetenschappelijke instellingen te liggen.

Deze 'vrolijke wetenschap' wordt een bladzijde verder onderuit gehaald door de cultureel antropoloog André Köbben, die een paar jaar geleden een boek schreef, 'De onwelkome boodschapper', over de druk die de marktpartijen op onderzoekers uitoefenen om 'gunstige' uitslagen te fabriceren. 'Onwelkome boodschappen' worden verdraaid en verdoezeld, de klant is immers koning. In een column in het WTO beschouwt Köbben met grote twijfel de maatregelen die door wetenschappelijke instellingen worden genomen om een 'Landelijk Orgaan voor Wetenschappelijk Integriteit' in het leven te roepen. Zijn voornaamste bezwaar is dat het orgaan geen tanden heeft om zich tegen misbruik te verweren. Geldzoekers en geldschieters zullen zich door de goede bedoelingen van een onmachtig orgaan evenmin van hun onderhandse overeenkomsten laten afhouden, als door de brave intentieverklaringen van mijnheer Van Heeringen.

Dat de wetenschap al verkocht en betaald is blijkt uit de twee juichende stukken van Gerty Holla in WTO over 'Science Parks' in Nederland en het buitenland. Mevrouw Holla, in dienst van de Zernike Group BV, 'en daar met name werkzaam voor het BioPartner Start-up Ventures-fonds', mag de lof zingen van wetenschapsparken. Die bestaan uit 'een of meerdere gebouwen, waarin technologisch innovatieve bedrijven huisvesting vinden en waar wetenschappelijke instituten gevestigd zijn'. Gebouwen in het groen wel te verstaan. De arcadische voorstelling kan niet verbergen hoe vurig gehoopt wordt dat tussen de beplanting de vonk zal overspringen, en het grote geld zijn weg naar de ondernemende wetenschappers zal vinden. De versmelting van belangen die hier gepropageerd wordt onttrekt zich ook aan een Kamer van Koophandel.

Vooral eigenbelang bepaalt menselijk gedrag

In De Psycholoog, verenigingsblad van de Nederlandse psychologen, een reconstructie van 'de kwestie Buikhuisen' door Gerrit Breeuwsma. 'Die kinderen moet je toch helpen...' heet het verhaal, en dat slaat op de verzuchting die de voormalige Leidse criminoloog W. Buikhuisen slaakte als iemand weer eens wat had aan te merken op zijn onderzoek naar de fysieke en gedragsstoornissen van onverbeterlijke crimineeltjes. Breeuwsma trekt niet van leer tegen de voornemens van Buikhuisen eind jaren zestig om de lichamelijke determinanten van wangedrag vast te stellen, dat kan ook moeilijk in het huidige wetenschapsklimaat, maar hij gaat ook niet hard te keer tegen de opponenten van Buikhuisen onderzoeksvoorstellen (bijna alle onderzoek is in plannen blijven steken), zoals Piet Grijs (alias Hugo Brandt Corstius). Die preekte in de jaren zeventig in Vrij Nederland een kruistocht tegen de 'fascistische ideeën' van de professor.

Breeuwsma laat vooral collega's aan het woord die sceptisch stonden tegenover de zinnigheid en uitvoerbaarheid van Buikhuisens voorstellen. Een enkele had ook morele bedenkingen tegen onderzoek onder gevangenen bijvoorbeeld, maar voorop stond wetenschappelijke twijfel. Buikhuisens kennis van de biologie, waar hij de antwoorden op zijn vragen over crimineel gedrag zocht, hield ook niet over. Bovendien gaven de reacties van Buikhuisen op de kritiek van binnen en van buiten het vak ook te denken dat hij zelf niet goed wist wat hij nou eigenlijk wilde meten, en dat hij meer prijs stelde op een naam als kindervriend dan op een deugdelijke theorie. Zo leidt deze zakelijke reconstructie, buiten de bedoeling van de schrijver, tot een tweede vernietiging van Buikhuisens reputatie.

In Economisch Statistische Berichten (ESB) een artikel van twee economen, Th.Offerman en J.Potters, over 'Homo economicus als proefdier'. De schrijvers constateren dat het economisch onderzoek steeds meer gebruik maakt van experimenten. Mensen worden in een laboratoriumsituatie aan opdrachten gezet waarin ze al of niet kunnen samenwerken. 'Proefpersonen verdienen geld met beslissingen. Hoe beter ze beslissen, hoe meer geld ze verdienen.' Homo economicus is het model van de mens wiens beslissingen alleen of overwegend door eigenbelang worden ingegeven. Het laatste blijkt het geval: de proeven laten zien 'dat actoren vaak niet uitsluitend geïnteresseerd blijken in hun eigen materiële verdiensten, maar ook oog hebben voor de verdiensten van anderen en gevoelig zijn voor rechtvaardigheidsoverwegingen'. Het stuk somt heel verstandig de voordelen op van zulke experimenten boven onderzoek in de troebele werkelijkheid, maar de lezer die op de hoogte is met de nu al zestigjarige geschiedenis van de 'speltheorie', kijkt er toch van op dat 'beslissen onder voorwaarden en supervisie' door Nederlandse economen als een nieuwtje wordt gebracht. Wetenschap bedrijven in een park onder commercieel of politiek toezicht, dát is nieuws. Slecht nieuws.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden