InterviewSchrijver Koen Sels

Koen Sels: Kan ik het mij permitteren om een droevige vader te zijn?

Koen Sels: ‘Gloria dwong me om ook eens na te denken over geluk, in plaats van over wat een depressie is’.Beeld Victoriano Moreno

De Vlaamse auteur Koen Sels (38) schreef een dunne, maar grootse roman over de omwenteling die het vaderschap in zijn leven teweegbracht. ‘Mijn boek is geen verzoening, maar een afscheidnemen.’

Toen zijn dochter Gloria (nu vier) zich in 2016 aandiende, was de Vlaamse auteur Koen Sels bezig met een ambitieus literair werk. Het was niet zo’n best moment in zijn leven. Sels had het gevoel dat hij mentaal aftakelde, hij rookte en dronk meer dan zou moeten en maakte zich grote zorgen over de maatschappelijke ontwikkelingen in en desintegratie van België, Europa en de wereld. Die zorgen heeft hij nog steeds, maar ze drukken minder op zijn gemoed. Al heeft die titel ‘Vlaamse schrijver’ voor hem nog altijd een nare bijsmaak. “Toen ik jong was, zeiden mensen nog: ik kom uit België. Nu zegt men eerder Vlaanderen.”

Met dat ambitieuze project is het niets geworden. Wel publiceerde Sels vorig jaar een klein, poederroze boekje getiteld Gloria, waarmee hij is genomineerd voor de Boekenbon Literatuurprijs (vroeger de Ako Literatuurprijs en, anders dan de naam doet vermoeden, goed voor 50.000 euro), die op 12 november wordt uitgereikt. Het is zijn relaas van de omwenteling die het ouderschap teweegbrengt, maar evenzeer een verslag van hoe de schrijver zich een weg baant uit een inzinking.

Koen Sels (1982) studeerde Nederlandse en Engelse literatuur. Hij werkt drie dagen per week als ambtenaar bij de reclassering in Turnhout. Daarnaast schrijft hij romans, korte verhalen en kritieken over beeldende kunst en literatuur. Hij debuteerde in 2015 met Generator, een coming-of-age-roman over een jongen die opgroeit in een typische Vlaamse nieuwbouwwijk die werd genomineerd voor De Bronzen Uil.

Gloria houdt het midden tussen een dagboek en een poëtische gedachtestroom. Sels’ proza is herkenbaar en vervreemdend, meeslepend en ongrijpbaar. Soms razend, boos en grauw, dan weer verstild, mijmerend of beschrijvend. “Ik ben nogal van het schuiven en invoegen”, zegt Sels thuis in Antwerpen. “Ik zoek naar taal die niet uitgeleefd klinkt.” Hij schrijft over ‘een lap bos met sparren die in een onnatuurlijk strak, behekst ritme waren ingeplant’, Donald Trump heet ‘het gezicht van varkensgehakt’ en in de dierentuin merkt hij op dat de flamingo’s erbij staan ‘alsof ze in een plas componentenlijm waren neergezet’.

Zo trefzeker als hij schrijft, zo zoekend formuleert Sels. “Van bijstelling naar bijstelling”, grinnikt hij, gezeten aan een oude laboratoriumtafel die dienstdoet als eettafel. Het formaat voldoet ruimschoots aan de anderhalvemeterregel. In de ongepolijste woonkamer staan lage wandkasten vol (kunst)boeken, in de vensterbank liggen figuurtjes van brooddeeg.

‘Het is het minst bijzondere verhaal’, schrijf je over de geboorte van je dochter. Voelde je ongemak om over het vaderschap te schrijven?

“Het is voor mij niet begonnen als vaderboek, maar het is oké dat mensen het een vaderboek noemen. Het is niet slecht als daarover gesprekken ontstaan. Ik ben artistiek opgevoed met een afkeer van therapeutisch schrijven. Literatuur moest het intieme overstijgen. Maar misschien is het tijd om die ideeën te heroverwegen. Ik denk dat het goed is dat er literatuur is die in praktische vragen is geworteld.

“Tijdens het schrijven keek ik: wat krijg ik over mijn lippen? Hoewel het over mij gaat, heb ik het in de derde persoon geschreven. Omdat het gefictionaliseerd is en vooral omdat ouders zo over zichzelf praten tegen hun kind. ‘Papa gaat Gloria’s tanden poetsen’. Je taal wordt ontregeld, een secundair personage in je eigen leven.”

“Ik voelde wel ongemak bij de boekpresentatie. Toen besefte ik pas echt dat het een intiem en kwetsbaar boek is. De nominatie wakkert dat ongemak opnieuw aan. Ze verandert mijn perspectief op het boek. Zo’n compliment doet je wat, maar mijn boek vertrok vanuit een omarming van de mislukking. Ik wilde afstand doen van allerlei fantasieën over bijzonderheid, me verzetten tegen een logica die ongelijkheid schept door bijzonderheid te presenteren als iets wat schaars is.

“Bovendien is er maar één vrouwelijke auteur genomineerd, Charlotte Van den Broeck, en zit er ook in de jury maar één vrouw. Het zou wel wat bevreemdend zijn om als man, met dit boek, een literaire prijs te winnen in een jaar waarin discussies over feminisme en racisme hoog oplopen. Het zou op zijn minst ironisch zijn als ik nu geprezen word met een boek over vaderschap, dat als een man daarover schrijft het plots grote literatuur is. Terwijl het boek misschien net kleine literatuur wilde zijn.”

Met welk idee ben je aan Gloria begonnen?

“Vanuit een behoefte om iets te schrijven dat goed zou zijn voor mij en mijn familie. Als pars pro toto voor een ruimere samenleving. Ik werkte aan een boek over politiek en depressie, maar dat bevestigde mijn eigen rotgevoelens alleen maar. Tijdens een kunstenaarsresidentie in Hasselt was ik voor het eerst een paar dagen van Gloria gescheiden en die afstand zorgde voor gemis en liefde.

“Een vriend vroeg: waarom schrijf je niet over vaderschap? Dat bleek echt een opluchting. Gloria gaf me de mogelijkheid om de thema’s die me bezighielden – depressie, politiek, mijn geboortegrond in de Kempen – vanuit een ander perspectief te belichten. Vanuit een van de personen die nog heel lang dichtbij mij zal staan.

“Dat dwong me om ook eens na te denken over geluk, in plaats van over wat een depressie is. Want depressie heeft veel met denken te maken, terwijl geluk soms een heel ongemotiveerde kracht is. Depressie is een stem die zegt: dit is alles wat er is, in zijn meest kale, grijze vorm. Het was noodzakelijk voor mij om de manier waarop we aan mensen gebonden zijn te aanvaarden als een positieve kracht, in plaats van iets dat je kluistert aan het huis en het burgerlijk leven.

“In eerste instantie is die depressie misschien wel verhevigd door de komst van nieuw leven; door slaaptekort kun je je grip op en begrip van de realiteit verliezen. Maar tegelijkertijd drong de vraag zich op: kan ik het mij permitteren om een droevige vader te zijn? Ik wil niet dat haar leven een pad is naar dezelfde rotgedachten. Voor Gloria is het beter om plezier te maken. Dus wij maken veel plezier.”

Wat voor vader wil jij zijn?

“Ik wil dingen mogelijk maken. Het heeft geen zin om Gloria’s prinsessenwens radicaal af te wijzen. Ik wil mijn leven niet wijden aan de strijd tegen jurken. Ik hoop dat ze het leert zien voor wat het is: verkleden. Dat er ruimte is om daarmee te spelen. Ik vraag me wel af hoe ik tegenwicht moet bieden aan haar constateringen over jongens en meisjes. Moet ik zeggen dat prinsessen stoer en dapper zijn? Zijn dat dan gewenste karaktereigenschappen? Ik denk juist dat de wereld meer zogenaamd vrouwelijke eigenschappen kan gebruiken.” (Lacht). “Dus laat ik mijn haar maar groeien om te laten zien dat jongens dat ook kunnen.

Beeld Victoriano Moreno

“In de basis is de opdracht van onze generatie ouders niet anders dan die van vorige generaties: je legt aan je kind uit hoe de wereld in elkaar zit. Maar ergens moet er ruimte zijn om te tonen: het is niet de ijzeren hand van de geschiedenis die ons hier heeft gebracht.

“Over jonge ouders wordt veel geoordeeld. Wij dachten vooraf ook: wij nemen ons kind wél overal mee naartoe; hadden de illusie van bewust beslissen. In de wil om het anders te doen, zit behalve potentieel ook iets heel normatiefs. We zijn zo geneigd om andere mensen meteen in een hokje te duwen.”

Gaat het boek daarover? De verzoening met het burgerlijk leven? Dat er schoonheid zit in het alledaagse, kneuterige gezinsleven?

“Mijn boek is geen verzoening. Ik snap die interpretatie, maar zo mooi is het niet. Het is geen glorieuze verlossing, maar afscheidnemen van oude dromen van individualiteit en van ‘iets groots’ creëren. Ik moest een scenario van kunstenaarschap laten afbrokkelen zonder dat daar een nieuw groots leven voor in de plaats kwam.

“Het ouderschap werkt normaliserend, maar tegelijkertijd zorgt het voor het wegvallen van een norm. De norm van onze generatie is bijzonderheid, iets interessants doen. Die valt weg als je een kind krijgt en dat veroorzaakt ook onrust. Je leven vernevelt en verwordt tot een gedeelde lichamelijke ervaring waarin voelen de overhand heeft.

“Dit boek is de nasleep van een confrontatie met mezelf. Ik moest me losmaken van patronen en gewoontes. Leren inzien dat het geen nut heeft om alles in het teken van mislukking te bekijken. Je kunt niet veranderen zonder ook jezelf een beetje pijn te doen. Voor mij gaat het boek daarover: over groeipijnen, vallen of blijven zweven.”

Vlak na de geboorte van Gloria koos Sels ervoor om een deeltijdbaan aan te nemen als ambtenaar bij de reclassering. “Een radicaal schrijversleven zou heel hard zijn voor mijn gezin, dat wil ik niet.” Dus pendelt hij nu al vier jaar drie dagen per week naar zijn geboortestad Turnhout. ‘Eindeloos ver weg leek het van alle ambitie en elk streven naar een universeler leven’, schrijft hij in Gloria over die eerste ‘regressieve’ treinrit. Al klinkt dat negatiever dan hij er nu tegenaan kijkt. Sels doet het werk graag. “Het geeft structuur én het doorbreekt mijn linkse bubbel, confronteert me met de realiteit. Dat gaat op voor zowel mijn collega’s als voor de delinquenten die ik er tegenkom.”

In Gloria beschrijft Sels hoe ze hem na zo’n werkdag rozijntjes voert, hoe hij voor het eerst een praatje aanknoopt met de buren naast wie hij al jaren woont, maar ook over de verdubbeling van het ouderschap. ‘Het daagde hem dat ze in dit huisje vakantiegewoontes herhaalden, de kloof met het Vlaamse gezinsleven dichtend die zij als twintigers zo grondig hadden uitgegraven, in grootsteden, in musea voor hedendaagse kunst, roddelend en zeurend over de familie tijdens autoritten na een bezoek aan hun ouders’.

Heeft het vaderschap je milder gemaakt tegenover je eigen ouders?

“Niet helemaal. Mijn vader had best wat vroeger aan soul searching kunnen doen. Ik probeer zijn woede nu wel beter te begrijpen. Wij hadden een turbulent gezinsleven met veel ruzie. Ik ben de oudste van zes kinderen en ik en de broer na mij hebben hevig gepuberd, wij waren erg dominant. Maar heftige kinderen zijn geen excuus om te stoppen met denken. Dat inzicht is bij mijn vader laat gekomen, vind ik, al zijn ook mijn ouders geëvolueerd. Het zijn superlieve, zachte grootouders.”

Wat had je niet zien aankomen in het ouderschap?

“De automatismen. De constante aanwezigheid van een kind. Ik dacht vooraf: ik ben goed met kinderen. Maar een kind is er de hele tijd en vraagt aandacht, terwijl ik van rust hou.

“In combinatie met slaaptekort gaat je onderbewuste met je op de loop als ouder. Je gaat herhalen wat je zelf hebt geleerd als kind, zeker bij bepaalde triggers. Sommige ouders kunnen niet tegen gesmeer met eten, ik heb het als Gloria niet wil gaan slapen. Dat je merkt dat je kwader bent dan je ooit dacht dat je zou kunnen worden en daarna een half uur opgekruld van schuldgevoel in bed ligt. Terwijl ik voordien dacht dat ik nooit kwaad zou worden.

“Zulke momenten zetten aan tot fundamenteel denken: wat is goed voor mijn kind, voor mij, voor anderen? Het zijn momenten waarop je krachten in jezelf voelt die je niet kende. Dat je merkt: mijn kind raakt aan mijn egoïsme.”

Koen Sels, Gloria, Het Balanseer; 160 blz. € 19,50 

Lees ook:

Bestsellerauteur John Grisham: Mijn DNA is racistisch gemerkt

Hij schrijft ieder jaar minstens één boek, in de ­categorie juridisch drama. Zelf noemt John Grisham het strand- of vliegtuigboeken. Hij verkoopt er miljoenen van. Een deel van zijn verdiensten gaat linea recta naar de Amerikaanse politiek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden