Review

Koel versus warm, wit versus kleur

Twee architecten hebben met een overdaad aan maquettes bezit genomen van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Twee architecten die uit dezelfde ruif eten (de erfenis van het vooroorlogse modernisme), maar er ieder een geheel eigen draai aan geven. De Amerikaan Richard Meier cultiveert de witte, strakke beeldtaal van geometrische vormen. Francine Houben van het Nederlandse bureau Mecanoo zoomt vooral in op de menselijke, emotionele kant van het modernistische erfgoed.

De maquette van het Getty Center in Los Angeles (een enorm museumcomplex met onderzoeksfaciliteiten) domineert pontificaal de grote zaal van het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) in Rotterdam. Het is een gigantisch object, waar je op ooghoogte nauwelijks greep op krijgt. Het Getty Center bestaat uit een aaneenschakeling van elf paviljoens -geordend rond een open plein en een binnenplaats- die elk grillig van vorm zijn en volgepropt zijn met omgangen, balkonnen, nissen, loggia's en hellingbanen. Het centrum ziet er hierdoor uit als een soort veelvormig insect met expressieve schubben, dat zich op de top van een heuvel heeft neergevleid. Het is Richard Meiers magnum opus. In dit complex komt het complete architectonische vocabulaire van Meier tezamen en het is daarmee de optelsom (of samenvatting) van zijn oeuvre.

Eind jaren zestig begon Meier, geïnspireerd door het geometrische werk van architecten als Gerrit Rietveld en Le Corbusier, met het bouwen van witte villa's. Maar meteen al liet de Amerikaanse architect een voorkeur zien voor het verbrokkelen van gevels in een veelvoud aan vormen. Dit 'spel' heeft hij in de loop der decennia verder verfijnd en verdiept en hij zet het tot op de dag van vandaag consequent voort.

Een gevel ervaar je bij Meier niet als een eenduidig plat vlak, het is een intermediair tussen binnen en buiten, waarbij het gevelvlak het ene moment meer bij het interieur lijkt te horen en het andere moment juist weer heel duidelijk tot de buitenkant van het gebouw behoort. Meier houdt er ook van de gevels van een gebouw te verstoppen achter hellingbanen, trappartijen, expressieve balkon-elementen of zelfs voorzetgevels, die de façade diepte geven. Dit vrij onrustige beeld krijgt homogeniteit door het gebruik van metalen gevelpanelen die allemaal zijn afgeleid van één standaardmaat. Deze ijzeren discipline zorgt voor de harmonie die de visuele 'chaos' moet beteugelen. Interessant genoeg moest Meier in het Getty Center het gebruik van zijn geliefde witte platen sterk beperken, omdat de omwonenden in de aangrenzende, zeer luxe villawijk Brentwood vreesden voor spiegelingen en schitteringen. Voor één keer week de architect uit naar zandsteen als belangrijkste gevelmateriaal.

Het werk van Richard Meier gaat voor een heel groot deel over esthetiek, maar dit ontneemt het zicht op de vaak vernuftige opzet van de gebouwen. Centraal staat de manier waarop je een gebouw binnenkomt en je er vervolgens doorheen beweegt (de routing). Het High Museum of Art in Atlanta is een sprekend voorbeeld. Voordat je in een museumzaal staat heb je al een heel 'ritueel' achter de rug. Eerst ga je buiten een lange loopbrug op, vervolgens kom je in een pianovormige antichambre en daarna moet je hellingbanen in de buitengevel van een halfrond atrium bestijgen om bij de tentoonstellingsruimten te komen. Je hebt op die hellingbanen wel een prachtig zicht op bordessen in de achterwand van het atrium, waarop een fantastische spel met schaduwen wordt gespeeld, gecreëerd door patronen in de hoge glazen wand van de hal.

Dit soort schaduwprojecties zijn een belangrijke 'bonus' in het werk van Meier, zoals de prachtige houten maquettes op de expositie in het NAi illustreren. De belichting in de Grote Zaal is zo geraffineerd dat je bijvoorbeeld in het model van het High Museum of Art iets van het schaduwspel kunt meebeleven. Net als in de maquette van het Stadhuis in Den Haag, die uiteraard niet ontbreekt.

De architectuur van Meier oogt vaak koel, steriel en ascetisch, mede door de witte gevelplaten. Hoe anders is dat bij Mecanoo. De maquettes van dit Delftse bureau, gepresenteerd in de Balkonzaal, worden gekenmerkt door kleur, een bonte verzameling materialen met een veel warmer karakter, en veel meer aandacht voor de 'hanteerbaarheid' van een gebouw. Mecanoo heeft in de afgelopen jaren vijftien jaar naam gemaakt met een collage-architectuur, waarin de diverse bouwdelen ieder met een eigen materiaal werden gearticuleerd. Plattegrond en routing waren zeker ook belangrijk, maar het exterieur kreeg extra aandacht. Inmiddels schuift het bureau steeds meer op richting architectuur met homogene blokken die een sculpturaal karakter hebben.

De expositie in het NAi begeleidt min of meer een publicatie die door Francine Houben is gemaakt en waarin ze haar geloofsbrieven afgeeft. Aangezien Mecanoo altijd een collectief is geweest, is het een beetje onduidelijk of de tentoonstelling nu over Houben gaat of over het bureau. De tien stellingen die de architecte in het boek heeft geformuleerd, zijn in ieder geval prominent op de expositie vertegenwoordigd. Saillant detail is dat haar vroegere partner Erick van Egeraat een paar jaar geleden al een dergelijk boek heeft verzorgd.

De tien stellingen van Houben weerspiegelen natuurlijk niet alleen haar eigen gedachtegoed, maar uiteindelijk ook dat van Mecanoo, vergroeid als ze is met de ideeën van het bureau (van de vier andere oprichters is overigens alleen Henk Doll nog over). Toch ligt er een zekere persoonlijke bevlogenheid aan haar visie ten grondslag, een emotionele houding die iemand als Meier volledig lijkt te ontberen. De tien stellingen van Houben beslaan een waaier van aspecten waarmee zij in haar ontwerpen bewust of onbewust rekening houdt: het wankele evenwicht tussen effectief grondgebruik en architectuurruimte scheppen in Nederland, de liefde voor de natuur, de uitdaging om op verschillende niveau's samen te werken, het belang van een duidelijke architectonische taal en de invloed van het werk van Charles en Ray Eames, het ontwerpersechtpaar dat -in de woorden van Houben- uitblonk in het 'arrangeren van vorm en emotie'. En dan blijkt er bij vergelijking van de maquettes van Mecanoo met die van Meier toch ook een overeenkomst te bestaan: ook bij de gebouwen van Mecanoo is een eenduidige lezing vrijwel nooit mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden