Review

Kodo biedt niets nieuws, maar wel veel spektakel

Begin jaren tachtig speelden de Japanse meesterdrummers van het eiland Sado voor het eerst in Nederland. Twintig jaar later presenteert het Holland Festival eenzelfde groep Japanse meesterdrummers als zijnde een belangrijke vernieuwende podiumervaring.

Tussen toen en nu is er evenwel weinig gebeurd. De naam van de drumband is na een ruzie met de oprichter, Tagayasu Den, veranderd van 'Ondekoza' in 'Kodo', de tijd die ze doorbrengen op het eiland Sado is fors teruggebracht en de meeste leden zijn sindsdien vervangen door jonge aanwas.

Verder is de aanpak, ondanks de bewering van het huidige gezelschap dat muziek en aanpak flink 'verwesterd' zouden zijn, overwegend identiek aan twintig jaar geleden. Het instrumentarium met de 'taiko'-trommels van verschillend formaat, waarvan de grootste - de 'odaiko' - manshoog is en naar verluidt tegen de 400 kilo weegt, oogt én klinkt nog altijd even spectaculair.

Hoewel Kodo dus verre van vernieuwend klinkt, brengt het gezelschap wel puur spektakel. Spektakel dat maandagavond door een goed bezet Theater Carré met bijna ovationeel applaus begroet werd. Het was dan ook niet niets dat het publiek voorgezet kreeg. Van fluisterzacht geritsel tot oorverdovende roffels, soms met vuistdikke stokken en vaak met een felheid en verbetenheid, die doen denken aan een strijd op leven en dood.

Nu heeft de opleiding van de Kodo-drummers ook alles van een strijd. Vroeger, in de tijd van Tagayasu Den, was die opleiding Spartaans op het barbaarse af. In een T-shirtje 's winters door de sneeuw rennen was heel normaal. Verder bestond de opleiding behalve uit het bespelen van de bijzondere, veelal uit hout vervaardigde trommels, uit lange-afstandrennen en zware fysieke oefeningen. Bovendien werden de jongste leerlingen behandeld als vuil, als slaven die de oudere groepsleden moesten behagen. Tegenwoordig schijnt het regime iets te zijn versoepeld, maar voordat een jong groepslid echt geaccepteerd wordt, moet er veel gebeuren.

Die overgave aan een aloverheersend ideaal levert in de praktijk wel spatgelijke, perfect gechoreografeerde uitvoeringen op. De tomeloze inzet van de drummers is een genot voor oor en oog. Vooral als de spelers zich kleine vrijheden permitteren, en in korte uitweidingen even hun ei kwijt kunnen.

Inhoudelijk steunt de spectaculaire slagwerkmuziek van Kodo op Japanse volksmuziek. De vaak minimalistische aanpak met herhalende motieven en geleidelijke veranderingen mag dan misschien beïnvloed lijken door wat 'westerse' minimalisten als Philip Glass en Steve Reich muzikaal hebben gedaan, feit blijft dat die minimalisten op hun beurt weer sterk beïnvloed zijn door muziek uit het Verre Oosten. Ofwel: een kwestie van kip en ei.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden