Review

Knippen en Beethoven

In 1994, tijdens de opnamen van 'The hudsucker proxy' merkten de samen schrijvende en regisserende Joel en Ethan Coen een interessant rekwisiet op. In het decor van een scène waarin hoofdrolspeler Tim Robbins zich liet scheren hing een poster met afbeeldingen van verschillende herenkapsels uit de jaren veertig. De haarstijlen -opgeschoren, scheiding rechts, een kuifje, etc.- waren een aanzet die hen eerst inspireerde te denken over de kapper die al die modellen kon knippen, en die vandaar leidde tot een misdaadverhaal met doodslag en moord, een zelfmoord en een executie.

David Sneek

Het is een werkwijze die al aangeeft waar de liefde van de filmmakers ligt: in de details. In de kapperszaak waar de door Billy Bob Thornton bijzonder flegmatiek gespeelde Ed Crane werkt, zijn alle kleinigheden volmaakt verzorgd. Sierlijk slingerende sigarettenrook komt uit de mondhoek van de kapper, de letters op de ruiten zijn in stijl, en zijn collega laat elke knipbeurt vergezeld gaan van een onafgebroken spraakwaterval. Alleen Thornton praat niet veel, en in de simpele beschrijvingen die zijn voice over geeft, klinkt al in de opening een fatalistische berusting met een leven als buitenstaander.

Maar een enkele gelegenheid -de verleiding aan het kappersbestaan te ontsnappen door op illegale wijze het geld te vinden om in een nieuw te starten stomerij te investeren- is genoeg hem in een film noir-scenario te storten. Net als in zoveel werken van de Coens kent het verdere verloop dan twee handelsmerken: toevalligheden en onbenullige misverstanden laten alle plannen mislukken, en geen van de personages heeft een idee van de ingewikkelde constructie waarin ze zijn beland. Virtuoos worden in de rechtbankzaal de situaties gecreëerd waarin zowel rechter als jury, advocaat als aanklager alle gebeurtenissen verkeerd interpreteren.

Als altijd bij de broers gaat dit gepaard met een knappe plaatsing van licht en schaduw, en Roger Deakins is dan ook al voor een Oscar genomineerd voor zijn zwart-witte, maar vooral grijze camerawerk. Het creëert een afstandelijke sfeer, die verder wordt versterkt door de verrassende muziekkeus. Beethoven wordt in de film onophoudelijk bestudeerd door een jonge pianiste, en haar voorkeur gaat daarbij slechts uit naar de langzame delen uit zijn sonates. Zoveel Adagio's zonder een enkel contrasterend Allegro vormen zowel de kracht als de zwakte van 'The man who wasn't there'. Het is een film die er niet in slaagt de opwinding van bijvoorbeeld eerdere films van de gebroeders Coen, 'Miller's Crossing' en 'Barton Fink', te evenaren, maar die wel nieuwe, lome en enigszins sombere tonen en ritmes aan hun idioom toevoegt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden