null Beeld
Beeld

Tv-columnMaaike Bos

Knalrood haar, chocoladebruine huid: benoem het maar eens

Och meisje toch, met haar lichtbruine huid. Ze zou pas echt mooi zijn als ze wit was, dacht brugklasser Farrah altijd. En och jochie, met zijn brilletje en knalrode haar. Henry had in de racismetest meer positieve vooroordelen over witte mensen, net als driekwart van de half gekleurde klas. “Ze zeggen dat je je niet rot hoeft te voelen, maar toch is het zo. Dit is het emotioneel meest zware experiment dat ik ooit heb gedaan”, zucht hij.

In de tweedelige, Britse documentaire De school die kleur bekent (The School That Tried to End Racism; BNNVara) doet een brugklas een vooruitstrevend Amerikaans project tegen racisme. In Glenthorne High School in Zuid-Londen is bijna de helft van de leerlingen van kleur. Het is een goed presterende school, zegt de voice-over. Hoezo – zouden we anders denken: gemengde school, presteert slechter?

De kinderen moeten kiezen voor de witte of gekleurde affiniteitsgroep om eerst daarin vrij hun ervaringen te bespreken. Het wordt akelig stil, en het moment valt Farrah moeilijk. Haar vader is Sri Lankaans en advocaat, haar moeder Brits en huisvrouw. Zij hangt altijd het liefst aan de witte kant, blijkt later, en weet nu niet welke groep te kiezen. Fascinerend; ik als witte vrouw had haar zelf onmiddellijk in de gemixte groep gedacht, maar identiteitsbewustzijn wordt dus niet per se door kleur bepaald.

Gepraat moet er worden

Nu gaat het proces ‘werken’. De witte groep zei eerder “ras maakt geen verschil”, maar lijkt nu een loden last te dragen. “Als je iemand beledigt, word je al voor racist uitgemaakt”, zeggen ze bedeesd. Naast hen horen ze de gekleurde groep vrijuit lachen en dansen. Henry jaloers: “Hebben ze nu zo’n lol omdat wij er niet bij zijn?” Hij ervaart nu hoe het voelt om uitgesloten te zijn door ras, ziet gedragsobservator Rhiannon Turner. Volgens de andere expert, Nicola Rollock, is het niet genoeg om kinderen gewoon gemengd te laten opgroeien. Zeggen dat je geen kleurverschil ziet, wist ook ieders ervaring als kind van kleur uit. Gepraat moet er dus worden, en dat gaat steeds beter.

“Mag ik nu wel of niet vragen wat jouw achtergrond is?”, vraagt een wit meisje. “Wel als het uit oprechte interesse is”, zegt een bruin klasgenootje. Wanneer iedereen objecten van zijn culturele achtergrond toont, vinden de witte kinderen de Afrikaanse gewaden, sieraden en kleedjes uit het Midden-Oosten veel bijzonderder dan hun eigen vlag of Bijbel. Eigenlijk voelen ze zich de mindere groep. Ze schrikken dus hevig wanneer de gymles hen een confronterend lesje leert.

Zo oneerlijk is de samenleving

De hardloopwedstrijd begint pas nadat iedereen vragen heeft beantwoord door een pas naar voren of achter te zetten. “Hebben je ouders je gewaarschuwd voor racisme?” De donkere kinderen stappen achteruit. Uiteindelijk staan de witte kinderen allemaal in een voordelige startpositie. Zo oneerlijk is de samenleving dus ongemerkt.

Knap hoe de serie zo helder in beeld brengt wat normaal onbesproken blijft. De hoofdpersonages Farrah, Henry en de donkere Makhai zijn mooi gekozen, ieder heeft zijn eigen verwerkingsproces. Leerzaam, ook voor de kijker. Je zou ze stuk voor stuk een knuffel willen geven en hopen dat dit project overal wordt uitgerold. Ondertussen bewijzen de internationale filmprijzen waaronder een Britse Bafta dat de serie zelf ook al zijn werk doet.

Vijf keer per week schrijven Renate van der Bas en Maaike Bos columns over televisie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden