Po Polsku (op z'n Pools)Jaap Robben

Klusser Marek voelt zich niet lekker. ‘Doktor? Viele Geld’

Het was me al eens opgevallen. Zodra ons zoontje na de opvang kwam zwaaien, keken ze bijna allemaal op. Bij Wojtek brokkelde de norsheid van zijn gezicht. Tomasz begon in het Pools tegen hem te babbelen. Uit alle broekzakken kwamen snoepjes in glinsterpapier tevoorschijn. Behalve bij Marek. Die ging geconcentreerd door met schroeven of zette zijn verbogen leesbrilletje op om geconcentreerd iets af te lezen op zijn duimstok.

Op een maandagochtend draalde hij rond met een lege speciekuip en een getergd gezicht. ‘Alles gut?’, probeerde ik en stak een duim op. Marek antwoordde met een flauw knikje.

‘Nicht gut?’

Hij keek me niet begrijpend aan. Ik wees met mijn duim naar beneden. Hij haalde zijn schouders op, gevolgd door een zwak glimlachje.

‘Probleme mit Frau?’

Dat was een van de weinige ­zinnen Duits die hij zeker verstond.

‘Nein, nein.’ Marek maakte een wegwerpgebaar. Hij haalde adem om nog iets te zeggen, maar de lucht kwam als een lege zucht uit zijn mond.

‘Kaffee?’, vroeg ik.

Die vraag was altijd de oplossing voor elk probleem, in ieder geval het begin van elke oplossing.

‘Nein. Kaffee, nein.’

Schichtig haalde Marek zijn ­telefoon tevoorschijn. Omdat hij niet kan schrijven, fluisterde hij tegen zijn apparaat. Dat moest hij drie keer herhalen, toen ­verscheen er op het bekraste scherm een antwoord. Een ­plaatje van een doosje para­cetamol.

‘Brauchst du Paracetamol? ­Wieviel stück?’

Hij zal mijn vraag niet verstaan hebben, want hij knikte alleen. Voordat ik wegliep, vroeg hij zijn telefoon nog om een plaatje van een kop thee.

Toen ik terugkwam met het dienblad stond hij me op te wachten. Ik moest meekomen naar de binnenplaats waar Tomasz, Patryck en Wojtek ons niet konden zien. Uit het stripje paracetamol drukte hij vier tabletten. Zonder water kauwde hij die weg.

Er volgde een beschaamd glimlachje alsof ik iets heel intiems van hem had gezien.

Van het dienblad nam hij de mok thee. ‘Heiss’, waarschuwde ik, maar hij dronk hem in een keer leeg.

‘Kannst du nicht mal zum ­Doktor?’

‘Doktor?’ Marek trok zijn neus op, alsof dat een heel smerige oplossing zou zijn. Hij wreef duim en wijsvinger tegen elkaar.

‘Viele Geld.’

‘Keine Versicherung?’

Die vraag begreep hij niet en ik wist niet hoe ik het anders kon vragen.

Tomasz, Patryck en Wojtek kwamen erbij staan, ze dronken hun koffie en kauwden op hun koeken. Marek had zijn lege mok nog vast en deed alsof hij dronk. Zodra de anderen het niet zagen, hield zijn wijsvinger voor zijn lippen. Ik knikte.

Later die middag verscheen ons zoontje om zijn nieuwe speelgoed boormachine te laten zien. Tomasz nam een plaat piepschuim en liet hem gaten maken. Patryck toverde een snoepje tevoorschijn.

En Marek haalde een aansteker en een pakje Marlboro uit zijn borstzak en tuurde wat over de velden. Ons zoontje schaterde. In een teug zoog Marek drie centimeter van zijn sigaret tot as.

Schrijver Jaap Robben zoekt in dit feuilleton contact met de Poolse klussers in zijn woonboerderij net over de Duitse grens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden