Opinie

Kleine mensen worden groot door met elkaar te zingen en te dansen.

Met haar prachtige rode Surinaamse klederdracht steekt Rinia Power (63) feestelijk af bij de kille witheid in het Atrium van het gemeentehuis, in de Haagse volksmond ook wel het IJspaleis genoemd. „Zie je dat meisje daar”, wijst ze naar een prachtige jonge meid met zilveren oorbellen en modieuze laarzen. „Ik heb haar als baby nog in mijn armen gehad en nu komen we elkaar hier weer tegen!”

Het Atrium is volgepakt met mensen. Twintig medewerkers van de Dogtroep, zes ex-dansers van het Nederlands Dans Theater en ruim 130 bewoners uit de multiculturele wijken Schilderswijk, Transvaal en Laak in Den Haag zijn samengekomen voor de eerste gezamenlijke doorloop van de voorstelling ’Loket 25’: een ’community’ voorstelling die hier tot het einde van de maand te zien zal zijn.

Een ratjetoe van leeftijden, kleuren en klanken. Een heer op leeftijd zit naast een Haagse branie met een brutale ’cap’ op zijn hoofd. Drie Hindoestaanse meiden hebben vriendinnen gevonden in twee Marokkaanse beauty’s met woest gestifte lippen onder hun hoofddoekjes, hippe geruite Burberry handtassen op schoot.

Een orkest warmt op met curieus samengestelde klanken van accordeon, altviool, tabladrum en Senegalese djembe. Drie hiphoppers lopen elkaar te ’dissen’ met de ene na de andere overtroevende ’break & move’.

„We hebben de deuren gewoon maar opengezet”, zegt Henk Schut, artistiek leider van Dogtroep. „Begonnen met zes mensen, groeide de club steeds meer aan. Mensen namen hun neefje mee, of charterden hun buren. Scholieren van het Johan de Witt-college hebben er hun kerstvakantie voor opgegeven. Er was vanuit de gemeenschap veel behoefte om dit statement te maken. En iedereen die wilde meedoen was welkom.”

Schut werkte vanaf begin jaren tachtig vijftien jaar lang in Engeland en deed daar ervaring op met ’community art’ projecten van The Royal Opera House. Muzikanten en solisten gingen daar de wijken in om met de gemeenschap aan een voorstelling te werken. Schut: „Ik heb daar gezien hoe belangrijk het is je als kunstenaar af te vragen uit welke mensen je publiek bestaat. En welke rol kunst voor hen kan spelen.”

Cora Bos-Kroese, ex-danseres van het Nederlands Dans Theater, mobiliseert iedereen voor de ’wachtkamer’: een scène waarin de deelnemers door klapritmes worden aangedreven tot steeds veranderende ’afwachtende’ poses. „Het was wat onwennig, maar ongekend geconcentreerd”, zegt Bos-Kroese later over deze eerste gezamenlijke aftrap van de voorstelling.

Het Nederlands Dans Theater had ooit zijn dansstudio in de Schilderswijk en voelt zich daardoor stevig verankerd in de Haagse wijken. Als partner in het project vond het dansgezelschap prominente ex-dansers, als Gerard Lemaître en Cora Bos-Kroese, maar ook bekende freelance dansers als Kenzo Kusuda, bereid om mee te doen. De dansers spelen de ’ambtenaren’; met een puffende en ronkende Dogtroepmachinerie van exploderende computers en wankelende archiefkasten, wordt door hen de muziek- en dansvoorstelling aangestuurd.

„Dit project behelst ontmoeting en communicatie”, zegt Cora Bos-Kroese. Als coördinator van de dansonderdelen in de voorstelling bracht zij diverse dansscholen uit de buurten bijeen om uit de verschillende culturele dansen iets totaal nieuws te distilleren. „Dat ging eigenlijk vanzelf. De Javaanse dansschool hanteert een totaal andere dynamiek dan de Hindoestaanse. Maar na veel te hebben gelachen om elkaars verschillen, ging men toch vrij vanzelfsprekend met elkaars materiaal aan de slag.”

Henk Schut: „Iedereen brengt zijn eigen kracht en expertise mee. Zo is er een orkest samengesteld waarin een klassiek violiste naast een Irakese zanger staat. Maar het werken met bladmuziek, zoals in de westerse muzikale traditie, doet men in de Iraakse niet. Alles gaat daar met voorzang. Het was dus noodzakelijk écht naar elkaar te luisteren.” Bos-Kroese: „En dan ontstaan er dingen die je van tevoren nooit had kunnen bedenken. Een Marokkaanse jongen begon tijdens een repetitie spontaan op de muziek van de accordeonist te rappen. Ongelooflijk hoe dat klonk! ’Loket 25’ is een buitengewoon levendig organisme gebleken, dat elke dag groeit en in veelkleurige creativiteit blijft toenemen.”

Het Haagse stadhuis is ontworpen door de Amerikaanse architect Richard Meier. Een volledig wit ontwerp, met het Atrium als immens centraal binnenplein. Meier koos ervoor om alles wit te maken vanuit de gedachte dat het de mens is die kleur moet geven aan het gebouw. Iets wat in ’Loket 25’ letterlijk en figuurlijk wordt gedaan. Schut: „In het Atrium bevinden zich 24 loketten, waar de inwoners van Den Haag zaken regelen die cruciaal zijn voor hun leven: het aangeven van een geboorte, het regelen van hun huwelijk. Maar in de kilheid van het ambtelijk apparaat worden deze zo wezenlijke dingen voor het mens zijn, gereduceerd tot dossiers met een nummer erop. Met dit project ’openen’ we het vijfentwintigste loket: het loket van de dromen. Waar alles samenkomt en mensen daadwerkelijk iets met elkaar delen.”

De Surinaamse Rinia Power woont al veertig jaar in het Haagse Schipperskwartier. Als groot liefhebster van Surinaamse klederdrachten wordt ze vaak gevraagd om in vol ornaat acte de présence te geven op manifestaties en openingen. „Dus ik heb podiumervaring, hoor! Daarom was ik het niet zo eens met de dingen die ik moest doen in mijn scène, ik vond dat het beter kon. Dat mocht van Henk. Het is fantastisch!”

Naast de hernieuwde kennismaking met de jonge vrouw die ze nog als zuigeling heeft gewiegd, is Rinia enthousiast over álle contacten die ze in het project heeft opgedaan. „Zo veel verschillende culturen en dat allemaal in één stad. Ik spreek niet zo gauw een Turkse man aan. Maar tijdens het project deed ik dat wél en dan merk je wat een schatten het eigenlijk zijn!”

Rinia Power sprak ook met Ali Jeddah, de Iraakse zanger uit het orkest. „Ik vroeg hem na afloop van een repetitie: ’Wat is dat voor een treurig lied?’ en raakte met hem aan de praat. Hij bleek te hebben gestudeerd, in Irak had hij een heel goede maatschappelijke positie bekleed. En in Den Haag is hij helemaal niets. Ja, een nummer zoals je hier op de loketten ziet, de zoveelste onwelkome vluchteling. In dit project wordt iedereen met open armen ontvangen en is iedereen gelijk!”

Verhalen als die van Ali Jeddah, misschien ’klein’ in de context van een loket in het stadhuis, bij elkaar vormen ze het ’grote’ verhaal van de bevolking van de stad Den Haag. Henk Schut: „We geven die verhalen in ’Loket 25’ een smoel, laten zien dat het juist die menselijke geschiedenissen zijn die een stad tot een gemeenschap maken.”

Wat Schut, met het eind van de repetitieperiode in zicht, nog wel het meest heeft verwonderd, is de onvoorwaardelijke warmte die alle deelnemers in het project hebben gelegd. „Jong, oud, wit, zwart: iedereen staat er toch maar mooi op z’n vrije zondag! Men helpt elkaar met de scènes en iedereen heeft enorm veel plezier. Maar de ondertoon van alle vrolijke inspanning is wel degelijk serieus: ’Dit is belangrijk voor onze gemeenschap’.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden