Klassiek & zo

Klassieke muziek van het aloude symfonieorkest verliest steeds meer aan populariteit

Het Gelders Orkest in De Vereeniging in Nijmegen. Beeld René Knoop

Agatha Christies beruchtste boek – u heeft er deze week over kunnen lezen in Trouw – is misschien wel ‘Ten Little Niggers’ (Tien kleine negertjes). De titel leidde Christie af van het beroemde, educatieve aftelrijmpje, waarin steeds een negertje het leven laat tot er niet één meer over is. 

Omdat die titel om begrijpelijke redenen al snel niet meer zo educatief bevonden werd, veranderde de uitgever die in ‘And Then There Were None’, de laatste vijf woorden van het oorspronkelijke rijmpje – ‘en toen was er geen enkele meer’.

Het rijmpje en Christie’s boek kunnen deze dagen overdrachtelijk gebruikt worden als we het hebben over het huidige orkestbestel in Nederland. Met dien verstande dat een titel boven een doorwrocht historisch essay over het aftelrijmpje van de symfonieorkesten in Nederland zou moeten luiden: ‘En toen waren er nog tien’.

Afgelopen week gaven twee symfonieorkesten hun allerlaatste concerten. Het Gelders Orkest speelde afgelopen zondag in de Nijmeegse concertzaal De Vereeniging de Negende van Sjostakovitsj onder leiding van Claus Peter Flor. Het was na 130 jaar de allerlaatste symfonie op de lessenaars van het orkest. Twee dagen eerder concerteerde het Orkest van het Oosten voor het laatst onder hun vaste gastdirigent Ed Spanjaard in Enschede. Daar verklankte de slotmaat van Bruckners Vierde het officiële einde.

Fusie-orkest

Na de zomer moeten Het Gelders Orkest en het Orkest van het Oosten op last van de de overheid verder als een nieuw te vormen fusie-orkest. En daarmee wordt het aantal symfonieorkesten in Nederland gereduceerd tot tien. Een mooi rond getal wellicht, maar amper een halve eeuw geleden, in 1971 om precies te zijn, telde Nederland nog eenentwintig professionele orkesten. Dat is ruim het dubbele van nu.

Bij die tien orkesten heb ik het Metropole Orkest en het Balletorkest meegeteld. Het eerste speelt geen klassieke muziek, en in het tweede is slechts plaats voor 45 vaste musici. In 2012, toen het nog Holland Symfonia heette (ook al een fusie-orkest), waren dat er nog 140. Lopen we het rijtje verder even af: Concertgebouworkest, Rotterdams Philharmonisch Orkest, Nederlands Philharmonisch Orkest (fusie van drie), Radio Filharmonisch Orkest, Residentie Orkest, Noord Nederlands Orkest (fusie van twee), Philharmonie Zuidnederland (fusie van twee).

Hoopvol

Hoe het nieuwe orkest in het oosten van het land gaat heten, is nog niet bekend. Ook nog niet wie de nieuwe chef-dirigent wordt. Het kan best een klus zijn om van twee groepen een eenheid te smeden. Maar het lijstje hierboven laat zien dat het kan, en dat er uit fusies grootse dingen kunnen groeien. Vraag is alleen: Hoe lang gaat deze afkalving door? In een halve eeuw zijn er elf orkesten verdwenen. Betekent dat, dat er over nog eens vijftig jaar geen enkele orkest meer over is? And Then There Were None?

Zo’n vaart zal het vast niet lopen, maar toch lijkt er in deze veranderende wereld steeds minder behoefte te zijn aan de aloude klassieke muziek zoals uitgevoerd door het aloude symfonieorkest. Niet voor niets dat zelfs koning en koningin zich sterk betrokken toonden tijdens een Paleis Symposium in 2016. Daar klonken toen hoopvolle geluiden van het Los Angeles Philharmonic dat in zijn thuisstad steeds meer niet-autochtoon publiek weet te vinden. Wordt vervolgd.

Peter van der Lint schrijft iedere week met aanstekelijk enthousiasme over de wereld van de klassieke muziek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden