KIOSK

Het trotse, hoge woord van liefde

De in januari van dit jaar gestorven socioloog Pierre Bourdieu doet nog steeds van zich spreken. Twee Nederlandse sociologen die in Parijs bij hem gestudeerd en met hem samengewerkt hebben, herdenken hem in het Amsterdams Sociologisch Tijdschrift (AST). Johan Heilbrons 'in memoriam' bevat een overzicht van zijn werk, en geeft een indruk van de betekenis voor de hedendaagse sociologie.

Abram de Swaans bijdrage is anekdotischer en persoonlijker. 'Een gewijde ketter' noemt Heilbron de Fransman, wiens nietsontziende ontleding van macht en pretentie hem gevreesd maakte bij alle gevestigde reputaties. Kort voor zijn dood richtte hij zijn giftige pijlen op de ingebeelde Franse academici en op het monstre sacré, de televisie (beide titels binnenkort in het Nederlands te verkrijgen). Hij spaarde de eigen professie en zichzelf daarbij niet, en zijn constante aanmoediging aan het adres van jong talent om zich niet door gelauwerde wetenschappers en journalisten in de luren te laten leggen, bezorgde hem veel goodwill onder zijn studenten.

De Swaan durft zelfs het trotse, hoge woord van liefde te spreken. Bourdieu's verwoede pogingen om 'de mensen van wapens te voorzien ter verdediging tegen de symbolische overheersing' wekte bij De Swaan een genegenheid die aan de adoratie van Sartre doet denken, 'al acht ik Bourdieu veel hoger, ook al omdat hij anders dan de filosoof Sartre nooit onzin geschreven heeft, en de waanzin altijd heeft bestreden'.

Het is misschien ook de liefde die De Swaan de gekunstelde redenering ingeeft waarmee hij het ingewikkelde proza van Bourdieu rechtvaardigt: 'Die stijlkenmerken hebben een bedoeling: ze dienen om de tekst te beschermen tegen vluchtige lezing en tegen een gemakzuchtige inpassing in de gangbare opvattingen van de dominerende kring, en ook tegen de waan van alledag.' De duisternis van een redenering zou de prijs van de argumentatie mogen opdrijven... Overigens bevat dit nummer van AST een drietal behartenswaardige artikelen over mondialisering, liberalisme en de Wereldhandelsorganisatie, heikele zaken waartegen Bourdieu graag in het geweer kwam.

De ware romantici zitten achter de computer

In de Sociologische Gids een stuk van Lodewijk Brunt die zich toelegt op onderzoek naar grote steden, en de afgelopen jaren veldwerk deed in Bombay, India en Glasgow, Schotland. In 'De zachtheid van steden' bespreekt hij de betrekkelijke voordelen van strikt wetenschappelijk onderzoek naar steden, en van literaire bronnen. Het is een omstandig pleidooi voor de verdiensten van de literatuur bij het blootleggen van de 'zachte stad'.

Die term ontleent hij aan een boek van de Engelsman Jonathan Raban die in Soft City (1975) schreef dat 'de zachte stad van de illusie, mythe, ambitie en nachtmerries, net zo werkelijk is, misschien nog werkelijker, dan de harde stad die men op kaarten en in statistieken, in stadssociologische monografieën en in demografie en de architectuur kan terugvinden'. Een beetje slapjes neemt Brunt het nog op voor sociologisch onderzoek als dat van William Whyte naar de achterbuurten in Chicago (Street Corner Society, 1943), maar de rest van zijn betoog is eigenlijk een onderschrijving van Rabans bewering dat fictie het beweeglijke verschijnsel 'stad' beter raakt dan factie. De ervaring aan den lijve van de stad als droom of nachtmerrie die romanpersonages doormaken, verleent de 'levensechtheid' die Brunt node mist in de sociologie.

In het artikel, dat ook zelf nogal 'soft' is, deelt Brunt een onverwacht venijnige kat uit aan het adres van de architecten en andere profeten van de 'gebouwde omgeving', die op grond van grootspraak en hersenspinsels een stad uit de klei trekken. Mensen in de stad gaan op heel andere dingen af dan de versteende bedoelingen van de tekentafel. Dat moet ook blijken uit de romans die hij uitvoerig aanhaalt, zoals Vanity Fair (1847) van William Thackeray, en Sister Carrie (1900) van Theodore Dreiser. Veel plaats wordt natuurlijk ingeruimd voor de bijdragen die Schotse en Indiase schrijvers hebben geleverd aan een beter begrip van de steden die Brunt heeft bestudeerd, Glasgow en Bombay, maar aan het einde van het verhaal is Rabans stoute stelling toch geslonken tot een aanbeveling om als socioloog vooral ook kennis te nemen van andere bronnen dan statistieken en documenten. De scherpe tegenstelling tussen 'geletterden' en 'gecijferden' die het artikel postuleert lijken mij imaginair. De ware romantici zitten achter de computer, zoals C.W. Rietdijk al in 1969 opmerkte in 'een filosofie voor het cybernetisch-biotechnische tijdperk'.

Afval en verspilling horen bij het leven

Het tijdschrift voor politieke filosofie en cultuur Civis Mundi (wereldburger) is aan 'duurzame ontwikkeling' gewijd. Dit met het oog op de VN-top in Zuid-Afrika, en een eigen symposium over het onderwerp op 11 oktober a.s. in Den Haag. De econoom J. Berkouwer neemt het voortouw met een goed beargumenteerd links artikel dat de milieuproblematiek stevig in het armoedevraagstuk situeert, en de remedies afhankelijk maakt van een mondiale aanpak, ja van een wereldbestuur. Berkouwer laat er geen twijfel over bestaan dat als niet naar duurzaamheid gestreefd wordt, rampen ons deel zullen zijn, speciaal in de arme landen.

De volgende artikelen stemmen meer of minder in met deze geprononceerde positie, zij het dat de scheikundige J. Lylkema waarschuwt dat de thermodynamische wetten die de energie regeren duurzame productie in de weg staan: afval en verspilling zijn onvermijdelijk. Toch ziet nu juist híj een kans in een technologische aanpak van de vervuiling: 'Ik zeg met nadruk dat duurzaamheid kan worden benaderd, want echte duurzaamheid is principieel onmogelijk zolang er leven is.' Eén stem plaatst zich provocerend buiten het koor van weldenkenden. Hans Labohm, gastonderzoeker bij het Nederlands instituut voor internationale betrekkingen Clingendael, meent dat al die zwartgallige voorspellingen alleen maar alarmistisch zijn, en dat het reuze meevalt met het milieu. 'Geen Apocalyps - geen wereldregering' staat er dan ook ferm boven zijn bijdrage. Even lijkt het of de 'lijn Bush' dan toch een vertegenwoordiger in de Nederlandse denktank heeft, maar in de kleine lettertjes aan het eind van zijn stuk worden de meeste aanbevelingen die ook elders te vinden zijn hernomen. Een slappe rechterknie dus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden